Besluit van 6 januari 1989, houdende regels inzake de uitgifte van het Staatsblad en de Staatscourant

Besluit uitgifte Staatsblad en Staatscourant

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 22 juli 1988, nr. 343/688, gedaan mede namens Onze Minister van Binnenlandse Zaken;
De Raad van State gehoord (advies van 28 oktober 1988, nr. WO3.88.0432);
Gezien het nader rapport van Onze Ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 30 december 1988, nr. 580/288;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister:

  • b.

    de uitgever: het in artikel 2 bedoelde bedrijf.

Artikel

2

Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken sluiten overeenkomsten tot het produceren, uitgeven en aan het publiek ter beschikking stellen van het Staatsblad onderscheidenlijk van de Staatscourant met een bedrijf dat ervoor zorg draagt daartoe over voldoende technische en organisatorische middelen te beschikken.

Artikel

3

Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken bereiden de nodige vervangende voorzieningen voor, voor het geval door gebreken in de uitvoering van een overeenkomst als bedoeld in artikel 2 of anderszins de uitgifte van het Staatsblad onderscheidenlijk van de Staatscourant stagneert.

Hoofdstuk

2

Uitgifte van het Staatsblad

Artikel

4

In het Staatsblad wordt opgenomen al hetgeen waarvan een wet of koninklijk besluit bekendmaking in het Staatsblad voorschrijft, alsmede datgene wat in verband hiermee naar het oordeel van Onze Minister moet worden vermeld.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Wetten en koninklijke besluiten worden na plaatsing in het Staatsblad door Onze Minister teruggezonden aan het Kabinet der Koningin.

Artikel

8

Voor publikatie in het Staatsblad worden geen kosten in rekening gebracht.

Artikel

9

Hoofdstuk

3

Uitgifte van de Staatscourant

Artikel

10

Artikel

11

In de Staatscourant worden opgenomen:

  • a.

    al hetgeen waarvan een wet, koninklijk besluit of ministerieel besluit bekendmaking in de Staatscourant voorschrijft;

  • b.

    door Onze Minister aangewezen categorieën van publikaties, afkomstig van de centrale overheid.

Artikel

12

De eerste ondertekenaar van een publikatie als bedoeld in artikel 11 bepaalt het tijdstip van plaatsing van de publikatie in de Staatscourant en draagt er zorg voor dat de toezending op een zodanig tijdstip plaatsvindt dat de plaatsing tijdig kan geschieden.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Voor andere publikaties dan die van vanwege het Rijk vastgestelde algemeen verbindende voorschriften kunnen advertentiekosten in rekening worden gebracht.

Artikel

16

De Staatscourant en de bijvoegsels bij de Staatscourant zijn bij abonnement en per afzonderlijk nummer voor het publiek verkrijgbaar. Afzonderlijke nummers zijn met ingang van de eerstvolgende verschijningsdag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, verkrijgbaar, alsmede in bijzondere, door Onze Minister te bepalen, gevallen op de dag van verschijning.

Artikel

17

Onze Minister maakt jaarlijks in de Staatscourant de in overleg tussen hem en de uitgever vastgestelde tarieven bekend voor:

  • a.

    abonnementen op de Staatscourant en afzonderlijke nummers, inclusief supplementen;

  • b.

    abonnementen op bijvoegsels bij de Staatscourant en afzonderlijke nummers daarvan;

  • c.

    advertenties in de Staatscourant, in supplementen en in bijvoegsels.

Hoofdstuk

4

Slotbepalingen

Artikel

18

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

19

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit uitgifte Staatsblad en Staatscourant.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. P. van Dijk
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes