Besluit van 19 mei 1989, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur inzake beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn

Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 2 mei 1986, gedaan mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie, Defensie en Onderwijs en Wetenschappen;
Gelet op het bepaalde in artikel 5, derde lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen, zoals gewijzigd bij de Wet van 27 april 1989, Staatsblad 1989, 168;
Gezien de adviezen die ter zake zijn uitgebracht door de Sociaal-Economische Raad, de Emancipatieraad, de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid en de Commissie gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de arbeid in de burgerlijke openbare dienst;
De Raad van State gehoord (advies van 8 december 1986, nr. W.12.86.0248/b);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 12 mei 1989, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Binnenlandse Zaken, Justitie, Defensie en Onderwijs en Wetenschappen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Als beroepsactiviteiten en hiervoor noodzakelijke opleidingen waarvoor in voorkomend geval vanwege hun aard of de voorwaarden voor de uitoefening ervan het geslacht bepalend kan zijn, worden slechts beschouwd die welke behoren tot respectievelijk opleiden voor een of meer van de volgende categorieën:

  • a.

    de beroepsactiviteiten die om lichamelijke redenen uitsluitend door personen van een bepaald geslacht kunnen worden vervuld;

  • b.

    de beroepsactiviteiten van de mannelijke of de vrouwelijke mannequin, die bepaalde kledingstukken moet tonen door ze te dragen;

  • c.

    de beroepsactiviteiten van modellen voor beeldend kunstenaars, fotografen, cineasten, kappers, grimeurs en schoonheidsspecialisten;

  • d.

    de beroepsactiviteiten binnen particuliere huishoudens die inhouden de persoonlijke bediening, verzorging, verpleging of opvoeding van dan wel hulpverlening aan een of meer personen;

  • e.

    de beroepsactiviteiten die inhouden de persoonlijke verzorging, verpleging of opvoeding van dan wel hulpverlening aan personen, indien de goede uitoefening van de aangeboden betrekking binnen het geheel van de arbeidsorganisatie ertoe noodzaakt dat deze wordt vervuld door een persoon van een bepaald geslacht;

  • f.

    de beroepsactiviteiten die inhouden de behandeling of bejegening van personen, indien wegens ernstige schaamtegevoelens bij deze personen de goede uitoefening van de aangeboden betrekking binnen het geheel van de arbeidsorganisatie ertoe noodzaakt dat deze wordt vervuld door een persoon van een bepaald geslacht;

  • g.

    de beroepsactiviteiten waarvan de vervulling of uitoefening door personen van een bepaald geslacht feitelijk wordt belemmerd door wettelijke voorschriften betreffende de bescherming van personen van dat geslacht bij de arbeid;

  • h.

    de beroepsactiviteiten die uitgeoefend worden:

    • -

      in andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen alsmede in de overige staten die Partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, indien in de betreffende staat ingevolge de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 februari 1976 (76/207/EG) deze beroepsactiviteiten aan personen van een bepaald geslacht zijn voorbehouden;

    • -

      in landen die geen Lid-Staat zijn van de Europese Gemeenschappen en evenmin partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, indien door het aldaar geldend recht deze beroepsactiviteiten aan personen van een bepaald geslacht zijn voorbehouden;

  • i.

    de door de Minister van Defensie aan te wijzen beroepsactiviteiten bij de Krijgsmacht.

Artikel

2

Dit besluit treedt in werking met ingang van dezelfde datum als de Wet tot herziening van de wetgeving inzake gelijke behandeling van mannen en vrouwen.

Artikel

3

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit beroepsactiviteiten waarvoor het geslacht bepalend kan zijn.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. de Koning
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. P. van Dijk
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes
De Minister van Defensie, F. Bolkestein
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, W. J. Deetman
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes