Koffieregeling 1988

De minister van Landbouw en Visserij,
Gelet op de artikelen 6, 7, 8 en 11 van het In- en uitvoerbesluit koffie 1988;
In overeenstemming met de staatssecretaris van Financiën;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De in de artikelen 3 en 4 bedoelde certificaten alsmede de eventueel daarbij behorende zegels worden voor wat betreft Nederland, met uitzondering van de certificaten van doorvoer (formulier T) afgegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van het besluit, afgegeven door het hoofdproduktschap.

Artikel

7

Met certificaten welke door het hoofdproduktschap overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 5 zijn ontvangen handelt het hoofdproduktschap overeenkomstig het bij de overeenkomst en de toepassingsregelen bepaalde.

Artikel

8

Het hoofdproduktschap neemt bij de toepassing van de artikelen 2, eerste en vijfde lid, 6 en 7 de aanwijzingen van de minister in acht.

Artikel

9

Ontheffing als bedoeld in artikel 6 van het besluit wordt namens de minister verleend door de voorzitter van het hoofdproduktschap.

Artikel

10

Ten aanzien van de overlegging van certificaten ter zake van de invoer van koffie waarvan de datum van export uit het land van herkomst ligt vóór de datum van inwerkingtreding van de toepassingsregelen, gelden de afwijkende procedures zoals die in de toepassingsregelen zijn opgenomen.

Artikel

11

De Koffiebeschikking 1987 (Stcrt. 1988, 74) vervalt.

Artikel

12

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag waarop het In- en uitvoerbesluit koffie 1988 van kracht wordt en kan worden aangehaald als Koffieregeling 1988.

's-Gravenhage
De minister van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De secretaris-generaal, T. H. J.Joustra