Wet van 3 juli 1989, houdende administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op bepaalde verkeersvoorschriften

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen om op zichzelf niet ernstige gedragingen in strijd met verkeersvoorschriften, gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet en enkele andere wetten, in plaats van op strafrechtelijke wijze op administratiefrechtelijke wijze af te kunnen doen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Artikel

1

Hoofdstuk

II

Toepassingsgebied van de wet

Artikel

2

Hoofdstuk

III

Administratieve sanctie

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Artikel

5a

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig, waarmee een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, wordt voortbewogen, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het motorrijtuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien het kenteken van het motorrijtuig niet is vastgesteld, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van de aanhangwagen ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. In beide gevallen wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Hoofdstuk

IV

Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie

Artikel

6

Artikel

8

De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

  • a.

    aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen,

  • b.

    een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel

  • c.

    een vrijwaringsbewijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Kentekenreglement, of een verklaring als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement, overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorrijtuig onderscheidenlijk de betrokken aanhangwagen.

In de onder a, b en c bedoelde gevallen is de officier van justitie bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie aan degene die de gedraging heeft verricht of aan degene die de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel aan degene aan wie het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen werd overgedragen. De artikelen 4, 6 en 7 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beschikking uiterlijk binnen acht maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden wordt bekendgemaakt.

Hoofdstuk

V

Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank

Artikel

9

Artikel

10

De officier van justitie brengt het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank van het arrondissement waarin de gedraging is verricht, dan wel, in het geval bedoeld in artikel 6, eerste lid, tweede volzin, bij de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de betrokkene is gelegen.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

12a

De artikelen 512 tot en met 519 van het Wetboek van Strafvordering zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel

13

Artikel

13a

Artikel

13b

Hoofdstuk

VI

Hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel 17a

Vervallen

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Het gerechtshof kan partijen en zonodig getuigen en deskundigen opdragen binnen een bepaalde termijn schriftelijk inlichtingen te geven of onder hen berustende stukken in te zenden.

Artikel

20a

Artikel

20b

Indien de zaak op een zitting zal worden behandeld worden de stukken van het geding neergelegd ter griffie van het gerechtshof. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan partijen, onder vermelding van de termijn waarbinnen deze stukken aldaar kunnen worden ingezien en dat daarvan afschriften of uittreksels kunnen worden gevraagd. Op de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen is het bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Artikel

20c

Artikel

20d

Hoofdstuk

VII

Vervallen zekerheidstelling

Artikel

21

Hoofdstuk

VIII

De inning van de administratieve sanctie

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd, is tot betaling van het ingevolge artikel 23 verhoogde bedrag verplicht binnen vier weken nadat de officier van justitie hem over de gewone post een aanmaning heeft toegezonden.

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

26a

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

28a

Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan de officier van justitie te Leeuwarden het rijbewijs innemen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. De officier kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. De inneming van het rijbewijs duurt ten hoogste vier weken.

Artikel

28b

Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan de officier van justitie te Leeuwarden het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden buiten gebruik stellen of, indien dit voertuig niet wordt aangetroffen, een soortgelijk voertuig waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, vermag te beschikken. De officier kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. De buitengebruikstelling duurt ten hoogste vier weken.

Artikel

29

Artikel

30

Hoofdstuk

IX

Voorlopige maatregelen

Artikel

31

Artikel

32

Indien aan de in artikel 31, eerste lid, bedoelde vordering niet wordt voldaan, is de ambtenaar bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig in bewaring te stellen, totdat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie, alsmede de inmiddels daarop gevallen kosten van de inbewaringstelling zijn voldaan. Daartoe kan hij op kosten van de bestuurder het voertuig naar een door hem aangewezen nabijgelegen plaats overbrengen of doen overbrengen en aldaar in bewaring doen stellen. Zo nodig roept hij hierbij de hulp van de sterke arm in. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

33

Hoofdstuk

X

Overige bepalingen

Artikel

34

Artikel

35

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent hetgeen verder ter uitvoering van deze wet nodig is.

Artikel

36

Hoofdstuk

XI

Slotbepalingen

Artikel

37

Vervallen

Artikel

38

Vervallen

Artikel

39

Vervallen

Artikel

40

Vervallen

Artikel

41

Vervallen

Artikel

42

Vervallen

Artikel

43

Vervallen

Artikel

44

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes
De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes
De Minister van Justitie a.i., G. J. M. Braks

Bijlage

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

Nummers K010-K155: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994)

Categorie-indeling B:

1. Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen;

2. Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

3. Bromfietsers, snorfietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met motor;

4. Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen zonder motor;

5. Voetgangers;

6. Overige weggebruikers;

7. Schippers;

8. Een ieder.

m K 010

als weggebruiker geen gevolg geven aan een aanwijzing door een opsporingsambtenaar gegeven

12 lid 1 WVW 1994

86

86

34

23

17

23

m K 025

als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is

36 lid 3 sub d WVW 1994

28

28

het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan

40 lid 1 WVW 1994

m K 030 a

– het motorrijtuig

57

57

57

m K 030 b

– de aanhangwagen

57

57

57

m K 035

het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de minister van Verkeer en Waterstaat

57 lid 3 WVW 1994

231

als houder van een kentekenbewijs niet op eerste vordering van een daartoe aangewezen persoon dat bewijs of één of meer delen van dat bewijs overgeven, omdat (voor) het voertuig waarvoor het kentekenbewijs is afgegeven

m K 040 a

– de verschuldigde belastingen en rechten niet zijn voldaan

60 lid 1 sub a WVW 1994

231

m K 040 b

– niet voldoet aan de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 gestelde eisen

60 lid 1 sub b WVW 1994

231

m K 040 c

– niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet personenvervoer wat betreft de inrichting en de uitrusting

60 lid 1 sub c WVW 1994

231

m K 040 d

– niet voldoet aan de gestelde eisen in de Wet ambulancevervoer wat betreft de inrichting en de uitrusting

60 lid 1 sub c WVW 1994

231

m K 040 e

– niet voldoet aan de in het kentekenbewijs vermelde voorschriften

60 lid 2 WVW 1994

231

voor een kentekenplichtig motorrijtuig van 3500 kg of minder

m K 045 a

– is geen keuringsbewijs afgegeven

72 lid 1 WVW 1994

86

86

m K 045 b

– heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren

72 lid 2 sub b WVW 1994

86

86

het afgegeven keuringsbewijs

m K 050 a

–voldoet niet aan de vastgestelde eisen inzake inrichting en uitvoering

72 lid 2 sub a WVW 1994

28

28

m K 050 b

– is niet behoorlijk leesbaar

72 lid 2 sub c WVW 1994

28

28

als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs

m K 060 a

– niet voldoet aan de gestelde eisen

107 lid 2 sub a WVW 1994

28

28

m K 060 b

–zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur

107 lid 2 sub b WVW 1994

28

28

m K 060 c

– niet behoorlijk leesbaar is

107 lid 2 sub c WVW 1994

28

28

m K 060 d

–niet meer geldig is in Nederland

108 lid 1 sub g en h WVW 1994

28

28

m K 065

als bestuurder beneden de 18 jaar een motorrijtuig besturen

110 lid 1 WVW 1994

144

144

m K 075

rijonderricht geven voor rijbewijs A aan anderen dan aan de bestuurder op wiens motorrijtuig hij zich bevindt

110b WVW 1994 jo. 7 sub a RR

231

op of in een ander motorrijtuig rijonderricht geven voor rijbewijs A:

m K 080 a

– zonder radiografisch contact aan meer dan één bestuurder

110b WVW 1994 jo. 7 sub b RR

231

m K 080 b

– via radiografisch contact aan meer dan twee bestuurders

110b WVW 1994 jo. 7 sub b RR

231

rijonderricht geven voor rijbewijs A:

m K 085 a

–terwijl tegelijkertijd rijonderricht wordt gegeven voor een andere rijbewijscategorie

110b WVW 1994 jo. 7 sub c RR

231

m K 085 b

–terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding

110b WVW 1994 jo. 7 sub d RR

28

rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het les-motorrijtuig niet is voorzien van:

m K 090 a

– een dubbele bediening cq een onderbreker

110b WVW 1994 jo. 8 sub a RR

144

m K 090 b

– een binnen en een buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur

110b WVW 1994 jo. 8 sub b RR

144

m K 090 c

– een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding

110b WVW 1994 jo. 8 sub c RR

28

rijonderricht geven voor rijbewijs C, D of E terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van:

m K 095 a

–een dubbele bediening cq een onderbreker

110b WVW 1994 jo. 9 lid 1 sub a RR

144

m K 095 b

– twee of meer buitenspiegels ten behoeve van de rij-instructeur

110b WVW 1994 jo. 9 lid 1 sub b RR

144

m K 095 c

– een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding

110b WVW 1994 jo. 9 lid 1 sub c RR

28

m K 100

rijonderricht geven voor rijbewijs C of D terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs B

110b WVW 1994 jo. 9 lid 1 sub d RR

144

m K 105

rijonderricht geven voor rijbewijs E terwijl de leerling niet in het bezit is van een rijbewijs geldig voor het besturen van het trekkende motorrijtuig

110b WVW 1994 jo. 9 lid 1 sub e RR

144

m K 106

rijonderricht geven terwijl de leerling de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt

110b WVW 1994

144

m K 120

het niet inleveren van een rijbewijs waarvan de geldigheid is geschorst

131 lid 3 sub b WVW 1994

231

m K 130

als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl geen certificaat is afgegeven

135 lid 1 WVW 1994

57

m K 135

als bestuurder van een bromfiets rijden terwijl het afgegeven certificaat onjuist is ingericht en uitgevoerd dan wel niet behoorlijk leesbaar is

135 lid 3 WVW 1994

28

m K 140

als houder van een ongeldig verklaard bromfietscertificaat dit certificaat niet inleveren zodra de ongeldigverklaring van kracht is geworden

141 lid 3 WVW 1994

57

m K 145 a

als bestuurder handelen in strijd met een of meer aan een ontheffing verbonden voorschriften, niet betrekking hebbende op de lengte / breedte / hoogte / massa en/of begeleiding

150 lid 2 WVW 1994

86

als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven:

160 lid 1/2/3 WVW 1994

m K 150 a

– het kentekenbewijs

28

28

m K 150 b

– het keuringsbewijs

28

m K 150 c

– het rijbewijs

28

28

m K 150 d

–het bromfietscertificaat dan wel het rijbewijs

17

m K 150 e

– de ontheffing

28

m K 155

niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht

160 lid 5 WVW 1994

86

86

69

57

86

zich zodanig gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd door:

5 WVW 1994

m K 175 a

–onvoldoende zicht door de voorruit

69

69

m K 175 b

– onvoldoende zicht door de achterruit

46

46

m K 175 c

–onvoldoende zicht door voor- en achterruit

92

92

m K 175 d

– onvoldoende zicht door voor-achter- en zijruiten

121

m K 175 e

–onvoldoende zicht door zijruit(en)

69

Categorie-indeling A: (Voertuigreglement)

2. Personenauto's;

3. Bedrijfsauto's;

4. Motorfietsen;

5. Driewielige motorrijtuigen;

6. Bromfietsen;

7. Motorrijtuigen met beperkte snelheid;

8. Landbouwtrekkers;

9. Fietsen;

10. Gehandicaptenvoertuigen, utgerust met een verbrandingsmotor of een elektromotor en voorzien van een gesloten categorie;

11. Gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;

12. Aanhangwagens met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's en driewielige motorrijtuigen;

13. Aanhangwagens met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg achter personenauto's, bedrijfsauto's en driewielige motorrijtuigen;

14. Aanhangwagens achter landbouwtrekkers en achter motorrijtuigen met beperkte snelheid;

15. Aanhangwagens achter motorfietsen (15a) of bromfiets (15b)

16. Aanhangwagens achter fietsen op twee wielen;

17. Wagens.

nummers N004-P600: Voertuigreglement (VR)

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl:

0-Algemeen

m N 004

dan wel stilstaan terwijl ten onrechte een gele, een oranje of een daarop lijkende plaat wordt gevoerd dan wel vlakken wordt gevoerd

5.1.4 VR

57

57

57

m N 010 a

het niet in overeenstemming is met de gegevens op het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens

5.∗.1 VR

144

144

144

144

144

m N 010 b

het identificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is

5.∗.1 VR

57

57

57

57

23

57

57

23

57

m N 010 c

de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor en/of achterzijde is/zijn bevestigd

5.∗.1 VR

57

57

57

57

57

m N 010 d

het kenteken niet goed leesbaar is

5.∗.1 VR

57

57

57

57

57

m N 010 e

het na 31-12-1995 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructieplaat, waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister

5.∗.1 VR

57

57

m N 010 f

het merk of de fabrieksaanduiding niet aanwezig is

5.4.1 VR

57

m N 010 k

het niet is voorzien van een gele of oranje plaat dan wel vlakken

5.6.1 VR

23

m N 010 l

nog geen kentekenbewijs is afgegeven en niet de bevoegdheid tot het voortbewegen in het kentekenbewijs van het trekkend voertuig is aangegeven en de aanhangwagen niet geheel beantwoordt aan deze aanduiding

16 WVR gelet op 9.4 lid 1 VR

57

m N 010 m

de brommobiel is voorzien van een gele of oranje plaat dan wel vlakken

5.6.1 VR

57

1-Algemene bouwwijze van het voertuig

m N 020 a

het meerassig is

5.15.2 lid 1 VR

86/34

m N 020 b

het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as

5.15.2 lid 2 VR

86/34

m N 030 a

het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie breuken en of scheuren vertoont

5.∗.3 VR

86

132

86

86

86

132

86

86

86/34

86

m N 030 b

het chassis dan wel de mee of zelfdragende carrosserie is zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht

5.∗.3 VR

86

132

86

86

86

132

86

86

86/34

86

het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork

m N 030 c

– breuken en of scheuren vertoont

5.∗.3 lid 1 VR

86

34

m N 030 d

– is doorgeroest

5.∗.3 lid 1 VR

86

34

m N 030 e

– is vervormd

5.∗.3 lid 1 VR

86

34

m N 030 f

de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd

5.∗.3 VR

86

86

34

34

m N 030 g

het frame met voor- en achtervork breuken en of scheuren vertonen, is doorgeroest of is vervormd

5.5.3 lid 2 VR

86

het frame

m N 030 h

– breuken en of scheuren vertoont

5.9.3 VR

23

m N 030 i

– is doorgeroest

5.9.3 VR

23

m N 030 j

– is vervormd

5.9.3 VR

23

het chassis, de zelfdragende constructie of het frame met vooren achtervork

m N 030 k

– breuken en of scheuren vertoont

5.10.3 VR

34

m N 030 l

– is doorgeroest

5.10.3 VR

34

m N 030 m

–is vervormd

5.10.3 VR

34

het frame dan wel de daarvoor in de plaats tredende delen of het frame met voor- en achtervork

m N 030 n

– breuken en of scheuren vertoont

5.11.3 VR

34

m N 030 o

– is doorgeroest

5.11.3 VR

34

m N 030 p

– is vervormd

5.11.3 VR

34

m N 030 q

de onderdelen van het frame of de daarvoor in de plaats tredende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd

5.11.3 lid 3 VR

34

m N 040 a

de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd

5.∗.4 VR

86

132

86

86

34

132

86

86

86/34

86

m N 040 b

de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is

5.∗.4 VR

132

86

132

86

86

86/34

86

m N 040 c

de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd

5.∗.4 VR

86

34

m N 050

de bedrading niet deugdelijk is bevestigd en niet goed is geïsoleerd

5.∗.5 VR

57

57

57

2-Afmetingen en massa's

m N 060 a

het langer is dan 12 meter (cat. 5; ingebruikname voor 1-11-1997)

5.∗.6 VR

86

86

86

86

86

86

m N 060 b

het breder is dan 2,55 meter (cat. 5; ingebruikname voor 1-11-1997)

5.∗.6 VR

86

86

86

86

86

m N 060 c

het hoger is dan 4 meter (cat. 5; ingebruikname voor 1-11-1997)

5.∗.6 VR

86

86

86

86

86

86

86

86

86

m N 060 d

het rijdende werktuig langer is dan 20 meter

5.3.6 lid 2 VR

86

m N 060 e

de gelede bus langer is dan 18 meter

5.3.6 lid 2 VR

86

m N 060 f

het kermis- of circusvoertuig langer is dan 14 meter

5.∗.6 lid 2 VR

86

86

m N 060 g

het geconditioneerde voertuig breder is dan 2,60 meter

5.∗.6 VR

86

86

m N 060 h

het rijdende werktuig breder is dan 3 meter

5.∗.6 VR

86

86

m N 060 m

het breder is dan 2,60 meter

5.∗.6 VR

86

86

m N 060 n

het breder is dan 3 meter

5.8.6 VR

86

m N 060 o

het langer is dan 3,50 meter

5.∗.6 VR

34

34

m N 060 p

het breder is dan 1,10 meter, geldt niet voor motorrijtuigen (cat. 10) die voor 1-01-2000 in het verkeer zijn gebracht

5.∗.6 VR

34

34

m N 060 q

het hoger is dan 2 meter

5.∗.6 VR

34

34

m N 060 r

het breder is dan 0,75 meter

5.9.6 lid 1 VR

23

m N 060 s

het op meer dan twee wielen of met zijspanwagen breder is dan 1,50 meter

5.9.6 lid 2 VR

23

m N 060 t

het langer is dan 4 meter (cat. 5; ingebruikname na 31-10-1997)

5.∗.6 VR

86

86

34

m N 060 u

het breder is dan 2 meter (cat. 5; ingebruikname na 31-10-1997, cat. 6; op meer dan 2 wielen)

5.∗.6 VR

86

86

34

m N 060 v

het hoger is dan 2,5 meter (cat. 5; ingebruikname na 31-10-1997)

5.∗.6 VR

86

86

34

m N 060 w

de tweewielige bromfiets breder is dan 1 meter

5.6.6 VR

34

m N 061 a

het, niet zijnde een oplegger, langer is dan 12 meter

5.12.6 lid 1 VR

86

m N 061 c

de middenasaanhangwagen die voor 1-07-1967 in gebruik is genomen langer is dan 10 meter

5.12.6 lid 3 VR

86

m N 061 d

de middenasaanhangwagen die na 30-06-1967 maar voor 1-01-1987 in gebruik is genomen en waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 2500 kg maar niet meer dan 3500 kg langer is dan 10 meter

5.12.6 lid 3 VR

86

m N 061 e

bij de oplegger niet zijnde een kermis- of circusvoertuig de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer bedraagt dan 2,04 meter en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer bedraagt dan 12 meter

5.12.6 lid 4 VR

132

m N 061 g

de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger, van het kermisof circusvoertuig dat na 30-04-1993 in gebruik is genomen, meer bedraagt dan 17,50 meter

5.12.6 lid 5 VR

86

m N 061 h

de aanhangwagen, niet zijnde een middenasaanhangwagen, langer is dan 12 meter

5.13.6 VR

86

m N 061 i

de middenasaanhangwagen langer is dan 8 meter

5.13.6 VR

86

m N 061 j

de aanhangwagen ten behoeve van de landbouw breder is dan 3 meter

5.14.6 VR

86

m N 061 k

het breder is dan 1 meter

5.∗.6 VR

86/34

23

m N 061 l

het hoger is dan 1 meter

5.15.6 VR

86/34

m N 061 m

die bespannen is, breder is dan 2,60 meter

5.17.6 lid 1 VR

86

m N 061 n

die onbespannen is, breder is dan 1,50 meter

5.17.6 lid 2 VR

86

de toegestane asdruk of massa wordt overschreden met

m N 070 a

– meer dan 10%

5.∗.7 VR

115

115

115

115

m N 070 b

– meer dan 25%

5.∗.7 VR

173

173

173

173

m N 070 c

– meer dan 50%

5.∗.7 VR

231

231

231

231

m N 070 d

– meer dan 75%

5.∗.7 VR

289

289

289

289

de toegestane wieldruk of massa wordt overschreden met

m N 070 e

– meer dan 10%

5.∗.7 VR

115

115

115

m N 070 f

– meer dan 25%

5.∗.7 VR

173

173

173

m N 070 g

– meer dan 50%

5.∗.7 VR

231

231

231

m N 070 h

– meer dan 75%

5.∗.7 VR

289

289

289

van het rijdende werktuig de toegestane maximum massa wordt overschreden met

m N 071 a

meer dan 5% en t/m 10%

5.3.7 lid 2 VR

121

m N 071 b

meer dan 10% en t/m 15%

5.3.7 lid 2 VR

237

3-Motor

de bromfiets (constructiesnelheid max. 45 km/h) de maximumconstructiesnelheid overschrijdt

m N 081 a

t/m 10 km/h

5.6.8 lid 1 VR

28

m N 081 b

meer dan 10 en t/m 15 km/h

5.6.8 lid 1 VR

40

m N 081 c

meer dan 15 en t/m 20 km/h

5.6.8 lid 1 VR

63

m N 081 d

meer dan 20 en t/m 25 km/h

5.6.8 lid 1 VR

86

m N 081 e

meer dan 25 en t/m 30 km/h

5.6.8 lid 1 VR

115

de bromfiets (constructiesnelheid max. 25 km/h) de maximumconstructiesnelheid overschrijdt

m N 082 a

t/m 10 km/h

5.6.8.lid 2 VR

28

m N 082 b

meer dan 10 en t/m 15 km/h

5.6.8 lid 2 VR

40

m N 082 c

meer dan 15 en t/m 20 km/h

5.6.8 lid 2 VR

63

m N 082 d

meer dan 20 en t/m 25 km/h

5.6.8 lid 2 VR

86

m N 082 e

meer dan 25 en t/m 30 km/h

5.6.8 lid 2 VR

115

m N 090 a

het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd

5.∗.9 lid 1 VR

115

115

115

115

115

m N 090 b

het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd

5.∗.9 lid 1 VR

115

34

34

m N 090 c

het brandstofsysteem lekkage vertoont

5.∗.9 lid 2 VR

115

115

115

115

34

115

115

34

m N 090 d

het brandstofsysteem niet deugdelijk is afgesloten

5.∗.9 lid 3 VR

115

115

115

115

34

115

115

34

m N 090 e

het niet is voorzien van een gaspedaal/gashendel

5.10.9 lid 4 VR

34

m N 090 f

het niet is voorzien van een brandstofniveaumeter (niet verplicht indien voertuig is voorzien van brandstoftank met reservestand)

5.10.9 lid 4 VR

34

m N 090 g

het voertuig dat is uitgerust met een elektromotor niet is voorzien van de vereiste schakelaars en indicatoren

5.∗.9 VR

34

34

m N 090 h

de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd

5.11.9 lid 1 VR

34

m N 100

de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen

5.∗.10 VR

132

132

132

132

m N 110 a

deze niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat

5.∗.11 lid 1 VR

86

86

86

86

34

86

86

34

m N 110 b

het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd

5.∗.11 lid 2 VR

86

86

86

86

86

86

34

m N 110 c

het niet voldoet aan de eisen gesteld ten aanzien van luchtverontreiniging, geluidsproductie, geluidsniveau, uitlaatgassen of het stationaire mengsel (geluidsniveau cat. 4 en 6 zie N110 h t/m k)

5.∗.11 VR

86

86

86

86

34

m N 110 d

de vereiste symbolen niet aanwezig of goed leesbaar zijn

5.∗.11 VR

86

86

m N 110 e

het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is

5.∗.11 VR

86

86

86

34

m N 110 f

de uitmonding van de uitlaat hoger is gelegen dan de bovenkant van de zitplaats

5.6.11 lid 2 VR

34

m N 110 g

de uitstroomrichting van de uitlaatleiding niet horizontaal en evenwijdig aan het mediaanlangsvlak is

5.6.11 lid 3 VR

34

het niet voldoet aan de gestelde eisen ten aanzien van het geluidsniveau

m N 110 h

– overschrijding van het niveau tot en met 9 dB(A)

5.4.11 VR

86

m N 110 j

– overschrijding tot en met het niveau van 101 dB(A)

5.6.11 VR

34

m N 120 a

de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd

5.∗.12 lid 1 VR

86

86

86

86

86

86

34

34

m N 120 b

de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd

5.∗.12 VR

86

86

86

86

34

86

86

34

34

m N 120 c

het voertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt

5.∗.12 lid 3 VR

14

14

m N 130 a

de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd

5.∗.13 VR

86

86

86

86

34

m N 130 b

de rubbers zijn doorgescheurd/de vulcanisatie is losgeraakt

5.∗.13 VR

86

86

86

86

34

m N 130 c

de motor niet deugdelijk is bevestigd

5.∗.13 VR

86

34

4-krachtoverbrenging

m N 140 a

het met een ledige massa van meer dan 400 kg niet is voorzien van een achteruitrijdinrichting

5.7.14 VR

57

m N 140 b

het niet is voorzien van een achteruitrijdinrichting

5.∗.14 VR

57

23

m N 150 a

het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter

5.∗.15 VR

28

28

m N 150 e

het na 26-11-1975, doch voor 31-12-1994 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht afleesbare snelheidsmeter

5.∗.15 VR

28

28

m N 160 a

de onderdelen van de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd zijn

5.∗.16 VR

57

57

57

57

23

57

57

23

m N 160 b

de koppeling niet deugdelijk is

5.∗.16 VR

57

57

57

57

m N 170 a

de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken

5.10.17 VR

23

m N 170 b

de snelheid niet regelbaar is

5.11.17 VR

23

5-Assen

m N 180

de assen niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.∗.18 VR

57

57

57

57

23

57

57

23

57

57

57

57/23

m N 190

de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.∗.19 VR

86

86

86

86

86

m N 200

de wiellagers niet deugdelijk zijn

5.∗.20 VR

57

57

57

57

57

m N 210

de wielbasis te veel afwijkt

5.∗.21 VR

57

57

57

57

m N 220

de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis en de carrosserie te veel verschillen

5.∗.22 VR

86

86

m N 230

de spoorbreedte te groot is

5.∗.23 VR

57

57

m N 240 a

de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.∗.24 VR

86

86

86

86

86

86

86/34

m N 240 b

de wielen/de velgen/de wielnaven/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.3.24–26 VR

132

m N 240 c

de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.∗.24 VR

86

34

34

m N 240 d

de wielen/de velgen/stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.12.24 en 26 VR

132

m N 250

de wielnaven niet deugdelijk bevestigd zijn

5.∗.25 VR

86

86

6-Ophanging

de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden

5.∗.27 VR

m N 270 a

– 1 band

57

57

57

57

23

23

57/23

m N 270 b

– 2 banden

115

115

115

115

46

46

115/46

m N 270 c

– 3 banden

173

173

173

173

69

69

m N 270 d

– 4 banden

231

231

92

een band/de banden beschadigd of versleten is/zijn.

5.∗.27 VR

m N 270 e

– 1 band

57

57

57

23

57

57

23

57

57/23

m N 270 f

– 2 banden

115

115

115

46

115

115

46

115

115/46

m N 270 g

– 3 banden

173

173

173

69

173

173

69

173

m N 270 h

–4 banden

231

231

231

92

231

het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat. Per (band) beschadiging

5.∗.27 VR

m N 270 i

– 1 band

57

57

57

57

23

57

57

57

57

57

m N 270 j

– 2 banden

115

115

115

115

46

115

115

115

115

115

m N 270 k

– 3 banden

173

173

173

173

69

173

173

173

173

173

m N 270 l

–4 banden

231

231

231

231

231

231

231

de band(en) beschadigd of versleten is/zijn of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan

5.∗.27 VR

m N 270 m

– 1 band

80

80

m N 270 n

– 2 banden

138

138

m N 270 o

– 3 banden

196

196

m N 270 p

– 4 banden

254

254

de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden/rupsbanden

5.∗.27 VR

m N 271 a

– 1 band

57

57

m N 271 b

–2 banden

115

115

m N 271 c

– 3 banden

173

173

m N 271 d

– 4 banden

231

231

de wielen zijn voorzien van niet toegestane banden

5.∗.27 VR

m N 271 e

– 1 band

57

57

57

m N 271 f

– 2 banden

115

115

115

m N 271 g

– 3 banden

173

173

173

m N 271 h

– 4 banden

231

231

231

de banden op een as niet dezelfde karkasstructuur hebben

5.∗.27 VR

m N 271 i

– 1 as

57

57

57

m N 271 j

–2 assen

115

115

de luchtbanden op een as niet dezelfde karkasstructuur hebben

5.12.27 VR

m N 271 k

–1 as

57

m N 271 l

– 2 assen

115

m N 271 m

de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg)

5.17.27 VR

28

m N 280

het veersysteem, de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn

5.∗.28 VR

86

86

86

86

34

86

34

86

86