Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden van 5 oktober 1988, nr. S/J 31.715/88, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;
Overwegende, dat de bestaande regeling inzake het toezicht op rijksvaartuigen niet meer overeenkomt met de organisatie van het bestuur van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, in het bijzonder van het Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken van dit ministerie, en het derhalve wenselijk is deze regeling te vervangen door een nieuwe regeling;
Gezien het bij brief van 6 maart 1986, no. 7058 aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, coördinerend minister voor Noordzee-aangelegenheden, uitgebracht advies van de Interdepartementale Coördinatiecommissie voor Noordzee-aangelegenheden (ICONA), met name de daarin neergelegde aanbeveling betreffende de versterking van het materieel beheer voor civiele zeegaande vaartuigen van de rijksoverheid, danwel door deze gesubsidieerde stichtingen, welke aanbeveling vervolgens in de Ministerraad is aanvaard;