Artikel
1
De registerloods dient ter aanvulling van de op het te loodsen schip aanwezige communicatiemiddelen, en ter meerdere zekerheid van het marifooncontact een portofoon mee aan boord te nemen.
Besluit:
De registerloods dient ter aanvulling van de op het te loodsen schip aanwezige communicatiemiddelen, en ter meerdere zekerheid van het marifooncontact een portofoon mee aan boord te nemen.
De registerloods dient ervoor te zorgen dat de portofoon gebruiksgereed is.
Voor zover een goede beroepsuitoefening daartoe aanleiding geeft, dient de registerloods de portofoon te gebruiken met inachtneming van de ter zake geldende voorschriften.
De registerloods dient de door Onze minister om niet beschikbaar gestelde apparatuur, geschikt en bestemd voor precisie navigatie in de Euro-, Maas- en IJ-geul, mee te nemen aan boord van schepen, waarvoor de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen (Stb. 1988, 395) in het kader van het toelatingsbeleid deze apparatuur verplicht stelt.
De registerloods dient de apparatuur, bedoeld in artikel 4 voor de aanvang van het loodsen aan boord van het te loodsen schip te controleren op goede werking.
Onverminderd de meldingsverplichting, bedoeld in artikel 4, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen, dient de registerloods de door hem geconstateerde tekortkomingen van de apparatuur zo spoedig mogelijk na de loodsreis te melden aan de door Onze minister met het onderhoud belaste instantie.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1988.
Deze regeling zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant.