Financiële bijdrage aan gesubsidieerde SBKV-instellingen in 1989

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Overwegende dat uit het evaluatieonderzoek naar de werking van de Rijkssubsidieregeling Beroepskeuzevoorlichting 1986, (Stcrt. 1986, 96) betreffende het invoeringsjaar 1987, is gebleken dat onder meer verhoging van het niveau van het management van de gesubsidieerde instellingen voor studie- en beroepskeuzevoorlichting, met name ten behoeve van werkzaamheden vallend buiten de directe productiesfeer, wenselijk is;
dat, zoals reeds in het Landelijk Programma Beroepskeuzevoorlichting 1989 (Stcrt. 1988, 204) is aangekondigd, daarvoor voor 1989 een extra financiële ondersteuning wordt verstrekt;

Besluit:

Artikel

1

Definities:

instelling:

een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, waaraan op grond van de Rijkssubsidieregeling Beroepskeuzevoorlichting 1986 voor 1989 subsidie is toegezegd.

bestedingsplan:

een door een instelling ontworpen scholingsvoorstel betreffende managementverbetering waarin het aantal personen aan de opleidingen die voor deze personen worden voorgesteld, staan vermeld,

Minister:

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Artikel

2

Artikel

3

De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, wordt verstrekt onder voorwaarde dat:

  • a.

    door de instelling een bestedingsplan is opgesteld dat door de Rijksinspectie van de Beroepskeuzevoorlichting is voorzien van een schriftelijke verklaring van goedkeuring;

  • b.

    de instelling met betrekking tot de ten gevolge van het bestedingsplan te maken kosten een afzonderlijke administratie bijhoudt.

Artikel

4

Na goedkeuring door de Rijksinspectie van de Beroepskeuzevoorlichting van het bestedingsplan wordt een voorschot op de subsidie verstrekt ter hoogte van 80% van het in artikel 2, eerste lid bedoelde bedrag.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een in het kader van deze regeling gedane toekenning wordt ingetrokken dan wel een uitbetaalde tegemoetkoming of voorschot wordt geheel of gedeeltelijk teruggevorderd indien niet aan het gestelde in de artikelen 2 tot en met 5 wordt voldaan.

Artikel

8

's-Gravenhage
De minister voornoemd, J. de Koning