Vrijstellingsregeling Komijnzaad (Warenwet)

De staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
in overeenstemming met de minister van Economische Zaken en de minister van Landbouw en Visserij;
Gelet op artikel II, eerste en derde lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet (Stb. 358), jo. artikel 16, eerste lid, van de Warenwet (Stb. 1988, 360);

Besluit:

Artikel

1

Vrijstelling wordt verleend van het in artikel 6 van het Specerijenbesluit (Warenwet) (Stb. 1969, 214) voorgeschreven minimale gehalte aan vluchtige olie van komijnzaad, met dien verstande dat dat gehalte niet lager mag zijn dan 1,6%.

Artikel

2

Rijswijk
De staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, D. J. D. Dees