Besluit van 19 september 1988, houdende een tijdelijke regeling met betrekking tot het beschikbaar stellen van bijdragen uit 's Rijks kas aan de regionale brandweren

Besluit bijdragen regionale brandweren 1988

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 21 juni 1988, nr. EB88/409/5, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer;
Artikel 237b van de gemeentewet (Stb. 1983, 649) in acht genomen zijnde;
Gehoord de Brandweerraad en de Raad voor de gemeentefinanciën;
De Raad van State gehoord (advies van 15 juli 1988, nr. W04.88.0355);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken van 9 september 1988, nr. EB88/409/7, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

I

Algemene bepaling

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • 1.

    de regionale brandweer: de op grond van de Interimregeling rijksbijdragen regionale brandweren (Stcrt. 1976, 199) erkende regionale brandweer onderscheidenlijk het openbaar lichaam dat is ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 3, tweede lid, dan wel artikel 26, tweede lid, laatste volzin, van de Brandweerwet 1985 (Stb. 87);

  • 2.

    Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken.

Hoofdstuk

II

Rijksbijdragen

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Uiterlijk drie maanden na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in artikel 8, tweede lid, stelt Onze Minister de definitieve bijdrage vast.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Onze Minister kan in een bijzonder geval aan de regionale brandweer een buitengewone bijdrage verstrekken waarvan de hoogte en de bestemming door hem worden bepaald.

Hoofdstuk

III

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

13

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. de Graaff-Nauta
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes