Artikel
1
Te rekenen van 1 januari 1989 wordt aan de plaatsvervangend voorzitter en de overige daarvoor in aanmerking komende leden van de Raad uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers, bedoeld in artikel 46 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1984, 94), een vacatiegeld toegekend van f 150 voor iedere dag, waarop zij één of meer vergaderingen van de raad hebben bijgewoond, met dien verstande, dat aan de plaatsvervangend voorzitter een extra-vacatiegeld van f 150 wordt toegekend, ingeval hij als voorzitter optreedt.