Artikel
1
Te rekenen vanaf 1 januari 1989 wordt het vacatiegeld voor de plaatsvervangend voorzitter en de overige daarvoor in aanmerking komende leden van de Uitkeringsraad, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 (Stb. 1986, 386), nader vastgesteld op f 150 voor iedere dag, waarop zij één of meer vergaderingen van de raad hebben bijgewoond, met dien verstande, dat aan de plaatsvervangend voorzitter een extra-vacatiegeld van f 150 wordt toegekend, ingeval hij als voorzitter optreedt.