Wet van 3 juli 1989, houdende administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op bepaalde verkeersvoorschriften

Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels vast te stellen om op zichzelf niet ernstige gedragingen in strijd met verkeersvoorschriften, gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet en enkele andere wetten, in plaats van op strafrechtelijke wijze op administratiefrechtelijke wijze af te kunnen doen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Begripsbepalingen

Artikel

1

Hoofdstuk

II

Toepassingsgebied van de wet

Artikel

2

Hoofdstuk

III

Administratieve sanctie

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig waarvoor een kenteken is opgegeven, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Daarbij wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Artikel

5a

Indien is vastgesteld dat de gedraging heeft plaatsgevonden met of door middel van een motorrijtuig, waarmee een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, wordt voortbewogen, dan wel waaraan een aanhangwagen waarvoor een kenteken is vereist, is gekoppeld, en niet aanstonds is vastgesteld wie daarvan de bestuurder is, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van het motorrijtuig ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. Indien het kenteken van het motorrijtuig niet is vastgesteld, wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 31, tweede lid, de administratieve sanctie opgelegd aan degene op wiens naam het kenteken van de aanhangwagen ten tijde van de gedraging in het kentekenregister was ingeschreven. In beide gevallen wordt hij gewezen op het bepaalde in artikel 8.

Artikel

5b

Artikel

5c

Indien geen administratieve sanctie kan worden opgelegd, omdat degene die ten tijde van de geconstateerde gedraging met of door middel van een motorrijtuig met een kenteken als bedoeld in artikel 4 van het Kentekenreglement was ingeschreven in het kentekenregister immuniteit geniet op grond van het volkenrecht, verstrekt de officier van justitie de gegevens, genoemd in artikel 4, eerste lid, tweede volzin aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken ten behoeve van het versturen van een notificatie aan deze kentekenhouder.

Hoofdstuk

IV

Administratief beroep en bezwaar bij de officier van justitie

Artikel

6

Artikel

8

De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

  • a.

    aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen,

  • b.

    een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel

  • c.

    een vrijwaringsbewijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het Kentekenreglement, of een verklaring als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement, overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorrijtuig onderscheidenlijk de betrokken aanhangwagen.

In de onder a, b en c bedoelde gevallen is de officier van justitie bevoegd tot het opleggen van een administratieve sanctie aan degene die de gedraging heeft verricht of aan degene die de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel aan degene aan wie het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen werd overgedragen. De artikelen 4, 6 en 7 zijn alsdan van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de beschikking uiterlijk binnen acht maanden nadat de gedraging heeft plaatsgevonden wordt bekendgemaakt.

Hoofdstuk

V

Beroep bij de kantonrechter van de rechtbank

Artikel

9

Artikel

10

De officier van justitie brengt het beroepschrift en de op de zaak betrekking hebbende stukken ter kennis van de rechtbank van het arrondissement waarin de gedraging is verricht, dan wel bij de rechtbank van het arrondissement waarin de woonplaats van de betrokkene is gelegen.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

13a

Artikel

13b

Hoofdstuk

VI

Hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel 17a

Vervallen

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Het gerechtshof kan partijen en zonodig getuigen en deskundigen opdragen binnen een bepaalde termijn schriftelijk inlichtingen te geven of onder hen berustende stukken in te zenden.

Artikel

20a

Artikel

20b

Indien de zaak op een zitting zal worden behandeld worden de stukken van het geding neergelegd ter griffie van het gerechtshof. Hiervan wordt door de griffier mededeling gedaan aan partijen, onder vermelding van de termijn waarbinnen deze stukken aldaar kunnen worden ingezien en dat daarvan afschriften of uittreksels kunnen worden gevraagd. Op de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen is het bij of krachtens de Wet griffierechten burgerlijke zaken bepaalde van overeenkomstige toepassing.

Artikel

20c

Artikel

20d

Hoofdstuk

VII

Vervallen zekerheidstelling

Artikel

21

Hoofdstuk

VIII

De inning van de administratieve sanctie

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

26a

Artikel

27

Artikel

27a

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de staat geldbedragen, verkregen uit de tenuitvoerlegging van administratieve sancties, op een daarbij vast te stellen grondslag en naar daarbij vast te stellen regelen ten goede laat komen aan een rechtspersoon die krachtens het publiekrecht is ingesteld.

Artikel

28

Artikel

28a

Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister het rijbewijs innemen van degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd. Onze Minister kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin van de bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt, verlengd met één jaar. De inneming van het rijbewijs duurt ten hoogste vier weken.

Artikel

28b

Indien niet of niet volledig verhaal overeenkomstig de artikelen 26 en 27 heeft plaatsgevonden, kan Onze Minister het voertuig waarmee de gedraging heeft plaatsgevonden buiten gebruik stellen of, indien dit voertuig niet wordt aangetroffen, een soortgelijk voertuig waarover degene aan wie de administratieve sanctie is opgelegd, vermag te beschikken. Onze Minister kan tot uiterlijk vijf jaar nadat de opgelegde administratieve sanctie onherroepelijk is geworden van zijn bevoegdheid gebruik maken. Indien betaling in termijnen door Onze Minister is toegestaan, wordt de termijn waarin van de bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt, verlengd met één jaar. De buitengebruikstelling duurt ten hoogste vier weken.

Artikel

29

Artikel

30

Hoofdstuk

IX

Voorlopige maatregelen

Artikel

31

Artikel

32

Indien aan de in artikel 31, eerste lid, bedoelde vordering niet wordt voldaan, is de ambtenaar bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig in bewaring te stellen, totdat het bedrag van de opgelegde en van de reeds verschuldigde administratieve sanctie en van de administratiekosten, alsmede de inmiddels daarop gevallen kosten van de inbewaringstelling zijn voldaan. Daartoe kan hij op kosten van de bestuurder het voertuig naar een door hem aangewezen nabijgelegen plaats overbrengen of doen overbrengen en aldaar in bewaring doen stellen. Zo nodig roept hij hierbij de hulp van de sterke arm in. Artikel 29, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel

33

Hoofdstuk

X

Overige bepalingen

Artikel

34

Artikel

35

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent hetgeen verder ter uitvoering van deze wet nodig is.

Artikel

36

Hoofdstuk

XI

Slotbepalingen

Artikel

37

Vervallen

Artikel

38

Vervallen

Artikel

39

Vervallen

Artikel

40

Vervallen

Artikel

41

Vervallen

Artikel

42

Vervallen

Artikel

43

Vervallen

Artikel

44

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes
De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes
De Minister van Justitie a.i., G. J. M. Braks

Bijlage

als bedoeld in artikel 2, eerste lid

Afdeling A. Verkeer te land

Categorie-indeling B:

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen, en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers;

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

5 – Voetgangers;

6 – Overige weggebruikers;

7 – Gezagvoerders/schippers;

8 – Een ieder.

NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.

NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.

Nummers K 006 – K 172: Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994); Reglement Rijbewijzen (RR)

K

025

als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het kentekenbewijs niet behoorlijk leesbaar is

36 lid 3 sub d WVW 1994

65

65

65

het kenteken niet behoorlijk zichtbaar aanwezig hebben op of aan

40 lid 1 WVW 1994

K

030

a

– een motorrijtuig

190

190

130

190

K

030

b

– de aanhangwagen

190

190

130

190

K

035

het ongeldig verklaarde kentekenbewijs niet binnen de bepaalde termijn inleveren bij de Dienst Wegverkeer

52c lid 3 WVW 1994

320

voor een kentekenplichtig motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder

K

045

a

– is geen keuringsbewijs afgegeven

72 lid 1 WVW 1994

190

190

K

045

b

– heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren

72 lid 2 sub b WVW 1994

190

190

voor een kentekenplichtig motorrijtuig of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg

K

046

a

– is geen keuringsbewijs afgegeven

72 lid 1 WVW 1994

500

500

K

046

b

– heeft het keuringsbewijs zijn geldigheid verloren

72 lid 2 sub b WVW 1994

500

500

als bestuurder van een motorrijtuig rijden terwijl het rijbewijs

K

060

a

– niet voldoet aan de gestelde eisen

107 lid 2 sub a WVW 1994

65

65

45

K

060

e

– zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, waarbij de geldigheidsduur één jaar of minder is verstreken

107 lid 2 sub b WVW 1994

130

130

90

K

060

c

– niet behoorlijk leesbaar is

107 lid 2 sub c WVW 1994

130

130

90

K

060

h

als bestuurder van een bromfiets rijden, terwijl het rijbewijs ongeldig is verklaard voor een of meer categorieën, niet zijnde de categorie AM, en aan betrokkene geen nieuw rijbewijs voor de categorie AM is afgegeven

107 lid 2 sub b WVW 1994

90

K

065

cc

als houder van een rijbewijs B dat met het oog op deelname aan begeleid rijden was afgegeven, jonger dan 18 jaar een motorrijtuig waarvoor rijbewijs B is vereist besturen zonder dat een op de begeleiderspas vermelde begeleider op de zitplaats naast de bestuurder zat

111a lid 3 onder b en c WVW 1994

190

rijonderricht geven voor rijbewijs B terwijl het lesmotorrijtuig niet is voorzien van

K

090

a

– een dubbele bediening c.q. een onderbreker

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub a RR

380

K

090

b

– een binnen- en een buitenspiegel waarmee degene die rijonderricht geeft het achter en rechts naast hem gelegen weggedeelte kan overzien

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR

380

K

090

c

– een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 8 sub b RR

130

K

090

aa

rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, tweewielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 1 RR

130

rijonderricht geven in het kader van de opleiding voor het praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM, drie- of vierwielige bromfiets, terwijl deze niet is voorzien van

K

090

bb

– een dubbele bediening c.q. onderbreker

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR

380

K

090

cc

– een binnen- en buitenspiegel ten behoeve van de rij-instructeur

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR

380

K

090

dd

– een op de voorgeschreven wijze aangebrachte aanduiding

110b lid 1 sub a WVW 1994 jo. 7a lid 2 RR

130

K

145

a

als bestuurder handelen in strijd met één of meer aan een ontheffing, vergunning of vrijstelling verbonden voorschrift(en), niet betrekking hebbend op de begeleiding of vakbekwaamheid

150 lid 2 WVW 1994

190

190

130

75

als bestuurder van een motorrijtuig niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven

K

150

a

– het kentekenbewijs

160 lid 1 sub a WVW 1994

65

65

65

K

150

c

– het rijbewijs

160 lid 1 sub b WVW 1994

110

110

110

K

150

e

– de ontheffing

160 lid 1 sub d WVW 1994

65

K

150

f

– het ingevolge de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders vereiste getuigschrift

160 lid 1 sub c WVW 1994

90

K

150

g

– een gehandicaptenparkeerkaart of een kaart ten behoeve van gehandicaptenvervoer

160 lid 1 sub e WVW 1994

190

190

130

75

K

150

h

– de begeleiderspas

160 lid 1 sub f WVW 1994

90

K

150

aa

als begeleider niet op eerste vordering behoorlijk ter inzage afgeven van het rijbewijs

160 lid 7 WVW 1994

90

K

155

a

niet meewerken aan het onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen

160 lid 5 sub a WVW 1994

320

320

220

120

320

K

155

b

niet meewerken aan het voorlopig onderzoek van uitgeademde lucht en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen

160 lid 5 sub b WVW 1994

320

320

220

120

320

K

155

c

niet meewerken aan het onderzoek van speeksel en/of de aanwijzingen die in dat kader worden gegeven niet opvolgen

160 lid 5 sub c WVW 1994

320

320

220

120

320

Nummers S 005, VA 004 – VV 101: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Categorie-indeling C: (maximumsnelheid)

1 – Motorvoertuigen (uitgezonderd categorie 2 en 4);

2 – Vrachtauto’s, autobussen, als bedrijfsauto aangemerkte kampeerauto’s met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en motorvoertuigen met aanhangwagen;

3 – (Bijzondere) bromfietsen, brommobielen, snorfietsen en gehandicaptenvoertuigen met motor;

4 – Land- of bosbouwtrekkers, mobiele machines en motorrijtuigen met beperkte snelheid.

Hoofdstuk 2. Verkeersregels

VIII. Maximumsnelheid

a. Algemeen

als bestuurder niet in staat zijn, zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kan overzien en waarover deze vrij is

19 RVV 1990

S

005

a

– bij snelheden tot en met 80 km/h

380

380

260

380

Snelheidsoverschrijdingen

Noot

1. * = Recidiveregeling snelheid (zie Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen); bij staandehouding wordt bij overschrijding vanaf 50 km/h of 30 km/h (cat. 3) het rijbewijs ingevorderd en dient het proces-verbaal met het proces-verbaal van invordering te worden ingezonden naar het Openbaar Ministerie.

2. Indien bij een feitcode bij het tarief ’OBM’ staat vermeld dan betreft dit de eis ter zitting voor de eerste overtreding. Naast deze boete dient een OBM ov conform de recidiveregeling snelheidsovertredingen te worden geëist.

b. Binnen de bebouwde kom

overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom

20 sub a RVV 1990 (cat 1/2), 20 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub c en d RVV 1990 (cat 3), 22a RVV 1990 (cat 4)

VA

004

– met 4 km/h

37

62

37

37

VA

005

– met 5 km/h

46

73

46

46

VA

006

– met 6 km/h

56

85

56

56

VA

007

– met 7 km/h

65

100

65

65

VA

008

– met 8 km/h

73

114

73

73

VA

009

– met 9 km/h

84

129

84

84

VA

010

– met 10 km/h

95

142

95

95

VA

011

– met 11 km/h

129

179

129

129

VA

012

– met 12 km/h

140

194

140

140

VA

013

– met 13 km/h

155

211

155

155

VA

014

– met 14 km/h

166

229

166

166

VA

015

– met 15 km/h

179

246

179

179

VA

016

– met 16 km/h

192

263

192

192

VA

017

– met 17 km/h

207

282

207

207

VA

018

– met 18 km/h

223

301

223

223

VA

019

– met 19 km/h

237

321

237

237

VA

020

– met 20 km/h

255

342

255

255

VA

021

– met 21 km/h

272

363

272

272

VA

022

– met 22 km/h

289

385

289

289

VA

023

– met 23 km/h

308

407

308

308

VA

024

– met 24 km/h

324

430

324

324

VA

025

– met 25 km/h

345

455

345

345

VA

026

– met 26 km/h

363

481

363

363

VA

027

– met 27 km/h

387

507

387

387

VA

028

– met 28 km/h

405

524

405

405

VA

029

– met 29 km/h

426

524

426

426

VA

030

– met 30 km/h

446

446

overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom

62 jo. bord A1 (uitgezonderd [30 km/h]) RVV 1990

VB

004

– met 4 km/h

37

62

37

37

VB

005

– met 5 km/h

46

73

46

46

VB

006

– met 6 km/h

56

85

56

56

VB

007

– met 7 km/h

65

100

65

65

VB

008

– met 8 km/h

73

114

73

73

VB

009

– met 9 km/h

84

129

84

84

VB

010

– met 10 km/h

95

142

95

95

VB

011

– met 11 km/h

129

179

129

129

VB

012

– met 12 km/h

140

194

140

140

VB

013

– met 13 km/h

155

211

155

155

VB

014

– met 14 km/h

166

229

166

166

VB

015

– met 15 km/h

179

246

179

179

VB

016

– met 16 km/h

192

263

192

192

VB

017

– met 17 km/h

207

282

207

207

VB

018

– met 18 km/h

223

301

223

223

VB

019

– met 19 km/h

237

321

237

237

VB

020

– met 20 km/h

255

342

255

255

VB

021

– met 21 km/h

272

363

272

272

VB

022

– met 22 km/h

289

385

289

289

VB

023

– met 23 km/h

308

407

308

308

VB

024

– met 24 km/h

324

430

324

324

VB

025

– met 25 km/h

345

455

345

345

VB

026

– met 26 km/h

363

481

363

363

VB

027

– met 27 km/h

387

507

387

387

VB

028

– met 28 km/h

405

524

405

405

VB

029

– met 29 km/h

426

524

426

426

VB

030

– met 30 km/h

446

446

overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (bord A1 [30 km/h])

62 jo. bord A1 RVV 1990

VS

004

– met 4 km/h

62

137

62

62

VS

005

– met 5 km/h

73

155

73

73

VS

006

– met 6 km/h

85

173

85

85

VS

007

– met 7 km/h

98

194

98

98

VS

008

– met 8 km/h

113

213

113

113

VS

009

– met 9 km/h

126

233

126

126

VS

010

– met 10 km/h

142

252

142

142

VS

011

– met 11 km/h

179

298

179

179

VS

012

– met 12 km/h

194

320

194

194

VS

013

– met 13 km/h

210

343

210

210

VS

014

– met 14 km/h

229

365

229

229

VS

015

– met 15 km/h

246

388

246

246

VS

016

– met 16 km/h

263

413

263

263

VS

017

– met 17 km/h

282

436

282

282

VS

018

– met 18 km/h

301

463

301

301

VS

019

– met 19 km/h

321

489

321

321

VS

020

– met 20 km/h

342

517

342

342

VS

021

– met 21 km/h

363

524

363

363

VS

022

– met 22 km/h

388

524

388

388

VS

023

– met 23 km/h

410

410

410

VS

024

– met 24 km/h

434

434

434

VS

025

– met 25 km/h

456

456

456

VS

026

– met 26 km/h

481

481

481

VS

027

– met 27 km/h

505

505

505

VS

028

– met 28 km/h

524

524

524

VS

029

– met 29 km/h

524

524

524

overschrijding van de maximumsnelheid binnen een erf

45 RVV 1990

VV

004

– met 4 km/h

62

137

62

62

VV

005

– met 5 km/h

73

155

73

73

VV

006

– met 6 km/h

85

173

85

85

VV

007

– met 7 km/h

98

194

98

98

VV

008

– met 8 km/h

113

213

113

113

VV

009

– met 9 km/h

126

233

126

126

VV

010

– met 10 km/h

142

252

142

142

VV

011

– met 11 km/h

179

298

179

179

VV

012

– met 12 km/h

194

320

194

194

VV

013

– met 13 km/h

210

343

210

210

VV

014

– met 14 km/h

229

365

229

229

VV

015

– met 15 km/h

246

388

246

246

VV

016

– met 16 km/h

263

413

263

263

VV

017

– met 17 km/h

282

436

282

282

VV

018

– met 18 km/h

301

463

301

301

VV

019

– met 19 km/h

321

489

321

321

VV

020

– met 20 km/h

342

517

342

342

VV

021

– met 21 km/h

363

524

363

363

VV

022

– met 22 km/h

388

524

388

388

VV

023

– met 23 km/h

410

410

410

VV

024

– met 24 km/h

434

434

434

VV

025

– met 25 km/h

456

456

456

VV

026

– met 26 km/h

481

481

481

VV

027

– met 27 km/h

505

505

505

VV

028

– met 28 km/h

524

524

524

VV

029

– met 29 km/h

524

524

524

overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom

62 jo. bord A3 RVV 1990

VC

004

– met 4 km/h

37

62

37

37

VC

005

– met 5 km/h

46

73

46

46

VC

006

– met 6 km/h

56

85

56

56

VC

007

– met 7 km/h

65

100

65

65

VC

008

– met 8 km/h

73

114

73

73

VC

009

– met 9 km/h

84

129

84

84

VC

010

– met 10 km/h

95

142

95

95

VC

011

– met 11 km/h

129

179

129

129

VC

012

– met 12 km/h

140

194

140

140

VC

013

– met 13 km/h

155

211

155

155

VC

014

– met 14 km/h

166

229

166

166

VC

015

– met 15 km/h

179

246

179

179

VC

016

– met 16 km/h

192

263

192

192

VC

017

– met 17 km/h

207

282

207

207

VC

018

– met 18 km/h

223

301

223

223

VC

019

– met 19 km/h

237

321

237

237

VC

020

– met 20 km/h

255

342

255

255

VC

021

– met 21 km/h

272

363

272

272

VC

022

– met 22 km/h

289

385

289

289

VC

023

– met 23 km/h

308

407

308

308

VC

024

– met 24 km/h

324

430

324

324

VC

025

– met 25 km/h

345

455

345

345

VC

026

– met 26 km/h

363

481

363

363

VC

027

– met 27 km/h

387

507

387

387

VC

028

– met 28 km/h

405

524

405

405

VC

029

– met 29 km/h

426

524

426

426

VC

030

– met 30 km/h

446

446

overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden

62 jo. bord A1 RVV 1990

VD

004

– met 4 km/h

62

137

62

62

VD

005

– met 5 km/h

73

155

73

73

VD

006

– met 6 km/h

85

173

85

85

VD

007

– met 7 km/h

98

194

98

98

VD

008

– met 8 km/h

113

213

113

113

VD

009

– met 9 km/h

126

233

126

126

VD

010

– met 10 km/h

142

252

142

142

VD

011

– met 11 km/h

179

298

179

179

VD

012

– met 12 km/h

194

320

194

194

VD

013

– met 13 km/h

210

343

210

210

VD

014

– met 14 km/h

229

365

229

229

VD

015

– met 15 km/h

246

388

246

246

VD

016

– met 16 km/h

263

413

263

263

VD

017

– met 17 km/h

282

436

282

282

VD

018

– met 18 km/h

301

463

301

301

VD

019

– met 19 km/h

321

489

321

321

VD

020

– met 20 km/h

342

517

342

342

VD

021

– met 21 km/h

363

524

363

363

VD

022

– met 22 km/h

388

524

388

388

VD

023

– met 23 km/h

410

410

410

VD

024

– met 24 km/h

434

434

434

VD

025

– met 25 km/h

456

456

456

VD

026

– met 26 km/h

481

481

481

VD

027

– met 27 km/h

505

505

505

VD

028

– met 28 km/h

524

524

524

VD

029

– met 29 km/h

524

524

524

overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden

62 jo. bord A3 RVV 1990

VE

004

– met 4 km/h

62

137

62

62

VE

005

– met 5 km/h

73

155

73

73

VE

006

– met 6 km/h

85

173

85

85

VE

007

– met 7 km/h

98

194

98

98

VE

008

– met 8 km/h

113

213

113

113

VE

009

– met 9 km/h

126

233

126

126

VE

010

– met 10 km/h

142

252

142

142

VE

011

– met 11 km/h

179

298

179

179

VE

012

– met 12 km/h

194

320

194

194

VE

013

– met 13 km/h

210

343

210

210

VE

014

– met 14 km/h

229

365

229

229

VE

015

– met 15 km/h

246

388

246

246

VE

016

– met 16 km/h

263

413

263

263

VE

017

– met 17 km/h

282

436

282

282

VE

018

– met 18 km/h

301

463

301

301

VE

019

– met 19 km/h

321

489

321

321

VE

020

– met 20 km/h

342

517

342

342

VE

021

– met 21 km/h

363

524

363

363

VE

022

– met 22 km/h

388

524

388

388

VE

023

– met 23 km/h

410

410

410

VE

024

– met 24 km/h

434

434

434

VE

025

– met 25 km/h

456

456

456

VE

026

– met 26 km/h

481

481

481

VE

027

– met 27 km/h

505

505

505

VE

028

– met 28 km/h

524

524

524

VE

029

– met 29 km/h

524

524

524

c. (Auto)wegen buiten de bebouwde kom

overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom

21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, e en f RVV 1990 (cat 2), 21 sub b en c RVV 1990 (cat 3), 22 sub c en d RVV 1990 (cat 3), 22a RVV 1990 (cat 4)

VF

004

– met 4 km/h

33

50

33

33

VF

005

– met 5 km/h

42

60

42

42

VF

006

– met 6 km/h

50

72

50

50

VF

007

– met 7 km/h

59

84

59

59

VF

008

– met 8 km/h

68

97

68

68

VF

009

– met 9 km/h

79

107

79

79

VF

010

– met 10 km/h

89

120

89

89

VF

011

– met 11 km/h

121

152

121

121

VF

012

– met 12 km/h

134

168

134

134

VF

013

– met 13 km/h

147

184

147

147

VF

014

– met 14 km/h

159

198

159

159

VF

015

– met 15 km/h

172

213

172

172

VF

016

– met 16 km/h

184

231

184

184

VF

017

– met 17 km/h

197

249

197

197

VF

018

– met 18 km/h

210

266

210

210

VF

019

– met 19 km/h

227

284

227

227

VF

020

– met 20 km/h

243

301

243

243

VF

021

– met 21 km/h

258

321

258

258

VF

022

– met 22 km/h

273

342

273

273

VF

023

– met 23 km/h

289

362

289

289

VF

024

– met 24 km/h

308

381

308

308

VF

025

– met 25 km/h

326

404

326

326

VF

026

– met 26 km/h

345

426

345

345

VF

027

– met 27 km/h

362

446

362

362

VF

028

– met 28 km/h

381

471

381

381

VF

029

– met 29 km/h

404

494

404

404

VF

030

– met 30 km/h

424

517

424

overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom

62 jo. bord A1 RVV 1990

VG

004

– met 4 km/h

33

50

33

VG

005

– met 5 km/h

42

60

42

VG

006

– met 6 km/h

50

72

50

VG

007

– met 7 km/h

59

84

59

VG

008

– met 8 km/h

68

97

68

VG

009

– met 9 km/h

79

107

79

VG

010

– met 10 km/h

89

120

89

VG

011

– met 11 km/h

121

152

121

VG

012

– met 12 km/h

134

168

134

VG

013

– met 13 km/h

147

184

147

VG

014

– met 14 km/h

159

198

159

VG

015

– met 15 km/h

172

213

172

VG

016

– met 16 km/h

184

231

184

VG

017

– met 17 km/h

197

249

197

VG

018

– met 18 km/h

210

266

210

VG

019

– met 19 km/h

227

284

227

VG

020

– met 20 km/h

243

301

243

VG

021

– met 21 km/h

258

321

258

VG

022

– met 22 km/h

273

342

273

VG

023

– met 23 km/h

289

362

289

VG

024

– met 24 km/h

308

381

308

VG

025

– met 25 km/h

326

404

326

VG

026

– met 26 km/h

345

426

345

VG

027

– met 27 km/h

362

446

362

VG

028

– met 28 km/h

381

471

381

VG

029

– met 29 km/h

404

494

404

VG

030

– met 30 km/h

424

517

overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom

62 jo. bord A3 RVV 1990

VH

004

– met 4 km/h

33

50

33

VH

005

– met 5 km/h

42

60

42

VH

006

– met 6 km/h

50

72

50

VH

007

– met 7 km/h

59

84

59

VH

008

– met 8 km/h

68

97

68

VH

009

– met 9 km/h

79

107

79

VH

010

– met 10 km/h

89

120

89

VH

011

– met 11 km/h

121

152

121

VH

012

– met 12 km/h

134

168

134

VH

013

– met 13 km/h

147

184

147

VH

014

– met 14 km/h

159

198

159

VH

015

– met 15 km/h

172

213

172

VH

016

– met 16 km/h

184

231

184

VH

017

– met 17 km/h

197

249

197

VH

018

– met 18 km/h

210

266

210

VH

019

– met 19 km/h

227

284

227

VH

020

– met 20 km/h

243

301

243

VH

021

– met 21 km/h

258

321

258

VH

022

– met 22 km/h

273

342

273

VH

023

– met 23 km/h

289

362

289

VH

024

– met 24 km/h

308

381

308

VH

025

– met 25 km/h

326

404

326

VH

026

– met 26 km/h

345

426

345

VH

027

– met 27 km/h

362

446

362

VH

028

– met 28 km/h

381

471

381

VH

029

– met 29 km/h

404

494

404

VH

030

– met 30 km/h

424

517

overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden

62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)

VI

004

– met 4 km/h

50

73

50

VI

005

– met 5 km/h

60

89

60

VI

006

– met 6 km/h

72

107

72

VI

007

– met 7 km/h

84

124

84

VI

008

– met 8 km/h

97

142

97

VI

009

– met 9 km/h

108

160

108

VI

010

– met 10 km/h

121

179

121

VI

011

– met 11 km/h

156

220

156

VI

012

– met 12 km/h

171

240

171

VI

013

– met 13 km/h

184

259

184

VI

014

– met 14 km/h

198

281

198

VI

015

– met 15 km/h

213

301

213

VI

016

– met 16 km/h

231

324

231

VI

017

– met 17 km/h

249

346

249

VI

018

– met 18 km/h

266

371

266

VI

019

– met 19 km/h

284

395

284

VI

020

– met 20 km/h

301

418

301

VI

021

– met 21 km/h

321

445

321

VI

022

– met 22 km/h

342

469

342

VI

023

– met 23 km/h

362

497

362

VI

024

– met 24 km/h

381

523

381

VI

025

– met 25 km/h

404

524

404

VI

026

– met 26 km/h

426

524

426

VI

027

– met 27 km/h

446

524

446

VI

028

– met 28 km/h

471

471

VI

029

– met 29 km/h

494

494

VI

030

– met 30 km/h

517

overschrijding van de maximumsnelheid op (auto)wegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden

62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)

VK

004

– met 4 km/h

50

73

50

VK

005

– met 5 km/h

60

89

60

VK

006

– met 6 km/h

72

107

72

VK

007

– met 7 km/h

84

124

84

VK

008

– met 8 km/h

97

142

97

VK

009

– met 9 km/h

108

160

108

VK

010

– met 10 km/h

121

179

121

VK

011

– met 11 km/h

156

220

156

VK

012

– met 12 km/h

171

240

171

VK

013

– met 13 km/h

184

259

184

VK

014

– met 14 km/h

198

281

198

VK

015

– met 15 km/h

213

301

213

VK

016

– met 16 km/h

231

324

231

VK

017

– met 17 km/h

249

346

249

VK

018

– met 18 km/h

266

371

266

VK

019

– met 19 km/h

284

395

284

VK

020

– met 20 km/h

301

418

301

VK

021

– met 21 km/h

321

445

321

VK

022

– met 22 km/h

342

469

342

VK

023

– met 23 km/h

362

497

362

VK

024

– met 24 km/h

381

523

381

VK

025

– met 25 km/h

404

524

404

VK

026

– met 26 km/h

426

524

426

VK

027

– met 27 km/h

446

524

446

VK

028

– met 28 km/h

471

471

VK

029

– met 29 km/h

494

494

VK

030

– met 30 km/h

517

d. Autosnelwegen

overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom

21 sub a RVV 1990 (cat 1), 22 sub a, b, e en f RVV 1990 (cat 2)

VL

004

– met 4 km/h

28

36

VL

005

– met 5 km/h

34

45

VL

006

– met 6 km/h

41

56

VL

007

– met 7 km/h

49

67

VL

008

– met 8 km/h

56

77

VL

009

– met 9 km/h

64

88

VL

010

– met 10 km/h

84

115

VL

011

– met 11 km/h

115

149

VL

012

– met 12 km/h

126

163

VL

013

– met 13 km/h

136

176

VL

014

– met 14 km/h

147

191

VL

015

– met 15 km/h

159

204

VL

016

– met 16 km/h

171

220

VL

017

– met 17 km/h

185

237

VL

018

– met 18 km/h

200

255

VL

019

– met 19 km/h

213

272

VL

020

– met 20 km/h

229

289

VL

021

– met 21 km/h

244

308

VL

022

– met 22 km/h

258

326

VL

023

– met 23 km/h

273

345

VL

024

– met 24 km/h

289

363

VL

025

– met 25 km/h

304

387

VL

026

– met 26 km/h

321

407

VL

027

– met 27 km/h

337

427

VL

028

– met 28 km/h

350

450

VL

029

– met 29 km/h

369

471

VL

030

– met 30 km/h

389

494

VL

031

a

– met 31 km/h

408

VL

032

a

– met 32 km/h

427

VL

033

a

– met 33 km/h

446

VL

034

a

– met 34 km/h

468

VL

035

a

– met 35 km/h

488

VL

036

a

– met 36 km/h

508

VL

037

a

– met 37 km/h

524

VL

038

a

– met 38 km/h

524

VL

039

a

– met 39 km/h

524

overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom

62 jo. bord A1 RVV 1990

VM

004

– met 4 km/h

28

36

VM

005

– met 5 km/h

34

45

VM

006

– met 6 km/h

41

56

VM

007

– met 7 km/h

49

67

VM

008

– met 8 km/h

56

77

VM

009

– met 9 km/h

64

88

VM

010

– met 10 km/h

84

115

VM

011

– met 11 km/h

115

149

VM

012

– met 12 km/h

126

163

VM

013

– met 13 km/h

136

176

VM

014

– met 14 km/h

147

191

VM

015

– met 15 km/h

159

204

VM

016

– met 16 km/h

171

220

VM

017

– met 17 km/h

185

237

VM

018

– met 18 km/h

200

255

VM

019

– met 19 km/h

213

272

VM

020

– met 20 km/h

229

289

VM

021

– met 21 km/h

244

308

VM

022

– met 22 km/h

258

326

VM

023

– met 23 km/h

273

345

VM

024

– met 24 km/h

289

363

VM

025

– met 25 km/h

304

387

VM

026

– met 26 km/h

321

407

VM

027

– met 27 km/h

337

427

VM

028

– met 28 km/h

350

450

VM

029

– met 29 km/h

369

471

VM

030

– met 30 km/h

389

494

VM

031

a

– met 31 km/h

408

VM

032

a

– met 32 km/h

427

VM

033

a

– met 33 km/h

446

VM

034

a

– met 34 km/h

468

VM

035

a

– met 35 km/h

488

VM

036

a

– met 36 km/h

508

VM

037

a

– met 37 km/h

524

VM

038

a

– met 38 km/h

524

VM

039

a

– met 39 km/h

524

overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom

62 jo. bord A3 RVV 1990

VN

004

– met 4 km/h

28

36

VN

005

– met 5 km/h

34

45

VN

006

– met 6 km/h

41

56

VN

007

– met 7 km/h

49

67

VN

008

– met 8 km/h

56

77

VN

009

– met 9 km/h

64

88

VN

010

– met 10 km/h

84

115

VN

011

– met 11 km/h

115

149

VN

012

– met 12 km/h

126

163

VN

013

– met 13 km/h

136

176

VN

014

– met 14 km/h

147

191

VN

015

– met 15 km/h

159

204

VN

016

– met 16 km/h

171

220

VN

017

– met 17 km/h

185

237

VN

018

– met 18 km/h

200

255

VN

019

– met 19 km/h

213

272

VN

020

– met 20 km/h

229

289

VN

021

– met 21 km/h

244

308

VN

022

– met 22 km/h

258

326

VN

023

– met 23 km/h

273

345

VN

024

– met 24 km/h

289

363

VN

025

– met 25 km/h

304

387

VN

026

– met 26 km/h

321

407

VN

027

– met 27 km/h

337

427

VN

028

– met 28 km/h

350

450

VN

029

– met 29 km/h

369

471

VN

030

– met 30 km/h

389

494

VN

031

a

– met 31 km/h

408

VN

032

a

– met 32 km/h

427

VN

033

a

– met 33 km/h

446

VN

034

a

– met 34 km/h

468

VN

035

a

– met 35 km/h

488

VN

036

a

– met 36 km/h

508

VN

037

a

– met 37 km/h

524

VN

038

a

– met 38 km/h

524

VN

039

a

– met 39 km/h

524

overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden

62 jo. bord A1 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)

VO

004

– met 4 km/h

36

57

VO

005

– met 5 km/h

45

70

VO

006

– met 6 km/h

56

83

VO

007

– met 7 km/h

67

98

VO

008

– met 8 km/h

76

113

VO

009

– met 9 km/h

86

129

VO

010

– met 10 km/h

114

169

VO

011

– met 11 km/h

147

210

VO

012

– met 12 km/h

163

229

VO

013

– met 13 km/h

176

246

VO

014

– met 14 km/h

192

269

VO

015

– met 15 km/h

207

289

VO

016

– met 16 km/h

220

310

VO

017

– met 17 km/h

237

333

VO

018

– met 18 km/h

255

353

VO

019

– met 19 km/h

272

378

VO

020

– met 20 km/h

289

400

VO

021

– met 21 km/h

308

424

VO

022

– met 22 km/h

326

446

VO

023

– met 23 km/h

345

471

VO

024

– met 24 km/h

363

498

VO

025

– met 25 km/h

382

524

VO

026

– met 26 km/h

405

524

VO

027

– met 27 km/h

426

524

VO

028

– met 28 km/h

446

VO

029

– met 29 km/h

471

VO

030

– met 30 km/h

494

overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen buiten de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden

62 jo. bord A3 RVV 1990, 22 sub a, e en f RVV 1990 (cat 2)

VP

004

– met 4 km/h

36

57

VP

005

– met 5 km/h

45

70

VP

006

– met 6 km/h

56

83

VP

007

– met 7 km/h

67

98

VP

008

– met 8 km/h

76

113

VP

009

– met 9 km/h

86

129

VP

010

– met 10 km/h

114

169

VP

011

– met 11 km/h

147

210

VP

012

– met 12 km/h

163

229

VP

013

– met 13 km/h

176

246

VP

014

– met 14 km/h

192

269

VP

015

– met 15 km/h

207

289

VP

016

– met 16 km/h

220

310

VP

017

– met 17 km/h

237

333

VP

018

– met 18 km/h

255

353

VP

019

– met 19 km/h

272

378

VP

020

– met 20 km/h

289

400

VP

021

– met 21 km/h

308

424

VP

022

– met 22 km/h

326

446

VP

023

– met 23 km/h

345

471

VP

024

– met 24 km/h

363

498

VP

025

– met 25 km/h

382

524

VP

026

– met 26 km/h

405

524

VP

027

– met 27 km/h

426

524

VP

028

– met 28 km/h

446

VP

029

– met 29 km/h

471

VP

030

– met 30 km/h

494

Maatregel na ernstige verstoring olie-aanvoer

overschrijding van de door de Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde maximumsnelheid op autosnelwegen bij ernstige verstoring van de olieaanvoer

86b jo. 86a RVV 1990

VR

004

– met 4 km/h

37

VR

005

– met 5 km/h

46

VR

006

– met 6 km/h

56

VR

007

– met 7 km/h

65

VR

008

– met 8 km/h

73

VR

009

– met 9 km/h

84

VR

010

– met 10 km/h

95

VR

011

– met 11 km/h

129

VR

012

– met 12 km/h

140

VR

013

– met 13 km/h

155

VR

014

– met 14 km/h

166

VR

015

– met 15 km/h

179

VR

016

– met 16 km/h

192

VR

017

– met 17 km/h

207

VR

018

– met 18 km/h

223

VR

019

– met 19 km/h

237

VR

020

– met 20 km/h

255

VR

021

– met 21 km/h

272

VR

022

– met 22 km/h

289

VR

023

– met 23 km/h

308

VR

024

– met 24 km/h

324

VR

025

– met 25 km/h

345

VR

026

– met 26 km/h

363

VR

027

– met 27 km/h

387

VR

028

– met 28 km/h

405

VR

029

– met 29 km/h

426

VR

030

– met 30 km/h

446

Nummers R 302 – R 631: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)

Categorie-indeling B:

1 – Bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen en bestuurders van brommobielen voor zover het de bepalingen van het RVV 1990 betreft;

2 – Bestuurders van motorvoertuigen op twee wielen;

3 – Bromfietsers, snorfietsers en bijzondere bromfietsers;

4 – Fietsers en bestuurders van gehandicaptenvoertuigen met of zonder motor;

5 – Voetgangers;

6 – Overige weggebruikers;

7 – Gezagvoerders/schippers;

8 – Een ieder.

NB 1 De categorieën 1 tot en met 4 gelden in voorkomend geval mede voor bestuurders van één van de op die categorieën betrekking hebbende voertuigen, indien daarmee een aanhangwagen wordt voortbewogen. Dit geldt eveneens voor geparkeerde aanhangwagens indien deze door een onder één van deze categorieën vallende bestuurders is geparkeerd.

NB 2 Op basis van artikel 2a RVV 1990 zijn, tenzij anders bepaald, voor brommobielen en bestuurders en passagiers van brommobielen de regels betreffende motorvoertuigen van toepassing. Voor de feitcodes waar dit op van toepassing is moet in geval van een overtreding met een brommobiel of door een bestuurder van een brommobiel gepleegde overtreding in plaats van motorvoertuig brommobiel worden gelezen.

Hoofdstuk 2. Verkeersregels

I. Plaats op de weg

R

301

als bestuurder van een motorvoertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg of autosnelweg

3 lid 1 RVV 1990

280

280

R

303

a

als bestuurder van een voertuig niet zoveel mogelijk rechts houden op een andere weg dan autoweg of autosnelweg

3 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

305

als voetganger niet het voetpad of trottoir gebruiken

4 lid 1 RVV 1990

55

R

306

als voetganger bij gebreke van een voetpad of trottoir niet het fietspad of het fiets/bromfietspad gebruiken

4 lid 2 RVV 1990

55

R

307

als voetganger bij gebreke van een voetpad, een trottoir en een fietspad of fiets/bromfietspad niet de berm of de uiterste zijde van de rijbaan gebruiken

4 lid 3 RVV 1990

55

R

324

als persoon die zich verplaatst met behulp van een voorwerp, niet zijnde een voertuig, niet het fietspad, het fiets/bromfietspad, het trottoir of het voetpad gebruiken

4 lid 4 RVV 1990

55

R

308

als (snor)fietser niet het verplichte fietspad of fiets/bromfietspad gebruiken

5 lid 1 RVV 1990

130

75

R

309

als (snor)fietser bij gebreke van een verplicht fietspad of fiets/bromfietspad niet de rijbaan gebruiken

5 lid 2 RVV 1990

130

75

R

312

b

als snorfietser met ingeschakelde verbrandingsmotor het onverplichte fietspad gebruiken

5 lid 3 RVV 1990

130

R

312

c

als bestuurder van een snorfiets niet de rijbaan gebruiken terwijl dit bij verkeersbesluit, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de wet, is bepaald en dit bij het verkeersteken dat het verplichte fietspad aangeeft met een onderbord is aangeduid

5 lid 8 RVV 1990

130

R

310

als bromfietser niet het fiets/bromfietspad gebruiken

6 lid 1 RVV 1990

130

R

311

als bromfietser niet de rijbaan gebruiken bij ontbreken van een fiets/bromfietspad (bord G12a)

6 lid 2 RVV 1990

130

R

311

a

als bestuurder van een bromfiets op meer dan twee wielen of een bromfiets met aanhangwagen, die met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m, niet de rijbaan gebruiken

6 lid 3 RVV 1990

130

R

313

als ruiter niet het ruiterpad gebruiken

8 lid 1 RVV 1990

75

R

314

als ruiter bij gebreke van een ruiterpad niet de berm of de rijbaan gebruiken

8 lid 2 RVV 1990

75

als bestuurder van een motorvoertuig niet de rijbaan gebruiken

10 lid 1 RVV 1990

R

315

a

– door te rijden over het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets-/bromfietspad of het ruiterpad

190

190

190

R

315

b

– door stil te staan op het trottoir, het voetpad, het fietspad, het fiets-/bromfietspad of het ruiterpad

130

130

130

R

316

als bestuurder van een bespannen wagen niet de rijbaan gebruiken

10 lid 1 RVV 1990

75

R

317

als bestuurder van een onbespannen wagen niet de rijbaan gebruiken

10 lid 1 RVV 1990

75

R

319

als bestuurder van een motorvoertuig een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken

10 lid 2 RVV 1990

190

190

R

323

als bromfietser een met een doorgetrokken streep gemarkeerde fietsstrook gebruiken

10 lid 2 RVV 1990

130

II. Inhalen

R

326

als bestuurder niet links inhalen

11 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

IV. Oprijden van kruispunten

R

331

als bestuurder een kruispunt blokkeren

14 RVV 1990

320

320

220

120

120

V. Verlenen van voorrang

R

336

als bestuurder op een kruispunt geen voorrang verlenen aan bestuurders van rechts

15 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

337

als bestuurder op een onverharde weg geen voorrang verlenen aan bestuurders op een verharde weg

15 lid 2 sub a RVV 1990

320

320

220

120

120

R

338

als bestuurder geen voorrang verlenen aan bestuurders van een tram

15 lid 2 sub b RVV 1990

320

320

220

120

120

R

340

a

als weggebruiker een overweg opgaan, terwijl men niet direct kan doorgaan en de overweg niet geheel vrij kan maken

15a lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

VI. Doorsnijden militaire colonnes en uitvaartstoeten van motorvoertuigen

R

341

als weggebruiker een militaire colonne doorsnijden

16 RVV 1990

130

130

90

50

35

50

R

342

als weggebruiker een uitvaartstoet van motorvoertuigen doorsnijden

16 RVV 1990

130

130

90

50

35

50

VII. Afslaan

R

346

als bestuurder afslaan zonder een teken met de richtingaanwijzer of met de arm te geven

17 lid 2 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

347

a

als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat hem op dezelfde weg tegemoet komt

18 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

347

b

als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel links dicht achter hem bevindt

18 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

347

c

als bestuurder bij het afslaan niet het verkeer voor laten gaan, dat zich naast dan wel rechts dicht achter hem bevindt

18 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

348

als bestuurder links afslaan zonder tegemoetkomende bestuurders die op hetzelfde kruispunt rechts afslaan, voor te laten gaan

18 lid 2 RVV 1990

320

320

220

120

120

Noot stilstaan en parkeren

In dit onderdeel zijn tevens enkele parkeerfeiten uit de plaatselijke verordeningen en de WVW 1994 opgenomen.

IX. Stilstaan

R

395

een voertuig op een zodanige wijze laten staan waardoor op de weg gevaar wordt/kan worden veroorzaakt, dan wel het verkeer wordt/kan worden gehinderd

5 WVW 1994

190

190

130

75

75

als bestuurder een voertuig laten stilstaan

23 lid 1

R

396

a

– op een kruispunt

sub a RVV 1990

190

190

75

R

396

b

– op een fietsstrook

sub b RVV 1990

130

130

50

R

396

c

– op de rijbaan langs een fietsstrook

sub b RVV 1990

130

130

50

R

396

d

– op een oversteekplaats of binnen een afstand van vijf meter daarvan

sub c RVV 1990

130

130

50

R

396

e

– in een tunnel

sub d RVV 1990

130

130

50

R

396

f

– bij een bord bushalte ter hoogte van de geblokte markering

sub e RVV 1990

130

130

50

R

396

g

– bij een bord bushalte op een afstand van minder dan twaalf meter van dat bord terwijl de geblokte markering niet is aangebracht

sub e RVV 1990

130

130

50

R

396

h

– op de rijbaan langs een busstrook

sub f RVV 1990

130

130

50

R

396

i

– langs een gele doorgetrokken streep

62 jo. 23 lid 1 sub g RVV 1990

130

130

50

R

396

j

– op een overweg

23 lid 1 sub a RVV 1990

130

130

50

X. Parkeren

als bestuurder een voertuig parkeren

24 lid 1

R

397

a

– bij een kruispunt op een afstand van minder dan vijf meter daarvan

sub a RVV 1990

130

130

50

R

397

b

– voor een inrit of uitrit

sub b RVV 1990

130

130

50

R

397

c

– buiten de bebouwde kom op de rijbaan van een voorrangsweg

sub c RVV 1990

130

130

50

R

397

d

– op een parkeergelegenheid terwijl blijkens de aanduiding op of onder het bord, dat voertuig niet behoort tot de aangegeven categorie of groep voertuigen

sub d RVV 1990

130

130

50

R

397

e

– op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op een andere wijze dan op het bord of op het onderbord is aangegeven

sub d RVV 1990

130

130

50

R

397

ea

– op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd met een ander doel dan op het bord of op het onderbord is aangegeven

sub d RVV 1990

130

130

50

R

397

f

– op een parkeergelegenheid, terwijl dat voertuig staat geparkeerd op dagen of uren waarop dit blijkens het onderbord is verboden

sub d RVV 1990

130

130

50

R

397

g

– langs een gele onderbroken streep

sub e RVV 1990

130

130

50

R

397

h

– op een gelegenheid bestemd voor onmiddellijk laden en lossen van goederen

sub f RVV 1990

130

130

50

R

397

i

– op een parkeerplaats voor vergunninghouders aangeduid door verkeersbord E9, zonder dat voor dat voertuig een vergunning tot parkeren op die plaats was verleend

sub g RVV 1990

130

130

50

R

397

j

– op een parkeergelegenheid aangeduid door één van de borden E4 tot en met E10, E12 of E13 van de bijlage I buiten de aangegeven parkeervakken

24 lid 4 RVV 1990

130

130

50

R

398

als bestuurder een voertuig dubbel parkeren

24 lid 3 RVV 1990

130

130

50

als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren op plaatsen die zijn voorzien van een blauwe streep, terwijl

R

400

ae

– dat motorvoertuig niet is voorzien van een duidelijk zichtbare achter de voorruit geplaatste parkeerschijf

25 lid 2 RVV 1990

130

R

400

af

– dat motorvoertuig niet is voorzien van een parkeerschijf, waarop aan de getoonde zijde slechts één kalenderuren aanduidende cijferreeks staat die vanaf het begin van het parkeren in duidelijk leesbare cijfers tegen een contrasterende achtergrond in hele of halve uren het tijdstip weergeeft waarop met het parkeren is begonnen

25 lid 3 RVV 1990

130

R

400

ab

– de toegestane parkeerduur is verstreken

25 lid 4 RVV 1990

130

R

401

als bestuurder een voertuig parkeren in een parkeerschijfzone, anders dan op een parkeerplaats die als zodanig is aangeduid of aangegeven of die is voorzien van een blauwe streep

25 lid 1 RVV 1990

130

130

50

R

402

b

als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin duidelijk zichtbaar is aangebracht een geldige gehandicaptenparkeerkaart

26 lid 1 RVV 1990

400

400

160

R

402

c

als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan met een voertuig dat voor die gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats bestemd is

26 lid 1 RVV 1990

500

500

200

R

402

d

als bestuurder op een gehandicaptenparkeerplaats parkeren anders dan dat het parkeren rechtstreeks verband houdt met het vervoer van een gehandicapte

26 lid 1 RVV 1990

400

400

160

160

R

403

a

als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl de parkeermeter niet in werking is gesteld of aangeeft dat de parkeerduur is verstreken

Pl.V

130

R

403

b

als bestuurder een motorvoertuig op meer dan twee wielen parkeren bij een parkeermeter tijdens een aangegeven tijdvak, terwijl aldaar reeds een motorvoertuig staat geparkeerd

Pl.V

130

R

405

als bestuurder een motorvoertuig op twee wielen, een bromfiets dan wel een snorfiets of een fiets parkeren op een parkeervak behorende bij een parkeermeter

Pl.V

130

90

50

R

406

zonder ontheffing/vergunning een voertuig doen of laten staan in een park of plantsoen, op openbare beplantingen of groenstroken

Pl.V

130

130

50

R

406

a

een recreatiegebied gebruiken in strijd met de bepalingen geldend voor dat gebied door het parkeren of aanwezig hebben van een voertuig

Pl.V

130

130

50

als bestuurder een voertuig parkeren op een parkeerterrein waar dit slechts met gebruikmaking van een ter plaatse aangebrachte parkeerautomaat is toegestaan

Pl.V

R

409

a

– anders dan voorzien van een door de parkeerautomaat afgegeven parkeerkaart, aangebracht op de voorgeschreven wijze

130

130

50

R

409

b

– terwijl de op de parkeerkaart aangegeven parkeertijd is verstreken

130

130

50

R

409

c

– zonder de aangebrachte parkeerautomaat in werking te stellen

130

130

50

R

409

d

– terwijl de op de parkeerautomaat aangegeven parkeertijd is verstreken

130

130

50

een voertuig dat, met inbegrip van de lading

Pl.V

R

414

a

– langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zonder ontheffing/vergunning parkeren op een door het college of de burgemeester aangewezen plaats waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente

130

50

R

414

b

– langer is dan 6 m, buiten de vastgestelde tijden, zonder ontheffing/vergunning parkeren op een door het college of de burgemeester aangewezen weg, waar dit parkeren buitensporig is met het oog op de verdeling van de beschikbare parkeerruimte

130

50

R

414

c

– langer is dan 6 m of hoger is dan 2,4 m zodanig parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of op andere wijze hinder/overlast wordt aangedaan

130

50

R

493

zonder ontheffing/vergunning een geparkeerd voertuig op een door het college of de burgemeester aangewezen weg, waar dit niet is toegestaan, met het kennelijke doel te koop aanbieden of te verhandelen

Pl.V

260

260

260

R

494

een defect voertuig langer dan de vastgestelde termijn op een weg parkeren

Pl.V

130

130

130

R

495

zonder ontheffing/vergunning een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, keetwagen, aanhangwagen of ander dergelijk voertuig op een door het college of de burgemeester aangewezen weg waar dit niet is toegestaan, langer dan de vastgestelde termijn te plaatsen of hebben

Pl.V

130

130

130

R

496

zonder ontheffing/vergunning een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op een weg parkeren met als doel handelsreclame te maken

Pl.V

260

260

260

R

592

a

als bestuurder van een voertuig parkeren op een parkeerplaats voor vergunninghouders in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden

Pl.V

130

130

50

XI. Het plaatsen van fietsen en bromfietsen

R

412

b

een brom-/ snorfiets plaatsen anders dan op het trottoir, voetpad, in de berm of door het bevoegde gezag aangewezen plaatsen

27 RVV 1990

90

XII. Signalen

R

418

als bestuurder van een motorvoertuig geen geel of groen zwaai-, flits- of knipperlicht voeren bij werkzaamheden en omstandigheden, waarbij dit, ingevolge artikel 6 van de Regeling optische en geluidssignalen, verplicht is indien de kans bestaat dat dit motorvoertuig niet tijdig wordt opgemerkt

30 lid 1 RVV 1990

130

130

R

419

signalen geven in andere gevallen of op andere wijze dan is toegestaan

31 RVV 1990

190

190

130

75

75

190

XIII. Gebruik van lichten tijdens het rijden

als bestuurder van een motorvoertuig, bromfiets, snorfiets, een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een verbrandingsmotor, of een gehandicaptenvoertuig dat is uitgerust met een elektromotor en voorzien van een gesloten carrosserie, geen dim- of grootlicht voeren

32 lid 1 RVV 1990

R

421

a

– bij nacht, binnen de bebouwde kom

130

130

90

50

R

421

b

– bij nacht, buiten de bebouwde kom

190

190

130

75

R

421

c

– bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

190

190

130

75

R

425

als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig groot licht voeren bij dag, bij het tegenkomen van een andere weggebruiker, dan wel bij het op korte afstand volgen van een ander voertuig

32 lid 2 RVV 1990

190

190

130

75

als bestuurder van een motorvoertuig, bromfietser, snorfietser of als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, het achterlicht brandt

32 lid 3 RVV 1990

R

426

a

– bij nacht, binnen de bebouwde kom

130

130

90

50

R

426

b

– bij nacht, buiten de bebouwde kom

190

190

130

75

R

426

c

– bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

190

190

130

75

als bestuurder rijden terwijl niet gelijktijdig met het groot licht, het dimlicht, het stadslicht of het mistlicht, de verlichting van de achterkentekenplaat brandt

R

428

a

– van een motorvoertuig

32 lid 3 RVV 1990

65

65

R

428

b

– van een motorvoertuig met aanhangwagen

33 RVV 1990

65

65

als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen geen achterlicht voeren

33 RVV 1990

R

431

d

– bij nacht, binnen de bebouwde kom

130

130

R

431

e

– bij nacht, buiten de bebouwde kom

190

190

R

431

f

– bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

190

190

als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen niet in de Regeling voertuigen voorgeschreven stadslicht voeren

33 RVV 1990

R

432

d

– bij nacht, binnen de bebouwde kom

130

130

R

432

e

– bij nacht, buiten de bebouwde kom

190

190

R

432

f

– bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

190

190

R

434

als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig, anders dan bij mist, sneeuwval of regen die het zicht ernstig belemmert, mistlicht(en) aan de voorzijde voeren

34 lid 1 RVV 1990

130

130

90

50

R

436

als bestuurder van een motorvoertuig of een gehandicaptenvoertuig mistachterlicht voeren, indien het zicht door mist of sneeuwval niet beperkt is tot een afstand van minder dan 50 meter

34 lid 2 RVV 1990

190

190

130

75

bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd geen voor- en achterlicht voeren

R

438

i

– als bestuurder van een wagen

35b lid 1 RVV 1990

50

R

438

j

– als bestuurder van een gehandicaptenvoertuig zonder motor, gebruikmakend van de rijbaan of het fiets-/bromfietspad

35b lid 2 RVV 1990

50

als fietser bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

R

438

k

– geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren

35 en 35a RVV 1990

75

R

438

l

– verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren

35a lid 1 RVV 1990

75

R

438

m

– knipperende verlichting voeren

35a lid 2 RVV 1990

75

als bestuurder van een snorfiets, zijnde een bromfiets als bedoeld in artikel 1, lid 1, onderdeel e, subonderdeel d, van de wet bij nacht of dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

R

438

n

– geen voortdurend voor tegemoetkomende weggebruikers zichtba(a)r(e) wit(te)- of ge(e)l(e) licht(en) aan de voorzijde voeren en/of voortdurend voor van achteren naderende weggebruikers zichtbaar rood licht aan de achterzijde voeren

35c jo. 35 en 35a RVV 1990

90

R

438

o

– verblindend wit of geel licht aan de voorzijde voeren

35c jo. 35a lid 1 RVV 1990

90

R

438

p

– knipperende verlichting voeren

35c jo. 35a lid 2 RVV 1990

90

bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd niet een lantaarn meevoeren die naar voren wit of geel licht en naar achteren rood licht straalt

36 RVV 1990

R

445

c

– als ruiter

50

R

445

d

– als geleider van rij-, trekdieren of vee

50

XIV. Gebruik van lichten tijdens het stilstaan

bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd buiten de bebouwde kom op de rijbaan en op langs autosnelwegen en autowegen gelegen parkeerstroken, parkeerhavens, vluchtstroken en vluchthavens geen stadslicht en achterlicht voeren

R

451

c

– als bestuurder van een stilstaand motorvoertuig

38 RVV 1990

190

R

451

d

– op een stilstaande aanhangwagen

39 RVV 1990

190

R

453

bij nacht of bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd op de rijbaan buiten de bebouwde kom geen voor- en achterlicht voeren op een stilstaande wagen

40 RVV 1990

75

XV. Bijzondere lichten

R

458

als bestuurder van een motorvoertuig tegelijk met enig ander licht aan de voorzijde dagrijlicht voeren

41 lid 1 RVV 1990

190

190

als bestuurder van een motorvoertuig aan de voorzijde naast het dimlicht of het mistlicht andere verlichting voeren dan bochtlicht, hoeklicht, richtlicht, manoeuvreerlichten voor zover niet sneller wordt gereden dan 10 km/h, markeringslichten of staaklichten

41 lid 2 RVV 1990

R

456

a

– bij nacht

190

190

R

456

b

– bij dag, indien het zicht ernstig wordt belemmerd

190

190

R

459

als bestuurder een verlicht transparant voeren vanuit een ander voertuig of op andere wijze dan genoemd

41a lid 5 RVV 1990

190

190

130

75

75

190

XVI. Autosnelwegen en autowegen

a. Autosnelwegen

R

461

a

een autosnelweg gebruiken als voetganger of met een voertuig waarmee niet sneller kan en mag worden gereden dan 60 kilometer per uur

42 lid 1 RVV 1990

200

150

200

500

behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autosnelweg

43 lid 3 RVV 1990

R

465

b

– gebruik maken van de berm

190

190

R

465

c

– op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan

320

320

R

466

als bestuurder van een samenstel van voertuigen dat langer is dan 7 meter, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken

43 lid 4 RVV 1990

320

R

467

als bestuurder van een vrachtauto, op een autosnelweg met drie of meer rijstroken in dezelfde richting een andere dan de twee meest rechts gelegen rijstroken gebruiken

43 lid 4 RVV 1990

320

b. Autowegen

R

468

a

anders dan als bestuurder van een motorvoertuig waarmee sneller mag en kan worden gereden dan 50 kilometer per uur, een autoweg gebruiken

42 lid 2 RVV 1990

200

150

200

500

behoudens in noodgevallen als weggebruiker op een autoweg

43 lid 3 RVV 1990

R

472

b

– gebruik maken van de berm

190

190

R

472

c

– op de vluchtstrook of vluchthaven stilstaan

320

320

XVII. Erven

R

475

a

als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid binnen een erf overschrijden tot en met 10 km/h

45 RVV 1990

50

R

475

b

als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid binnen een erf overschrijden met meer dan 10 km/h

45 RVV 1990

70

R

478

als bestuurder een motorvoertuig binnen een erf parkeren anders dan op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid of aangegeven

46 RVV 1990

130

130

XXI. Loslopend vee

R

491

rij-, trekdieren of vee zonder toezicht op de weg los laten lopen

51 lid 1 RVV 1990

190

XXII. In- en uitstappende passagiers

R

492

als bestuurder een tram of autobus voorbij rijden aan de zijde waar passagiers in- en uitstappen zonder hen daartoe de gelegenheid te geven

52 RVV 1990

320

320

220

120

120

XXIII. Slepen

R

501

als bestuurder van een motorvoertuig een ander motorvoertuig slepen, terwijl de onderlinge afstand meer dan vijf meter bedraagt

53 RVV 1990

130

130

XXIV. Bijzondere manoeuvres

R

505

als bestuurder wegrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

506

als bestuurder achteruitrijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

507

als bestuurder uit een uitrit de weg oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

508

als bestuurder vanaf een weg een inrit oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

509

als bestuurder keren zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

510

als bestuurder van de invoegstrook de doorgaande rijbaan oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

511

als bestuurder van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

512

als bestuurder van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan

54 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

513

als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wegrijden geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven

55 RVV 1990

130

130

90

R

514

als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het inhalen van een ander voertuig geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven

55 RVV 1990

130

130

90

R

515

als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het oprijden van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven

55 RVV 1990

130

130

90

R

516

als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het verlaten van de doorgaande rijbaan geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven

55 RVV 1990

130

130

90

R

517

als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij het wisselen van rijstrook geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven

55 RVV 1990

130

130

90

R

518

als bestuurder van een motorvoertuig of als bromfietser bij een andere belangrijke zijdelingse verplaatsing geen teken met de richtingaanwijzer of arm geven

55 RVV 1990

130

130

90

R

519

als bestuurder binnen de bebouwde kom geen gelegenheid geven aan een autobus weg te rijden van een halte wanneer de bestuurder van die autobus door het geven van een teken met zijn richtingaanwijzer zijn voornemen daartoe kenbaar maakt

56 lid 1 RVV 1990

190

190

130

75

75

XXV. Onnodig geluid

R

522

als bestuurder van een motorvoertuig, als bromfietser of snorfietser onnodig geluid veroorzaken met dat voertuig

57 RVV 1990

320

320

220

XXVI. Gevarendriehoek

R

526

het niet plaatsen van een gevarendriehoek in de voorgeschreven gevallen, op de voorgeschreven wijze bij een stilstaand motorvoertuig op meer dan twee wielen en aanhangwagens, zijnde een obstakel, terwijl geen knipperend waarschuwingslicht wordt gevoerd

58 RVV 1990

190

190

XXVIa. Zitplaatsen

R

530

a

tijdens deelname aan het verkeer als bestuurder of passagier niet op de voor hem/haar bestemde zitplaats zitten en/of als bestuurder (een) passagier(s) vervoeren terwijl deze/die niet op de voor hem/hen bestemde zitplaats zit(ten)

58a lid 1 en lid 4 RVV 1990

190

190

130

75

190

R

530

b

als brom-/ of snorfietser of fietser een passagier jonger dan acht jaar vervoeren anders dan op een doelmatige en veilige voorziening met voldoende steun voor rug, handen en voeten

58a lid 3 en 4 RVV 1990

130

75

XXVII. Autogordels en kinderbeveiligingssystemen

R

533

als bestuurder of passagier van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel geen gebruik maken van de voor hen beschikbare autogordel

59 lid 1 RVV 1990

190

190

190

als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel

R

535

f

– (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem

59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990

280

R

535

k

– (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 meter of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel

59 lid 8 jo. 59 lid 1 RVV 1990

280

R

535

g

– op de voorste zitplaats (een) passagier(s) in de leeftijd van 3 tot 18 jaar en korter dan 1.35 meter vervoeren, zonder dat een autogordel of goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is

59 lid 2 RVV 1990

280

R

535

h

– (een) passagier(s) jonger dan 3 jaar vervoeren, terwijl geen autogordel of kinderbeveiligingssysteem beschikbaar is

59 lid 2 RVV 1990

280

R

535

i

– terwijl de zitplaatsen voor passagiers zijn voorzien van autogordels, meer passagiers vervoeren dan er autogordels aanwezig zijn

59 lid 1 RVV 1990

280

R

535

j

– (een) passagier(s) jonger dan 18 jaar in een naar achteren gericht kinderzitje op een passagierszitplaats vervoeren, terwijl de voorairbag van die zitplaats niet is uitgeschakeld

59 lid 3 RVV 1990

280

R

535

m

– in een taxi op een van de voorste zitplaatsen (een) passagier(s) vervoeren jonger dan 18 jaar en met een lengte van minder dan 1.35 meter, terwijl geen kinderbeveiligingssysteem aanwezig is

59 lid 5 RVV 1990

280

R

535

mo

– (een) passagier(s) jonger dan 12 jaar vervoeren terwijl de autogordel, de veiligheidsgordel of het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel wordt gebruikt op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden

59 lid 7 RVV 1990

280

R

535

e

als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, terwijl de rolstoel niet is vastgezet op een wijze die de stabiliteit van de rolstoel en de veiligheid van de rolstoelgebruiker waarborgt

59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990

320

R

535

oa

de autogordel of de veiligheidsgordel in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden

59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990

190

190

R

535

ob

het kinderbeveiligingssysteem in een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel gebruiken op een wijze die de beschermende werking ervan negatief beïnvloedt of kan beïnvloeden

59 lid 8 jo. 59 lid 7 RVV 1990

280

280

R

535

s

als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto, een driewielig motorvoertuig met gesloten carrosserie of een brommobiel een passagier vervoeren die gebruik maakt van een rolstoel, zonder dat gebruik wordt gemaakt van de (beschikbare) veiligheidsgordel die deel uitmaakt van het voertuig of die deel uitmaakt van het systeem waarmee de rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd of van een door de Minister van IenW aangewezen constructie

59 lid 8 jo. 59 lid 4 RVV 1990

190

XXVIIa. Autobus

R

535

p

als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus of passagier geen gebruik maken van de autogordel of het kinderbeveiligingssysteem waarmee de autobus is uitgerust

59a lid 1 RVV 1990

190

190

als bestuurder van een aan het verkeer deelnemende autobus

R

535

q

– (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder, maar jonger dan 12 jaar en korter dan 1.35 m vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen geschikt en goedgekeurd kinderbeveiligingssysteem of bij gebrek daaraan, de autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)

59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990

190

R

535

r

– (een) passagier(s) van 3 jaar of ouder maar jonger dan 12 jaar en met een lengte van 1.35 m of meer vervoeren, zonder dat gebruik wordt gemaakt van een voor hem/hen beschikbare autogordel, terwijl de passagier(s) zich op de zitplaats bevind(t)(en)

59a lid 4 jo. 59a lid 1 RVV 1990

190

XXVIII. Helmen

R

536

a

als bestuurder of passagier van een bromfiets, snorfiets of brommobiel zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk

60 lid 1 RVV 1990

130

130

R

536

c

als bestuurder of passagier van een motorfiets dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie geen goedpassende helm dragen, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en is voorzien van een goedkeuringsmerk

60 lid 1 RVV 1990

190

190

190

R

537

als bestuurder van een motorfiets, bromfiets, snorfiets of brommobiel dan wel driewielig motorvoertuig zonder gesloten carrosserie een passagier beneden de twaalf jaren vervoeren, die geen goedpassende helm draagt, die middels een sluiting op deugdelijke wijze is bevestigd en die is voorzien van een goedkeuringsmerk

60 lid 3 RVV 1990

190

190

130

XXX. Gebruik van mobiele telecommunicatieapparatuur

R

545

als bestuurder van een voertuig tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vasthouden

61a RVV 1990

440

440

300

170

440

XXXI. Vervoer van personen in of op aanhangwagens en in laadruimten

personen vervoeren

61b lid 1 RVV 1990

R

539

a

– in de gesloten laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets

190

R

539

b

– in de open laadruimte van een motorvoertuig of bromfiets, dan wel in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig of bromfiets

320

320

220

Hoofdstuk 3. Verkeerstekens

II. Verkeersborden

R

544

a

als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid (bord A1) overschrijden tot en met 10 km/h

62 jo bord A1 RVV 1990

50

R

548

als bestuurder in strijd met bord B6 geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg

62 jo. bord B6 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

544

b

als bestuurder van een fiets de maximumsnelheid (bord A1) overschrijden met meer dan 10 km/h

62 jo bord A1 RVV 1990

70

als bestuurder in strijd met bord B7

R

549

a

– niet stoppen

62 jo. bord B7 RVV 1990

190

190

130

75

75

R

549

b

– geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg

62 jo. bord B7 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

549

c

– niet stoppen en geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg

62 jo. bord B7 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

550

a

als bestuurder in strijd met bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee) een weg gebruiken

62 jo. bord C1 RVV 1990

130

130

90

50

50

een weg gebruiken in strijd met bord C2 (eenrichtingsweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij-, trekdieren of vee)

62 jo. bord C2 RVV 1990

R

551

b

– als bestuurder op een andere weg dan autoweg of autosnelweg

190

190

130

75

75

als bestuurder een weg gebruiken in strijd met bord

R

552

a

– C3 (eenrichtingsweg)

62 jo. bord C3 RVV 1990

190

190

130

75

75

R

552

b

– C4 (eenrichtingsweg)

62 jo. bord C4 RVV 1990

190

190

130

75

75

R

553

b

als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen) een weg gebruiken

62 jo. bord C6 RVV 1990

130

R

553

d

als bestuurder van een motorvoertuig op meer dan twee wielen een weg gebruiken in strijd met bord C6 (geslotenverklaring voor motorvoertuigen op meer dan twee wielen), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone

62 jo. bord C6 RVV 1990

130

R

554

a

als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) (alle wegen behalve milieuzones)

62 jo. bord C7 RVV 1990

130

R

554

c

als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s), waarbij gebied is aangeduid als milieuzone

62 jo. bord C7 RVV 1990

320

R

554

d

als bestuurder van een autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7a (geslotenverklaring voor autobussen)

62 jo. bord C7a RVV 1990

130

R

554

e

als bestuurder van een autobus of vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C7b (geslotenverklaring voor autobussen en vrachtauto’s)

62 jo. bord C7b RVV 1990

130

R

555

als bestuurder van landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine een weg gebruiken in strijd met bord C8 (geslotenverklaring voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines)

62 jo. bord C8 RVV 1990

130

R

556

als ruiter, geleider van rij-, trekdieren of vee, bestuurder van een wagen, een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid, mobiele machine, een brommobiel, een fiets, een brom- / snorfiets of een gehandicaptenvoertuig in strijd met bord C9 een weg gebruiken (geslotenverklaring)

62 jo. bord C9 RVV 1990

130

90

50

50

R

557

als bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen een weg gebruiken in strijd met bord C10 (geslotenverklaring voor motorvoertuig met aanhangwagen)

62 jo. bord C10 RVV 1990

130

130

R

558

als bestuurder van een motorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C11 (geslotenverklaring motorfiets)

62 jo. bord C11 RVV 1990

130

R

559

als bestuurder van een motorvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C12 (geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen)

62 jo. bord C12 RVV 1990

130

130

R

560

als bestuurder van een bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig met motor)

62 jo. bord C13 RVV 1990

90

50

R

560

c

als bestuurder van een bromfiets of snorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig, met in werking zijnde motor) waarbij gebied is aangeduid als milieuzone

62 jo. bord C13 RVV 1990

90

R

561

als bestuurder van een fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor een weg gebruiken in strijd met bord C14 (geslotenverklaring voor fiets of gehandicaptenvoertuig zonder motor) (categorie 3 betreft alleen snorfiets met uitgeschakelde motor)

62 jo. bord C14 RVV 1990

50

50

R

560

d

als bestuurder van een bromfiets of snorfiets een weg gebruiken in strijd met bord C13 (geslotenverklaring voor bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig, met in werking zijnde motor) waarbij het gebied is aangeduid als nulemissiezone

62 jo. bord C13 RVV 1990

90

R

562

als bestuurder van een fiets, een brom-/ snorfiets of gehandicaptenvoertuig een weg gebruiken in strijd met bord C15 (geslotenverklaring voor fiets, brom-/ snorfiets of gehandicaptenvoertuig)

62 jo. bord C15 RVV 1990

90

50

R

563

als voetganger een weg gebruiken in strijd met bord C16 (geslotenverklaring voor voetgangers)

62 jo. bord C16 RVV 1990

35

R

564

als bestuurder van een voertuig of samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C17 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen die, met inbegrip van de lading, langer zijn dan op het bord C17 is aangegeven)

62 jo. bord C17 RVV 1990

190

75

R

565

als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C18 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, breder zijn dan op het bord C18 is aangegeven)

62 jo. bord C18 RVV 1990

190

75

R

566

als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C19 (geslotenverklaring voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord C19 is aangegeven)

62 jo. bord C19 RVV 1990

190

75

R

571

g

als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor personen- en bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of bussen met een dieselmotor vanwege milieuzone)

62 jo. bord C22a RVV 1990

320

R

571

h

als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto of bus een weg gebruiken in strijd met bord C22a (geslotenverklaring voor personen- en bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of bussen met een dieselmotor vanwege milieuzone)

62 jo. bord C22a RVV 1990

130

R

554

f

als bestuurder van een vrachtauto of autobus een weg gebruiken in strijd met bord C7 (geslotenverklaring voor vrachtauto’s) of C7b (geslotenverklaring voor vrachtauto’s en autobussen), waarbij het bord is geplaatst in verband met werkzaamheden

62 jo. bord C7 of C7b RVV 1990

500

als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C20 (geslotenverklaring voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan op het bord C20 is aangegeven) met een overschrijding van

62 jo. bord C20 RVV 1990

R

567

a

– tot en met 10%

190

75

R

567

b

– meer dan 10% tot en met 20%

280

110

R

567

c

– meer dan 20% tot en met 30%

420

170

als bestuurder van een voertuig een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van

62 jo. bord C21 RVV 1990

R

568

a

– tot en met 10%

190

75

R

568

b

– meer dan 10% tot en met 20%

280

110

R

568

c

– meer dan 20% tot en met 30%

420

170

als bestuurder van een samenstel van voertuigen een weg gebruiken in strijd met bord C21 (geslotenverklaring voor voertuigen en samenstellen van voertuigen waarvan de totaalmassa of de som van de aslasten hoger is dan op het bord C21 is aangegeven) met een overschrijding van

62 jo. bord C21 RVV 1990

R

569

a

– tot en met 10%

190

75

R

569

b

– meer dan 10% tot en met 20%

280

110

R

569

c

– meer dan 20% tot en met 30%

420

170

R

572

b

als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met

bord C22c (geslotenverklaring voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s vanwege nul-emissiezone)

62 jo. bord C22c RVV 1990

320

R

572

c

als bestuurder van een bedrijfsauto een weg gebruiken in strijd met bord C22c (geslotenverklaring voor bedrijfsauto’s en vrachtauto’s vanwege nul-emissiezone)

62 jo. bord C22c RVV 1990

130

R

572

d

als bestuurder van een vrachtauto een weg gebruiken in strijd met bord C22e (geslotenverklaring voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of autobussen vanwege emissie-eisen (milieuzone of nulemissiezone))

62 jo. bord C22e RVV 1990

320

R

572

e

als bestuurder van een personenauto, bedrijfsauto of autobus een weg gebruiken in strijd met bord C22e (geslotenverklaring voor personenauto’s, bedrijfsauto’s, vrachtauto’s of autobussen vanwege emissie-eisen (milieuzone of nulemissiezone))

62 jo. bord C22e RVV 1990

130

R

574

als bestuurder rijden in strijd met de door bord D1 aangegeven rijrichting (rotonde; verplichte rijrichting)

62 jo. bord D1 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

575

als bestuurder rijden in strijd met bord D2 aan de andere zijde dan het bord aangeeft (gebod voor alle bestuurders het bord D2 voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft)

62 jo. bord D2 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

576

als bestuurder in strijd met bord D4 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D4 is aangegeven)

62 jo. bord D4 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

577

als bestuurder in strijd met bord D5 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van de rijrichting die op het bord D5 is aangegeven)

62 jo. bord D5 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

578

als bestuurder in strijd met bord D6 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D6 zijn aangegeven)

62 jo. bord D6 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

579

als bestuurder in strijd met bord D7 een andere rijrichting volgen dan op het bord is aangegeven (gebod tot het volgen van één van de rijrichtingen die op het bord D7 zijn aangegeven)

62 jo. bord D7 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

584

als bestuurder een voertuig parkeren in strijd met (zone) bord E1 (parkeerverbod(szone))

62 jo. bord E1 RVV 1990

130

130

50

130

R

585

als bestuurder een voertuig laten stilstaan in strijd met bord E2 (verbod stilstaan)

62 jo. bord E2 RVV 1990

130

130

50

R

587

b

een brom- / snorfiets plaatsen in strijd met bord E3 (verbod (brom- / snor)fietsen te plaatsen)

62 jo. bord E3 RVV 1990

90

R

593

als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F1 een motorvoertuig inhalen (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen)

62 jo. bord F1 RVV 1990

320

320

R

594

als bestuurder van een vrachtauto in strijd met bord F3 een motorvoertuig inhalen (verbod voor vrachtauto’s om motorvoertuigen in te halen)

62 jo. bord F3 RVV 1990

320

R

595

als bestuurder in strijd met bord F5 doorgaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting)

62 jo. bord F5 RVV 1990

190

190

130

75

75

R

596

als bestuurder in strijd met bord F7 keren

62 jo. bord F7 RVV 1990

190

190

130

75

75

R

598

als bestuurder van een landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine in strijd met bord F11 geen gebruik maken van de voor dat motorvoertuig verplichte passeerbaan of passeerstrook

62 jo. bord F11 RVV 1990

130

R

599

a

als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F13 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook

62 jo. bord F13 RVV 1990

130

130

90

50

R

599

b

als bestuurder van een motorvoertuig in strijd met bord F15 gebruik maken van een uitsluitend voor trams bestemde rijbaan of rijstrook

62 jo. bord F15 RVV 1990

130

130

90

50

R

599

c

als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een lijnbus, in strijd met bord F17 gebruik maken van een uitsluitend voor lijnbussen en trams bestemde rijbaan of rijstrook

62 jo. bord F17 RVV 1990

130

130

90

50

R

599

d

als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto of lijnbus, in strijd met bord F19 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s en lijnbussen bestemde rijbaan of rijstrook

62 jo. bord F19 RVV 1990

130

130

90

50

R

599

e

als bestuurder van een motorvoertuig, niet zijnde een vrachtauto, in strijd met bord F21 gebruik maken van een uitsluitend voor vrachtauto’s bestemde rijbaan of rijstrook

62 jo. bord F21 RVV 1990

130

130

90

50

III. Verkeerslichten

R

601

als bestuurder niet doorgaan bij groen licht bij een driekleurig verkeerslicht

62 jo. 68 lid 1 sub a RVV 1990

190

190

R

602

als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht

62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990

320

320

220

120

95

120

R

603

als fietser, brom- / snorfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een driekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan

62 jo. 68 lid 6 RVV 1990

220

120

R

604

als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij tweekleurig verkeerslicht

62 jo. 69 lid 1 sub b RVV 1990

320

320

220

120

95

120

R

605

als fietser, brom- / snorfietser of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij geel of rood licht bij een tweekleurig verkeerslicht rechts afslaan zonder het overige verkeer ter plaatse voor te laten gaan

62 jo. 69 lid 2 ivm 68 lid 6 RVV 1990

220

120

R

606

als bestuurder van een tram, lijnbus of ander voertuig niet stoppen voor rood tram-/buslicht

62 jo. 70 lid 1 sub c ivm 70 lid 3, 4 RVV 1990

320

320

220

320

R

607

als bestuurder van een tram niet stoppen voor rood licht bij driekleurig verkeerslicht

62 jo. 68 lid 1 sub c RVV 1990

320

R

608

als weggebruiker niet stoppen voor rood knipperlicht bij overweglichten

62 jo. 71 sub b RVV 1990

320

320

220

120

95

120

R

609

als weggebruiker niet stoppen voor rood (knipper)licht bij bruglichten

62 jo. 72 RVV 1990

320

320

220

120

95

120

R

611

als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus of een autobus een door een verlichte afbeelding van "BUS" gemarkeerde rijstrook gebruiken

62 jo. 73 sub d RVV 1990

190

190

130

75

75

R

611

a

als bestuurder van een ander voertuig dan een lijnbus een door een verlichte afbeelding van "LIJNBUS" gemarkeerde rijstrook gebruiken

62 jo. 73 sub e RVV 1990

190

190

130

75

75

R

612

als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig beginnen over te steken bij rood voetgangerslicht

62 jo. 74 lid 1 sub c RVV 1990

120

95

R

613

als voetganger of bestuurder van een gehandicaptenvoertuig bij het oversteken het overige verkeer ter plaatse niet voor laten gaan, indien het rode licht is vervangen door een geel knipperlicht als bedoeld in artikel 75 van het RVV 1990

62 jo. 74 lid 2 RVV 1990

120

95

R

614

als weggebruiker niet stoppen voor rood licht bij toeritdosering

62 jo. 68 lid 1 sub c c.q. 69 lid 1 sub b RVV 1990

130

130

IV. Verkeerstekens op het wegdek

R

617

a

als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in een richting

62 jo. 76 lid 1 RVV 1990

190

190

130

75

75

R

617

b

als bestuurder de zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevindende doorgetrokken streep overschrijden met verkeer in beide richtingen

62 jo. 76 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

617

c

als bestuurder zich links bevinden van een tussen rijstroken of paden aangebrachte doorgetrokken streep met verkeer in beide richtingen

62 jo. 76 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

618

als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken

62 jo. 77 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

618

a

als bestuurder een puntstuk gebruiken

62 jo. 77 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

619

als bestuurder die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook waarop die zich bevindt aangeeft

62 jo. 78 lid 1 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

619

a

als bestuurder die een doorgaande rijbaan verlaat en daartoe een uitrijstrook volgt ter hoogte van de daarin aangebrachte pijlen niet de richting volgen die de uitrijstrook aangeeft

62 jo. 78 lid 2 RVV 1990

320

320

220

R

620

als bestuurder niet stoppen voor stopstreep daar waar dit op grond van het RVV 1990 verplicht is

62 jo. 79 RVV 1990

130

130

90

50

50

R

621

als bestuurder in strijd met op het wegdek aangebrachte haaientanden geen voorrang verlenen aan bestuurders op de kruisende weg

62 jo. 80 RVV 1990

320

320

220

120

120

R

622

als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus, autobus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met "BUS"

62 jo. 81 RVV 1990

190

190

130

75

55

75

R

622

a

als weggebruiker, anders dan als bestuurder van een lijnbus of tram, gebruik maken van een busbaan of -strook aangeduid met "LIJNBUS"

62 jo. 81 RVV 1990

190

190

130

75

55

75

Nummers R 701 – R 706: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

R

701

zonder daartoe krachtens het Besluit bevoegd te zijn verkeerstekens op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen, aangebracht houden, verwijderen, dan wel de zichtbaarheid daarvan wegnemen

1a BABW

190

R

702

voorwerpen, inrichting of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aanbrengen, doen aanbrengen of aangebracht houden

2 BABW

190

R

703

niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van ongeldige gehandicaptenparkeerkaart

54 jo. 53 BABW

130

R

704

als verkeersregelaar niet op eerste vordering tonen van de krachtens de wet vereiste aanstellingspas

58a BABW

130

R

705

als verkeersregelaar, niet zijnde een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 vanaf een motorrijtuig, of als verkeersregelaar niet zijnde een transportbegeleider of een weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig geven

58a BABW

130

R

706

als transportbegeleider of weginspecteur in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig een aanwijzing als bedoeld in artikel 82, 1e lid van het RVV 1990 op een weg onder beheer van het Rijk of op een kruispunt gelegen op andere weg geven

58a BABW

130

Nummers K 405 – K 540: Kentekenreglement (Kr)

K

405

de kentekenplaat voldoet niet aan de gestelde eisen

5 lid 1 en 3 Kr

190

Wijziging van de tenaamstelling: overdracht tussen particulieren

K

420

als nieuwe eigenaar/houder niet binnen één week de Dienst Wegverkeer op de voorgeschreven wijze om tenaamstelling verzoeken

26 lid 2, 58b lid 2 en 58l lid 2 Kr

480

Wijziging van de tenaamstelling: overlijden van een kentekenhouder

K

485

als eigenaar/houder na overlijden van degene die in het kentekenregister als tenaamgestelde staat geregistreerd niet binnen vijf weken op de voorgeschreven wijze bij de Dienst Wegverkeer een verzoek indienen om het voertuig op zijn naam te registreren

29 lid 1, 58f lid 1 en 58p lid 1 Kr

480

Aanvraag nieuw deel I (A)

Kentekencard vanaf 1 januari 2014

K

526

niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens in het kentekenregister

34 lid 1 Kr

130

Kentekenbewijzen afgegeven vóór 1 januari 2014

K

527

niet onverwijld bij de Dienst Wegverkeer de gewijzigde gegevens melden indien het voertuig niet meer overeenstemt met de gegevens op het afgegeven deel I

58h lid 1 en 58s lid 1 Kr

130

Handelaarskenteken(bewijs)

K

535

als kentekenhouder het handelaarskenteken niet op de voorgeschreven wijze gebruiken

44 Kr

480

K

540

het ongeldig verklaarde handelaarskentekenbewijs niet onverwijld inleveren

45 lid 2 Kr

480

Nummers A 919 a – A 934: Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) en Besluit bewijs van verzekering niet-kentekenplichtige motorrijtuigen (BVM)

Gekentekende motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen of gehandicaptenvoertuigen

A

915

als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld, niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden

30 lid 2 WAM

500

Bromfietsen

A

902

als bezitter, als houder of als degene op wiens naam een motorrijtuig in het kentekenregister is ingeschreven, voor een motorrijtuig, zijnde een bromfiets, dat in het kentekenregister is ingeschreven en tenaamgesteld niet de vereiste verzekering sluiten en in stand houden

30 lid 2 WAM

480

Nummers N 010 – P 602: Besluit voertuigen (BV) en Regeling voertuigen (RV)

Categorie-indeling A: (Besluit en Regeling voertuigen)

2 – personenauto’s;

3 – bedrijfsauto’s;

3a – bussen;

4 – motorfietsen;

5 – driewielige motorrijtuigen;

6 – bromfietsen;

6a – bijzondere bromfietsen;

7 – motorrijtuigen met beperkte snelheid;

7a – mobiele machine;

8 – land- of bosbouwtrekkers;

9 – fietsen en gehandicaptenvoertuigen zonder motor (o.g.v. art. 5.1.4 RV m.u.v. afmetingen genoemd in 5.9.6 RV);

10 – gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, gehandicaptenvoertuigen die zijn uitgerust met een verbrandingsmotor, die niet zijn voorzien van een gesloten carrosserie en t.a.v. de afmetingen genoemd in 5.10.6 RV de gehandicaptenvoertuigen zonder motor;

11 – gehandicaptenvoertuigen, uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie;

12 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg;

13 – aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg;

14 – landbouw- en/of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken;

15 – motorfietsaanhangwagens (15a) of bromfietsaanhangwagens (15b);

16 – fietsaanhangwagens;

17 – wagens.

Noot Regeling voertuigen (RV):

– De feiten met betrekking tot de RV zijn in 19 categorieën onderverdeeld en deze categorieën zijn genummerd van 2 t/m 17. Deze categorie-indeling komt overeen met de indeling van de RV.

– Bij categorie 15 kan het trekkende voertuig verschillend zijn (motor of bromfiets). Voor deze voertuigen gelden verschillende tarieven. Achter de categorie-aanduiding moet daarom voor de motorfiets een A en voor de bromfiets een B worden vermeld.

categorie: 15a – motorfiets

categorie: 15b – bromfiets

– Bij de in deze afdeling vermelde overtredingen is het niet toegestaan om uitsluitend een kenteken te vermelden op het mini proces-verbaal. De NAW-gegevens van de verdachte moeten eveneens worden vermeld. De verdachte dient daarom staande te worden gehouden.

– Op de kennisgeving/aankondiging moet een nadere toelichting op het feit worden vermeld, omdat de bepalingen van de RV in algemene feitomschrijvingen zijn weergegeven.

– Voor feiten gebaseerd op de RV geldt dat deze feiten niet op kenteken kunnen worden geconstateerd.

– De feiten die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as gelden uitsluitend voor particulieren. Indien sprake is van beroepsmatig vervoer is de Wet op de economische delicten van toepassing. Zie hiervoor de feitcodeserie E 850 t/m E 858.

– Een aanhangwagen van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg moet voldoen aan de in de in afdeling 12 opgenomen eisen. Dit houdt in dat als dit soort aanhangwagens door land- of bosbouwtrekkers e.d. worden voortbewogen deze toch moeten voldoen aan de voor categorie 12 geldende eisen. Dit geldt eveneens voor categorie 13 en 14 aanhangwagens, die aan de eisen van de respectievelijk categorie 13 en 14 moeten voldoen, maar dit is vanwege het ontbreken van een kenteken lastig dan wel niet vast te stellen en derhalve afhankelijk van de verklaring van de betrokkene.

– Een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk valt onder categorie 14 en moet aan de daarvoor geldende eisen voldoen. In afwijking hiervan moet een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig voldoen aan het bepaalde in afdeling 18.

Regeling voertuigen

0 – Algemeen

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

010

a

het niet in overeenstemming is met de gegevens op de kentekencard, het kentekenbewijs of met de in het kentekenregister vermelde gegevens

5.*.1 RV

320

320

320

320

320

220

220

320

320

320

N

010

b

het voertuigidentificatienummer niet is ingeslagen of goed leesbaar is

5.*.1 RV

320

320

320

320

320

220

220

320

320

320

120

320

320

N

010

c

het niet is voorzien van de juiste kentekenpla(a)t(en) of de kentekenpla(a)t(en) niet voorzien is/zijn van het goedkeuringsmerk, dan wel niet deugdelijk aan de voor- en/of achterzijde is/zijn bevestigd

5.*.1 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

N

010

d

het kenteken niet goed leesbaar is of de kentekenpla(a)t(en) is/zijn afgeschermd

5.*.1 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

N

010

e

het voertuig niet is voorzien van een goed leesbare constructiepla(a)t(en), waarvan de gegevens in overeenstemming zijn met het kentekenregister (cat 3, 3a en 12 in gebruik na 31-12-1997; cat 8 in gebruik na 30-06-2009)

5.*.1 RV

130

130

90

130

130

N

010

o

de bijzondere bromfiets niet is voorzien van een duidelijk zichtbare vermelding met hoeveel massa de bijzondere bromfiets kan worden beladen zonder dat de technisch toegestane maximummassa wordt overschreden

5.6a.7 lid 2 RV

90

N

010

p

de bijzondere bromfiets (BSO-bus), geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, niet is voorzien van een constructieplaat waarop de vereiste gegevens zijn vermeld

5.6a.1 lid 2 RV

90

1 – Algemene bouwwijze van het voertuig

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

020

b

het wiel niet zodanig is bevestigd dat het uitsluitend draaibaar is om de eigen as

5.15.2 lid 2 RV

190/130

N

030

a

het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie breuken en/of scheuren vertoont

5.*.3 RV

320

320

320

320

220

220

320

320

320

320

320

320

320/220

120

N

030

b

het chassis dan wel de mee- of zelfdragende carrosserie zodanig bevestigd, vervormd of door corrosie is aangetast dat de stijfheid en de sterkte in gevaar worden gebracht

5.*.3 RV

320

320

320

320

220

220

320

320

320

320

320

320

320/220

120

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het frame of de zelfdragende constructie alsmede de voor- en achtervork

5.*.3 RV

N

030

c

– breuken en/of scheuren vertoont

320

220

220

N

030

d

– is doorgeroest

320

220

220

N

030

e

– zodanig is vervormd dat stijfheid en sterkte in gevaar worden gebracht dan wel het weggedrag van het voertuig nadelig wordt beïnvloed

320

220

220

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

030

f

de onderdelen van het frame of de zelfdragende constructie niet deugdelijk zijn bevestigd

5.*.3 RV

320

320

220

220

120

120

N

030

g

het frame met voor- en achtervork breuken en/of scheuren vertoont, is doorgeroest of is vervormd

5.*.3 lid 2 RV

320

220

220

120

120

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het frame

5.9.3 RV

N

030

h

– breuken en/of scheuren vertoont

75

N

030

i

– is doorgeroest

75

N

030

j

– is vervormd

75

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

040

a

de bovenbouw ondeugdelijk op het onderstel is bevestigd

5.*.4 RV

190

190

190

190

130

190

190

190

75

190

190

190

190/130

75

N

040

b

de ondersteuning van de laadvloer/laadruimte niet deugdelijk is

5.*.4 RV

190

190

190

190

190

190

190

190/130

75

N

040

c

de gekoppelde zijspanwagen niet deugdelijk is bevestigd

5.*.4 RV

190

130

N

050

de accu en, indien aanwezig, de bedrading niet deugdelijk is (zijn) bevestigd en niet goed is (zijn) geïsoleerd

5.*.5 RV

190

190

190

2 – Afmetingen en massa’s

Lengte

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

060

a

het langer is dan 12 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 12 geldt niet voor opleggers)

5.*.6 RV

190

190

190

190

190

190

190

190

190

N

060

aa

de bus met 2 assen langer is dan 13,50 m

5.3a.6 lid 2 RV

190

N

060

ac

de bus met meer dan 2 assen langer is dan 15 m

5.3a.6 lid 2 RV

190

N

060

d

het rijdende werktuig langer is dan 20 m

5.3.6 lid 2 RV

190

N

061

e

bij de na 31-12-1997 in gebruik genomen oplegger, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en enig deel aan de voorzijde van de oplegger meer dan 2,04 m bedraagt en de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger meer dan 12 m bedraagt

5.12.6 lid 3 RV

190

N

061

g

de horizontaal gemeten afstand tussen het hart van de koppelingspen en de achterzijde van de oplegger van het kermis- of circusvoertuig meer bedraagt dan 17,50 m

5.12.6 lid 5 RV

190

N

061

fa

de bijzondere bromfiets langer is dan 3 m

5.6a.6 lid 1 sub a onder 1 en sub b onder 1 RV

130

Breedte

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

060

b

het breder is dan 2,55 m (cat 5 ingebruikname voor 01-11-1997; cat 3 en 12 gelden niet voor geconditioneerde voertuigen en voor cat 3 en 12 voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999)

5.*.6 RV

190

190

190

190

190

190

N

060

g

het breder is dan 2,60 m (cat 3 en 12 geconditioneerd voertuig en voertuigen met een tmm > 10 ton en ingebruikname voor 01-02-1999; cat 17 bespannen wagen)

5.*.6 RV

190

190

75

N

060

p

het gehandicaptenvoertuig breder is dan 1,10 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor)

5.*.6 RV

75

75

N

060

r

de fiets breder is dan 0,75 m

5.9.6 lid 1 RV

75

N

060

s

het breder is dan 1,50 m (cat 9 op meer dan 2 wielen of zijspan; cat 17 onbespannen wagen)

5.*.6 RV

75

75

N

060

u

het breder is dan 2 m (cat 5 ingebruikname na 31-10-1997; cat 6 op meer dan 2 wielen; cat 15b achter bromfiets op meer dan 2 wielen)

5.*.6 RV

190

190

130

190/130

N

060

w

het breder is dan 1 m (cat 6 betreft tweewielige bromfiets; cat 15b achter bromfiets op meer dan twee wielen)

5.*.6 RV

130

-/130

75

N

060

rr

de bijzondere bromfiets, op minder dan drie wielen voor individueel vervoer en geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, breder is dan 0,75 m

5.6a.6 lid 2 RV

130

N

060

va

de bijzondere bromfiets, bedoeld voor individueel vervoer, breder is dan 1,10 m

5.6a.6 lid 1 sub a onder 2 RV

130

N

060

vv

de bijzondere bromfiets, bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer, breder is dan 1,15 m

5.6a.6 lid 1 sub a onder 2 RV

130

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig breder is dan 3 m (cat 3 rijdend werktuig)

5.*.6 RV

N

060

ha

– van 0,01 m t/m 0,25 m

190

190

190

190

190

N

060

hb

– van meer dan 0,25 m t/m 0,50 m

280

280

280

280

280

N

060

hc

– van meer dan 0,50 m t/m 0,75 m

420

420

420

420

420

Hoogte

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

060

q

het gehandicaptenvoertuig hoger is dan 2 m (geldt ook voor gehandicaptenvoertuig zonder motor)

5.*.6 RV

75

75

N

060

qa

de bijzondere bromfiets hoger is dan 2 m

5.6a.6 lid 1 sub a onder 3 en sub b onder 3 RV

130

Massa

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de toegestane asdruk, massa of som van de aslasten (categorie 5 ingebruikname na 01-02-1999) (cat 6a alleen gebruiken overschrijding massa) wordt overschreden met

5.*.7 RV

N

070

a

– meer dan 10 %

380

380

380

380

260

380

380

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl van het rijdende werktuig de toegestane maximumlast van enig(e) as of asstel wordt overschreden met

5.3.7 lid 1 RV

N

072

a

– 10 tot 15 %

360

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl van het rijdende werktuig de toegestane maximummassa of som van de aslasten wordt overschreden met

5.3.7 lid 2 RV

N

073

a

– 5 tot 10 %

360

3 – Motor

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van niet meer dan 25 km/h, vermeerderd met 4 km/h, (dan wel de aangewezen bromfiets de in artikel 20b van de wet vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 km/h) overschrijdt met

5.6.8 lid 2 en 5.6a.8 lid 1 RV

N

086

a

– t/m 10 km/h

90

N

086

b

– meer dan 10 en t/m 15 km/h

180

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de bromfiets de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximumconstructiesnelheid van 25 tot en met 45 km/h, vermeerderd met 5 km/h overschrijdt met

5.6.8 lid 1 RV

N

083

a

– t/m 10 km/h

90

N

083

b

– meer dan 10 en t/m 15 km/h

180

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het voertuig de in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen vermelde maximumconstructiesnelheid vermeerderd met 5 km/h overschrijdt

5.*.8 lid 1 RV

N

085

a

– t/m 10 km/h

90

130

130

130

50

50

N

085

b

– meer dan 10 en t/m 15 km/h

130

190

190

190

75

75

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

090

a

het brandstofsysteem niet veilig is of deugdelijk is bevestigd

5.*.9 lid 1 RV

320

320

320

320

320

320

320

320

320

320

N

090

b

het brandstofsysteem of de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd

5.*.9 lid 1 RV

320

220

120

N

090

c

het brandstofsysteem lekkage vertoont

5.*.9 lid 2 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

320

320

320

N

090

d

het brandstofreservoir niet deugdelijk is afgesloten

5.*.9 lid 3 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

320

320

320

N

090

h

de elektrische aandrijving niet veilig is of deugdelijk is bevestigd

5.11.9 lid 1 RV

50

N

100

de LPG-installatie niet voldoet aan de eisen

5.*.10 RV

320

320

320

320

320

N

101

de CNG- of LNG-installatie niet voldoet aan de eisen (LNG niet geregeld voor cat 4)

5.*.10a RV

320

320

320

320

320

N

102

de waterstofinstallatie niet voldoet aan de eisen

5.*.10b RV

320

320

320

320

N

110

a

het niet is voorzien van een over de gehele lengte gasdichte uitlaat

5.*.11 lid 1 RV

380

380

380

380

380

260

380

380

380

150

N

110

b

het uitlaatsysteem niet deugdelijk is bevestigd

5.*.11 lid 2 RV

190

190

190

190

190

130

190

190

190

75

N

110

e

het uitlaatsysteem niet behoorlijk geluiddempend is

5.*.11 RV

380

380

380

150

N

111

(een) onderde(e)l(en) van het na 31-12-2017 in gebruik genomen voertuig, niet zijnde onderdelen van het brandstofsysteem, het remsysteem, de stuurbekrachtiging of het veersysteem, overmatige lekkage van vloeistof, niet zijnde water, verto(o)n(t)(en)

5.*.11a RV

320

320

320

320

320

Meting geluidsniveau

Noot

Indien geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld dan moeten onderstaande waarden worden gehanteerd:

Bromfiets

Constructiesnelheid maximum toegestane waarde

> 25 km/h 97 dB(A)

max. 25 km/h 90 dB(A)

Motorfiets

Cilinderinhoud t/m maximum toegestane waarde

80 cm3 91 dB(A)

125 cm3 92 dB(A)

350 cm3 95 dB(A)

500 cm3 97 dB(A)

750 cm3 100 dB(A)

1000 cm3 103 dB(A)

>1000 cm3 106 dB(A)

Personen-/bedrijfsauto/bus/driewielig motorrijtuig

Benzinemotor max. 3500 kg bij 3500 toeren max. 95 dB(A)

Dieselmotor max. 3500 kg bij 2000 toeren max. 95 dB(A)

> 3500 kg bij 1500 toeren max. 95 dB(A)

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister vermelde geluidsniveau, vermeerderd met 2 dB(A), wordt overschreden

5.*.11 RV

N

110

n

– tot 4 dB(A)

380

380

380

380

380

260

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het toegestane geluidsniveau van het voertuig, waarvoor geen waarde (op het kentekenbewijs of) in het kentekenregister is vermeld, wordt overschreden

5.*.11 RV

N

110

p

– tot 4 dB(A)

380

380

380

380

380

260

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

120

a

– de accu of tractiebatterij niet deugdelijk is bevestigd

5.*.12 lid 1 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

N

120

b

– de bedrading niet deugdelijk is bevestigd/goed is geïsoleerd

5.*.12 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

N

120

c

– het gehandicaptenvoertuig, dat is uitgerust met een elektrische aandrijving, niet is voorzien van een beveiliging tegen overbelasting, die door middel van een binnen bereik bevindende schakelaar de stroomvoorziening herstelt

5.*.12 lid 3 RV

50

50

N

120

d

– de onderdelen van de elektrische aandrijflijn van het elektrisch aangedreven of hybride elektrische voertuig niet aan de gestelde eisen voldoet

5.*.12a RV

190

190

190

190

190

130

130

N

130

a

– de motorsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd/in ernstige mate zijn beschadigd

5.*.13 RV

190

190

190

190

130

190

190

75

N

130

b

– de rubbers van de motorsteunen zijn doorgescheurd/de vulkanisatie is losgeraakt

5.*.13 RV

190

190

190

190

130

130

190

190

75

N

130

c

– de motor niet deugdelijk is bevestigd

5.*.13 RV

190

130

130

4 – Krachtoverbrenging

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

150

a

het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter

5.*.15 RV

130

130

130

N

150

e

het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter

5.*.15 RV

130

130

N

150

f

de na 31-12-2006 in gebruik genomen bromfiets niet is voorzien van een goed werkende, ook bij nacht, afleesbare snelheidsmeter

5.6.15 RV

90

N

160

a

(de onderdelen van) de aandrijving of transmissie niet deugdelijk bevestigd is (zijn)

5.*.16 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

N

170

a

de krachtoverbrenging niet op eenvoudige wijze kan worden onderbroken

5.10.17 RV

50

N

170

b

de snelheid niet regelbaar is

5.11.17 RV

130

75

5 – Assen

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

180

de as(sen) niet deugdelijk (bevestigd) is (zijn)

5.*.18 RV

320

320

320

320

320

220

220

320

320

320

120

120

320

320

320

320/220

N

190

de fuseeonderdelen en overige draaipunten niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.*.19 RV

320

320

320

320

220

220

120

320

320

N

200

de wiellagers niet deugdelijk zijn

5.*.20 RV

190

190

190

190

130

130

75

75

190

190

N

210

de wielbasis te veel afwijkt

5.*.21 RV

130

130

130

130

130

130

N

220

de afstanden tussen de fuseedraaipunten en het chassis of de carrosserie te veel verschillen

5.*.22 RV

130

130

130

N

230

de spoorbreedte te groot is

5.*.23 RV

130

130

130

N

240

a

de wielen/de velgen niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.*.24 RV

120

320

320/220

120

N

240

b

de wielen/de velgen/de wielnaven/de stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.*.24 t/m 26 RV

320

320

320

320

320

N

240

c

de wielen, alsmede de onderdelen niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.*.24 RV

320

220

220

N

240

d

de wielen/de velgen/de stabilisatoren niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.*.24 en 26 RV

320

320

120

320

320

6 – Ophanging

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de wielen niet voorzien zijn van luchtbanden

5.*.27 RV

N

270

a

– 1 band

190

190

190

190

190

130

130

N

270

b

– 2 banden

280

280

280

280

280

190

190

N

270

c

– 3 banden

420

420

420

420

420

290

290

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl een band/de banden beschadigd is/zijn, waarbij het karkas zichtbaar is of de band/banden uitstulpingen vertoont/vertonen

5.*.27 RV

N

270

e

– 1 band

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

190

190

190/130

N

270

f

– 2 banden

280

280

280

190

190

280

280

280

110

110

280

280

280/190

N

270

g

– 3 banden

420

420

420

290

290

420

420

420

170

170

420

420

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het loopvlak uitstekende metalen elementen bevat, per (band) beschadiging

5.*.27 RV

N

270

i

– 1 band

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

190

190

190

N

270

j

– 2 banden

280

280

280

280

280

190

190

280

280

280

110

110

280

280

280

N

270

k

– 3 banden

420

420

420

420

420

290

290

420

420

420

170

170

420

420

420

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de band(en) is/zijn beschadigd waarbij het karkas zichtbaar is, de band(en) uitstulpingen vertoont/vertonen of de daarop vermelde load-index kleiner is dan toegestaan

5.*.27 RV

N

270

m

– 1 band

190

190

190

N

270

n

– 2 banden

280

280

280

N

270

o

– 3 banden

420

420

420

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de profilering van een band/de banden niet voldoet aan de gestelde eisen of is/zijn nageprofileerd (naprofilering geldt niet voor cat 3, 3a en 12 i.g.v. opschrift regroovable; cat 2, 3(a), 5, 7, 7a (alleen banden met van fabriekswege profiel) 8, 12, 13 en 14 min. 1,6 mm; cat 4 min 1,0 mm; cat 6, 6a, 10, 11 en 15 profilering moet aanwezig zijn over de gehele omtrek en breedte van het loopvlak)

5.*.27 RV

N

270

r

– 1 band

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

190

190

190

190/130

N

270

s

– 2 banden

280

280

280

280

280

190

190

280

280

280

110

110

280

280

280

280/190

N

270

t

– 3 banden

420

420

420

420

420

290

290

420

420

420

170

170

420

420

420

420/290

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

270

v

de op de band aangegeven draairichting niet overeenkomt met de draairichting van het wiel in voorwaartse rijrichting

5.*.27 RV

190

190

190

190

190

130

190

75

75

190

190

190/130

N

270

w

de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben (geldt niet voor nood- of reservewiel)

5.*.27 RV

190

190

190

190

130

75

75

190

190

190/130

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de aanhangwagen is voorzien van banden waarvan het loopvlak bestaat uit metaal of een materiaal dat voor wat betreft hardheid en vervormbaarheid dezelfde eigenschappen heeft

5.*.27 RV

N

271

e

– 1 band

190

190

190

N

271

f

– 2 banden

280

280

280

N

271

g

– 3 banden

420

420

420

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

271

m

de wielen zijn voorzien van metalen banden met uitstekende delen (geldt niet voor landbouwwerktuigen met een massa van maximaal 750 kg)

5.17.27 RV

75

N

280

het veersysteem, indien vereist of aanwezig, de onderdelen daarvan of de schokdemper (indien vereist) niet deugdelijk (bevestigd) is/zijn of niet goed werken

5.*.28 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

190

190

190

7 – Stuurinrichting

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

290

deze niet is voorzien van een deugdelijke stuurinrichting

5.*.29 RV

320

320

320

320

320

220

220

320

320

320

120

120

120

N

291

de overbrenging van de gestuurde wielen niet goed reageert of niet deugdelijk is (bevestigd)

5.*.29 RV

320

320

N

292

de draaikransen niet deugdelijk zijn (bevestigd)

5.*.30 RV

320

320

8 – Reminrichting

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

310

a

(de onderdelen van) de reminrichting niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) dan wel niet aan de eisen voldoet/voldoen

5.*.31 RV

320

320

320

320

320

220

220

320

320

320

120

120

320

320

320

N

320

aa

in het hydraulisch remsysteem onvoldoende remvloeistof aanwezig is

5.*.32 en 5.*.31 RV

320

320

320

320

220

220

120

120

N

320

a

het remsysteem van het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting

5.3.33 RV

130

130

130

N

340

de veerrem van het na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een deugdelijke waarschuwingsinrichting

5.*.34 RV

130

130

N

350

a

het drukluchtremsysteem niet is voorzien van een goed functionerend meerkringsbeveiligingsventiel bij na 30-09-1975 in gebruik genomen voertuigen

5.*.35 lid 1 RV

320

320

N

350

b

het drukluchtremsysteem niet is voorzien van drukmeetpunten

5.*.35 lid 1 RV

130

130

130

N

350

c

de drukluchtremkrachtregelaars niet goed functioneren

5.*.35 lid 2 RV

320

320

320

N

350

d

het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig met drukluchtremkrachtregelaars niet is voorzien van de vereiste plaat

5.*.35 lid 3 RV

130

130

130

N

350

e

de drukluchtremkrachtregelaars van het na 30-09-1981 in gebruik genomen voertuig niet aanwezig zijn, dan wel niet zijn afgesteld zoals op de plaat staat vermeld

5.*.35 lid 3 RV

320

320

320

N

360

de slag van de drukluchtremcilinders onjuist is afgesteld

5.*.36 RV

320

320

320

320

N

370

a

het één- of tweeleidingremsysteem niet de juiste aansluitdruk heeft

5.*.37 RV

320

320

320

N

370

b

het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een éénleidingremsysteem ten behoeve van een aanhangwagen

5.*.37 RV

320

320

N

370

c

het na 31-12-1997 in gebruik genomen voertuig is voorzien van een afzonderlijke inrichting voor de bediening van de remmen van de aanhangwagen

5.*.37 RV

320

320

N

380

m

de bedrijfsrem niet op alle wielen remt (uitgezonderd driewielige motorrijtuigen met een massa van minder dan 400 kg in gebruik genomen voor 01-04-1990), dan wel het voertuig op een (nagenoeg) droge weg uitbreekt ten gevolge van een verschil in remwerking tussen de wielen van elke as, of ten gevolge van overberemming van de achteras

5.*.38 RV

320

320

320

320

120

320

N

380

n

niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging

5.*.38 RV

220

220

320

320

120

N

380

p

het niet is voorzien van (een) goed werkende rem(men)

5.*.38 RV

130

75

75

N

380

r

de bijzondere bromfiets, geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, niet is voorzien van een frictierem

5.6a.38 lid 2 RV

130

N

380

s

de bijzondere bromfiets, geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019, niet op alle assen geremd is

5.6a.38 lid 3 RV

130

N

380

t

de bijzondere bromfiets op meer dan twee wielen niet is voorzien van een vastzetinrichting

5.6a.38 lid 5 RV

130

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat. 12 toegestane maximummassa minder dan 3500 kg); de vermindering bedraagt

5.*.38 RV

N

381

a

– 0 t/m 0,5 m/s²

320

320

320

320

N

381

b

– 0,51 t/m 1,0 m/s²

480

480

480

480

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl niet wordt voldaan aan de vereiste remvertraging (cat. 12 toegestane maximummassa 3500 kg of meer); de vermindering bedraagt

5.*.38 RV

N

381

f

– 0 t/m 0,5 m/s²

500

500

500

500

500

500

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

390

a

de parkeerrem niet aan de eisen voldoet

5.*.39 RV

130

130

130

130

130

130

130

N

390

b

van de (brom)fiets op meer dan twee wielen zonder afzonderlijke vastzetinrichting één van de remmen niet kan worden vastgezet

5.*.39 RV

90

50

N

390

e

de vastzetinrichting of de veerrem niet aan de eisen voldoet

5.12.39 RV

130

N

400

c

de reminrichting van de aanhangwagen (niet zijnde een middenasaanhangwagen en aanhangwagen met een stijve dissel met een toegestane maximummassa van ten hoogste 1500 kg) niet automatisch in werking treedt bij het verbreken van de verbinding, dan wel niet automatisch in de bedrijfstoestand komt bij het koppelen met het trekkende voertuig

5.12.40 RV

320

N

400

d

niet is voorzien van een goed functionerende losbreekreminrichting (indien aanwezig)

5.*.40 RV

190

190

9 – Carrosserie

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

410

a

de deuren en de laadbakkleppen (cat 3(a)) niet goed sluiten of de deuren die direct toegang geven tot de personenruimte niet op normale wijze vanaf de binnenzijde en/of vanaf de buitenzijde kunnen worden geopend (categorie 6a indien voorzien van carrosserie en toevoegen personenruimte of goederenruimte)

5.*.41 RV

190

190

190

190

130

130

190

75

N

410

b

het slot of de scharnieren van de motorkap of het kofferdeksel aan de voorzijde geen goede sluiting waarborgen

5.*.41 RV

190

190

190

130

75

N

410

c

de bevestiging van de scharnieren ernstig zijn gecorrodeerd

5.*.41 RV

190

190

190

190

130

75

N

410

d

de windschermen en stroomlijnkappen de bediening belemmeren

5.*.41 RV

190

130

N

410

e

de windschermen, stroomlijnkappen en inrichtingen om ladingen of personen mee te vervoeren niet deugdelijk zijn bevestigd

5.*.41 RV

190

130

130

N

410

f

de gesloten cabines niet zijn voorzien van tenminste twee deuren dan wel één deur en één nooduitgang

5.*.41 RV

190

N

410

g

de nooduitgang niet voldoet aan de vereiste afmetingen

5.*.41 RV

190

N

410

h

het slot of de scharnieren van de deuren of laadbakkleppen geen goede sluiting waarborgen (categorie 6a indien voorzien van een carrosserie)

5.*.41 RV

130

190

190

190

190/130

N

410

j

de deur(en) of uitgang(en) of hoofddoorgang(en) of noodra(a)m(en) of noodluik(en) van de bus niet voldoen (voldoet) aan de eisen of de vereiste opschriften niet zijn aangebracht

5.3a.41 RV

190

N

410

i

de bijzondere bromfiets, bedoeld voor goederenvervoer, is voorzien van een laadruimte die niet voldoet aan de vereisten gesteld in artikel 5.6a.41 lid 5 RV

5.6a.41 lid 5 RV

130

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl de voorruit, de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten dan wel het windscherm (indien vereist) en bij afwezigheid van een rechterbuitenspiegel de achterruit

N

420

a

– is beschadigd of verkleurd (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen)

5.*.42 RV en 5.6a.41 lid 7 RV

320

320

320

320

220

220

320

320

320

120

N

420

b

– is voorzien van onnodige voorwerpen die het uitzicht van de bestuurder belemmeren (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen)

5.*.42 RV

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

420

c

de ruiten niet voldoen aan de eisen (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen)

5.*.42 lid 1 RV

90

50

N

420

d

de lichtdoorlatendheid van de voorruit en/of de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten minder dan 55% bedraagt (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen)

5.*.42 lid 3 RV

320

320

320

320

220

220

N

430

a

het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitenwisserinstallatie (cat 5 in gebruik na 27-11-1975; cat 6 in gebruik na 31-12-2006) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen)

5.*.43 RV en 5.6a.41 lid 7 RV

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

N

430

d

het voertuig niet is voorzien van een goed werkende ruitensproeierinstallatie voor de voorruit die de bestuurder voldoende uitzicht geeft (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997; cat 3a na 30-06-1985; cat 5 na 31-12-1994; cat 6 na 31-12-2006) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is voorzien van een carrosserie met ramen)

5.*.43 RV en 5.6a.41 lid 7 RV

190

190

190

190

130

130

75

N

440

a

het voertuig niet is voorzien van een goed werkende installatie ter ontdooiing en ontwaseming van de voorruit (cat 2 in gebruik na 30-09-1971; cat 3 na 31-12-1997, cat 3a na 30-06-1985, cat 5 voorruit en gesloten carrosserie na 31-12-1994 tot 17-06-2003 vanaf 17-06-2003 indien voorruit) (categorie 6a indien gesloten carrosserie)

5.*.44 RV en 5.6a.41 lid 7 RV

190

190

190

190

130

75

N

450

a

het voertuig niet is voorzien van de noodzakelijke spiegels en/of cameramonitor-systeem die/dat aan de eisen voldoen/voldoet (cat. 6 voertuig in gebruik na 31-12-2006) (categorie 6a indien voorzien van carrosserie) (vooruitkijkspiegel/camera-monitorsysteem en breedtespiegel betreft bedrijfsauto met frontstuur in gebruik na 25-01-2008, tmm > 7500 kg) (cat. 8 rechterspiegel/camerasysteem in gebruik na 31-12-2018)

5.*.45 RV

190

190

190

130

130

190

190

190

75

N

450

b

het na 26-11-1975 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel die aan de eisen voldoet

5.4.45 RV

190

N

450

c

het na 31-12-1996 doch voor 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig dat 100 km/h of sneller kan, niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel die aan de eisen voldoet

5.4.45 RV

190

N

450

d

het na 26-11-1975 in gebruik genomen voertuig waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een linkerbuitenspiegel

5.5.45 RV

190

N

450

e

het na 17-06-2003 in gebruik genomen voertuig met een gesloten carrosserie waarvan de ledige massa meer bedraagt dan 400 kg en waarbij de bestuurder een zodanige plaats inneemt dat hij vanaf zijn zitplaats het achter hem gelegen weggedeelte niet kan overzien niet is voorzien van een binnenspiegel

5.5.45 RV

190

N

450

f

het voertuig niet is voorzien van een rechterbuitenspiegel terwijl met de binnenspiegel het achter het voertuig gelegen weggedeelte niet voldoende kan worden overzien

5.5.45 RV

190

N

450

g

het na 16-06-2003 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een linker- en een rechterbuitenspiegel

5.4.45 lid 1 RV

190

N

460

a

de zitplaatsen (of rugleuningen) niet deugdelijk bevestigd zijn

5.*.46 RV

190

130

75

N

460

aa

de na 31-12-2014 in gebruik genomen personenauto dan wel de na 21-01-2014 in gebruik genomen bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of bus van klasse III of B is voorzien van zijdelings gerichte zitplaatsen

5.*.46 RV

190

190

190

N

460

c

de zitplaatsen, de rugleuningen of de verstelinrichtingen niet deugdelijk (bevestigd) zijn

5.*.46 RV

190

190

190

190

190

190

190

75

N

460

d

de voetsteunen niet deugdelijk zijn bevestigd

5.*.46 RV

190

130

N

460

g

de trappers niet deugdelijk zijn bevestigd of niet zijn voorzien van een stroef oppervlak

5.9.46 RV

75

N

470

a

de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de na 31-12-1989 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van na 30-09-2000 in gebruik genomen personenauto niet voorzien is van (een) gordel(s)

5.2.47 RV

190

N

470

b

de/een gordel(s) voor de voorzitplaats(en) die aan een portier gren(st)(zen) van de na 01-01-1971 en voor 01-01-1990 in gebruik genomen personenauto niet aanwezig is/zijn

5.2.47 RV

190

N

470

c

de/een gordel(s) niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) (geldt voor cat 7, 8 en 10 indien aanwezig) (categorie 6a indien bedoeld voor personenvervoer)

5.*.47 RV en 5.6a.41 RV

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

N

470

d

de/een gordel(s) voor de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de T-100 bus of na 31-12-1997 in gebruik genomen andere bus of bedrijfsauto niet aanwezig is/zijn

5.*.47 lid 1 RV

190

190

N

470

g

de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van het na 31-12-1989 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s) of de/een naar achteren gerichte zitplaats(en) van het na 16-06-2003 in gebruik genomen driewielig motorrijtuig met gesloten carrosserie niet voorzien zijn van (een) gordel(s)

5.5.47 RV

190

N

470

h

de/een naar voren en/of naar achteren gerichte zitplaats(en) van de na 30-09-2002 in gebruik genomen bus met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of van de na 30-09-2000 in gebruik genomen bus met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg niet voorzien is/zijn van (een) gordel(s)

5.3a.47 lid 2 RV

190

N

470

i

de/een naar voren gerichte zitplaats(en) van de bromfiets op meer dan twee wielen met een gesloten carrosserie en een ledige massa van meer dan 250 kg, in gebruik genomen na 31-12-2006, niet is/zijn voorzien van (een) gordel(s)

5.6.47 lid 1 RV

130

N

470

j

het na 01-09-2008 in gebruik genomen en voor het vervoer van één of meer passagiers in een rolstoel ingericht voertuig niet voldoet aan de gestelde eisen

5.*.47a RV

190

190

N

470

k

de ligplaats(en) niet voldoe(t)(n) aan de gestelde eisen

5.2.47a jo. 5.2.79 en 5.3a.48 RV

190

190

N

470

l

de bijzondere bromfiets, bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer, niet is voorzien van een bestuurdersplaats met bescherming die kan voorkomen dat de bestuurder van het voertuig valt

5.6a.41 lid 4 RV

130

N

480

a

het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten

5.*.48 RV

320

320

320

320

320

220

220

320

320

320

120

120

120

320

320

320

320/220

120

N

480

b

het voertuig niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten

5.*.48 RV

320

320

320

320

320

320

320

120

320

320

320

320/220

120

N

480

c

de wielen niet goed afgeschermd zijn, aanlopen of te ver buiten de afscherming uitsteken

5.*.48 RV

320

320

320

320

320

120

320

320

320/220

N

480

e

gevaar bestaat voor het losraken van enig deel van de buitenzijde

5.*.48 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

190

190

190

190/130

N

480

f

de wielen/banden aanlopen

5.*.48 RV

130

130

190

N

480

g

het voertuig niet is voorzien van de vereiste zijdelingse afscherming

5.*.48 RV

500

500

500

N

480

h

het voertuig aan de voorzijde (een) voorziening(en) heeft die in geval van botsing de kans op lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kan/kunnen vergroten

5.*.48 RV

320

320

N

490

het na 30-06-1967 in gebruik genomen voertuig niet is voorzien van een stootbalk (cat 3 en 12) of beschermingsinrichting (cat 3a) tegen klemrijden die aan de vereisten voldoet (afstand stootbalk/beschermingsinrichting wegdek: in gebruik voor 01-01-1998 70 cm, daarna 55 cm; afstand achterzijde voertuig tot stootbalk: tot 01-01-2005 60 cm, daarna cat 3, 3a en 12: 45 cm)

5.*.49 RV

500

500

500

N

500

de aanhangwagen aan de achterzijde niet is voorzien van een mogelijkheid tot bevestiging van een kentekenplaat

5.*.50 RV

130

130/90

N

501

de frontbeschermingsinrichting van het na 31-12-2008 in gebruik genomen voertuig met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg niet is goedgekeurd voor het voertuig waarop deze is aangebracht en/of niet voorzien is van het voorgeschreven EG-typegoedkeuringsmerk

5.*.50 RV

320

320

10 – Verlichting

Noot

1. Bij het ontbreken of niet branden van dim-/kop-/achterlicht of kentekenplaatverlichting moeten de bepalingen uit het RVV 1990 worden toegepast;

2. Bij de feitcodes zijn alle data vermeld van verlichting die na 1 januari 1980 verplicht is geworden;

3. Er is geen sprake van verlichting in de zin van de Regeling voertuigen als de armatuur niet is aangesloten en niet is voorzien van een lampje.

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl het niet is voorzien van (een) goed werkend(e)

N

514

a

– richtingaanwijzers (cat 4 na 31-12-1996 met zijspan na 31-10-1997; cat 6 = 3 of 4 wielig en gesloten carrosserie) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

90

90

130

130

130

50

130

130

130

130/-

N

514

b

– waarschuwingsknipperlichten (cat 2, 3(a) na 31-12-1997; cat 5 na 31-12-1996; cat 10 na 01-01-2005)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

130

50

N

514

c

– zijrichtingaanwijzer(s) (cat. 2 na 31-12-1997; cat. 3(a) langer dan 6 m of na 31-12-1997; cat. 7 langer dan 6 m)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

N

514

d

– remlichten (cat. 6: 3 of 4 wielig en 2 wielig voertuig in gebruik na 31-12-2006 en vermogen meer dan 0,5 kW en max. snelheid meer dan 25 km/h) (categorie 6a indien de bijzondere bromfiets is geproduceerd op basis van een aanwijzing die is afgegeven na 2 mei 2019)

5.*.51 t/m 63 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

190

190

190

190/-

N

514

f

– rode retroreflectoren

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

90

90

130

130

130

50

50

50

130

130

130

130/90

50

50

N

514

g

– mistachterlicht(en) (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997; cat. 13 voor zover het trekkende voertuig is voorzien van een mistachterlicht)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

N

514

h

– achteruitrijlicht(en) (cat 2, 3(a) in gebruik na 31-12-1997; cat 12 in gebruik na 31-12-2012)

5.*.51 t/m 63 RV

65

65

65

65

N

514

i

– markeringslichten (voor- en achterzijde) (cat. 2, 3(a) en 12 breder dan 2.60 m of na 31-12-1997 breder dan 2,10 m; cat. 13 en 14 breder dan 2.10 m)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

130

N

514

j

– zijmarkeringslichten (cat. 2, 3(a) en 12 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 13 langer dan 6 m)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

130

130

N

514

k

– derde remlicht (na 30-09-2001)

5.*.51 t/m 63 RV

130

N

514

l

– witte retroreflectoren (cat. 9: 3 wielig breder dan 75 cm; cat. 12 na 31-12-1997)

5.*.51 t/m 63 RV

90

50

130

130

130

N

514

m

– zijretroreflectoren (cat. 2 na 31-12-1997 en langer dan 6 m; cat. 3(a) en 7 langer dan 6 m; cat. 6: 2-wielig na 31-12-2006)

5.*.51 t/m 63 RV

130

130

130

90

90

130

130

130

130

130

130/90

N

514

o

– trapreflectie (cat 6 alleen indien vaste trappers bij 3 of 4 wielig)

5.*.51 t/m 63 RV

90

50

N

514

p

– wielreflectie

5.*.51 t/m 63 RV

50

50

N

514

r

– lijnmarkering aan de achterzijde bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat breder is dan 2,10 m en langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3500 kg

5.12.51 RV

130

N

514

s

– lijnmarkering aan de zijkant bij een na 31-12-2012 in gebruik genomen voertuig dat langer is dan 6 m en waarbij de som van de toegestane aslasten meer bedraagt dan 3500 kg

5.12.51 RV

130

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

515

de verlichting/retroreflecterende voorzieningen niet de vereiste kleur hebben (cat 9 alleen retroreflectie)

5.*.51 t/m 59 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

75

190

190

190

190/130

75

75

N

517

de verlichting of retroreflectoren niet op de juiste plaats zijn bevestigd (cat 9 alleen retroreflectie)

5.*.51 t/m 61 RV

130

130

130

130

130

90

90

130

130

130

50

50

50

130

130

130

130/90

50

50

N

518

de verlichte transparant(en) voldoet (voldoen) niet aan de eisen (niet afzonderlijk geschakeld/breder/langer dan voertuig)

5.*.55 RV

130

130

130

130

N

519

het voertuig aan de achterzijde niet is voorzien van één rode retroreflector in de vorm van een afgeknotte driehoek die voorzien is van een goedkeuringsmerk

5.*.51 RV

130

130

130

130

50

N

550

de glazen van de verlichtingsarmaturen of de retroreflectoren niet aan de gestelde eisen voldoen (cat 9, 11, 16 en 17 alleen eisen rode retroreflectie)

5.*.55 RV

130

130

130

130

130

90

130

130

130

50

50

50

130

130

130

130/90

50

50

N

551

de verlichtingsarmaturen of onderdelen daarvan niet deugdelijk zijn bevestigd (geldt ook voor niet verplichte verlichting)

5.*.55 RV

130

130

130

130

130

90

130

130

130

50

130

130

130

130/90

N

552

de lichten of retroreflectoren voor meer dan 25% zijn afgeschermd (cat 9, 11, 16 en 17 alleen afscherming rode retroreflectie)

5.*.55 RV

130

130

130

130

130

90

130

130

130

50

50

50

130

130

130

130/90

50

50

N

559

de mistvoorlichten niet goed zijn afgesteld conform het bepaalde in de artikelen 114a en 114b van de bijlage VIII van de RV

5.*.59b RV

130

130

130

130

N

560

de dimlichten niet aan de eisen voldoen

5.*.51 jo. 5.*.56 RV (cat. 6: 5.6.51, 5.6.53 en 5.6.55 RV)

130

130

130

130

130

90

130

130

130

50

N

620

het niet is voorzien van een controlelampje of schakelaar met herkenbare stand (cat 4) voor ingeschakeld(e) mistachterlicht(en)

5.*.62 RV

65

65

65

65

65

65

65

65

25

N

640

het is voorzien van niet toegestane verblindende/knipperende verlichting

5.*.64 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

190

190

190

190/130

75

75

N

650

het is voorzien van meer lichten of retroreflecterende voorzieningen dan is toegestaan (cat 9 uitsluitend retroreflectie)

5.*.65 RV

190

190

190

190

190

130

130

190

190

190

75

75

75

190

190

190

190/130

75

75

N

651

in het voertuig aanwezige lichten of objecten licht uitstralen naar de buitenzijde van het voertuig (cat. 3a niet van toepassing op binnenverlichting passagiersruimte bus)

5.*.65 RV

190

190

190

190

190

130

190

190

190

11 – Verbinding tussen trekkend voertuig en aanhangwagen

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

660

a

de koppeling niet deugdelijk is (bevestigd) of niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen

5.*.66 t/m 70 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

N

660

b

de (hulp)koppeling, trekdriehoek, trekboom of onderdelen daarvan niet aanwezig is/zijn, deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen

5.*.66 t/m 70 RV

320

320

320

N

660

c

de (middenas)aanhangwagen, die is voorzien van een losbreekreminrichting, tevens is voorzien van een hulpkoppeling

5.*.66 RV

130

130

130

N

660

d

de koppeling, dissel, of onderdelen daarvan niet deugdelijk is/zijn (bevestigd) of niet voldoet/voldoen aan de daaraan gestelde eisen

5.15.66 t/m 70 RV

320/220

N

661

de bijzondere bromfiets is voorzien van een inrichting tot het koppelen van een aanhangwagen

5.6a.66 RV

130

12 – Diversen

als bestuurder van een voertuig rijden terwijl

N

710

a

– het niet is voorzien van een goed werkende geluidssignaalinrichting

5.*.71 RV

130

130

130

130

130

130

130

130

N

710

b

– het niet is voorzien van een goed werkende bel of hoorn met vaste toonhoogte

5.*.71 RV

90

90

50

50

N

710

c

– het niet is voorzien van een goed werkende bel

5.9.71 RV

50

N

711

de inrichting van een taxi niet in overeenstemming met het goedkeuringsdocument

5.2.74 RV

320

Gebruikseisen voertuigen

0 – Algemeen

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

001

een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt gebruikt terwijl dit niet is toegestaan (cat. 3 uitsluitend toegestaan voor wegwerkzaamheden of gladheidsbestrijding)

5.18.0 RV

190

190

190

P

010

a

meer dan één aanhangwagen wordt voortbewogen

5.18.1 lid 1 RV

320

320

320

320

220

P

010

b

met de gelede bus een aanhangwagen wordt voortbewogen

5.18.1 lid 2 RV

320

P

010

c

met het gehandicaptenvoertuig een aanhangwagen wordt voortbewogen

5.18.1 lid 2 RV

75

75

P

010

d

met de motorfiets met onberemde zijspanwagen een aanhangwagen wordt voortbewogen

5.18.1 lid 2 RV

320

P

010

da

met de bijzondere bromfiets een aanhanger wordt voortbewogen

5.18.1 RV

220

P

010

e

het samenstel van motorvoertuig en aanhangwagen meer dan twee draaipunten heeft

5.18.1 lid 5 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

P

010

f

met een motorvoertuig, niet zijnde een land- of bosbouwtrekker of motorrijtuig met beperkte snelheid een land- of bosbouwaanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk wordt voortbewogen

5.18.1 lid 3 RV

320

320

320

320

P

020

a

met het motorvoertuig meer dan één motorvoertuig wordt gesleept

5.18.2 lid 1 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

P

020

b

met het motorvoertuig een tweewielig motorvoertuig of samenstel van voertuigen wordt gesleept

5.18.2 lid 6 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

P

020

c

met het tweewielig motorvoertuig, de gelede bus of het samenstel van voertuigen, een motorvoertuig wordt gesleept

5.18.2 lid 7 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

P

020

da

een voertuig voorzien van een drukluchtsysteem niet met behulp van een sleepstang wordt gesleept

5.18.2 lid 2 RV

320

320

320

320

320

P

020

e

het drukluchtsysteem van het gesleepte voertuig niet is aangesloten op het drukluchtsysteem van het trekkend voertuig

5.18.2 lid 3 RV

320

320

P

020

f

met een dolly of afsleepas waarop zich een motorvoertuig bevindt, terwijl de reminrichting van de dolly of afsleepas ontbreekt

5.18.2 lid 4 RV

320

320

320

320

320

P

020

g

een afsleepas wordt gebruikt zonder dat zich daarop een motorvoertuig bevindt

5.18.2 lid 5 RV

320

320

320

320

320

P

030

hij wordt gehinderd door passagiers, lading of op andere wijze

5.18.3 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

120

120

320

320

320

320/220

120

120

P

031

in dat voertuig, waarin vervoer van een passagier in rolstoel plaatsvindt losse voorwerpen, die het risico op letsel bij een noodstop, aanrijding of botsing kunnen verhogen, aanwezig zijn

5.18.3 lid 2 RV

320

320

320

320

220

120

P

041

a

de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en/of de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft

5.18.4 aanhef en onder a RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

P

041

b

de bestuurder met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en/of achter hem gelegen weggedeelte

5.18.4 aanhef en onder b RV

190

190

190

190

190

130

190

190

190

75

P

041

c

de bestuurder niet voldoende zicht door de voorruit en de voorste zijruiten naar voren en opzij heeft en met behulp van de voor dat voertuig of samenstel van voertuigen voorgeschreven spiegels of camera-monitorsysteem niet voldoende zicht heeft op het naast en achter hem gelegen weggedeelte

5.18.4 RV

500

500

500

500

500

350

500

500

500

200

P

050

het niet is voorzien van de vereiste buitenspiegels, indien het zicht door lading achter het voertuig of door een achter het voertuig gekoppelde aanhangwagen is beperkt

5.18.5 lid 2 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

120

P

051

de spiegels of gezichtsveldverbeterende voorzieningen niet zodanig zijn geplaatst dat de bestuurder in normale rijhouding de vereiste gezichtsvelden kan overzien

5.18.5 lid 1 RV

320

320

320

320

P

060

a

voertuiggebonden lading, zoals voertuiguitrustingsstukken, voertuiggereedschappen of stuwagemiddelen niet zodanig is bevestigd dat deze niet van het voertuig kan vallen

5.18.6 lid 3 RV

500

500

500

500

500

350

500

500

500

200

200

200

500

500

500

500/350

200

200

P

061

de losse lading die naar haar aard niet op of aan het voertuig bevestigd kan worden niet deugdelijk is afgedekt terwijl gevaar of hinder is ontstaan of kan ontstaan als gevolg van afvallende of wegwaaiende lading

5.18.6 lid 2 RV

500

500

500

500

500

350

500

500

500

200

200

200

500

500

500

500/350

200

200

P

062

verwisselbare gedragen uitrustingsstukken, afneembare bovenbouwen, gestandaardiseerde laadstructuren of meeneemheftrucks niet deugdelijk bevestigd zijn met geschikte vastzetsystemen, zekeringssystemen of stuwagemiddelen

5.18.6 lid 4 RV

500

500

500

500

500

500

500

P

063

vastzetsystemen, zekeringssystemen, stuwagemiddelen of onderdelen hiervan niet goed functioneren dan wel niet geschikt zijn voor het doel waarvoor ze worden gebruikt

5.18.6 lid 5 RV

260

260

260

260

260

180

260

260

260

100

100

100

260

260

260

260/180

100

100

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van goederen aan de voor- of achterzijde van het voertuig

5.18.7 lid 1 RV

P

070

a

– de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager

190

190

190

190

P

070

b

– de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd

190

190

190

190

P

070

c

– de lastdrager inclusief lading meer dan 0,20 m buiten de zijkanten uitsteekt

190

190

190

190

P

070

d

– andere of meer goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager specifiek is geconstrueerd

190

190

190

190

P

070

e

– de lastdrager aan de achterzijde niet op de voorgeschreven wijze is voorzien van twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee niet driehoekige rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers aangezien de verlichting en retroreflectoren van het voertuig worden afgeschermd

190

190

190

190

P

070

f

– de lastdrager niet is voorzien van een goed leesbare, van een goedkeuringsmerk voorziene en niet afgeschermde kentekenplaat met het kenteken van het voertuig waarop de lastdrager is aangebracht aangezien de op het voertuig aangebrachte kentekenplaat wordt afgeschermd

190

190

190

190

P

070

g

– de koppelingsdruk van de op de trekhaak bevestigde lastdrager meer bedraagt dan voorgeschreven of meer bedraagt dan 75 kg

130

130

130

130

P

070

h

– de lastdrager het wegdek kan raken

130

130

130

130

P

070

i

– de achtergebleven bevestigingsdelen van de lastdrager de bewegingsvrijheid van een aangekoppelde aanhangwagen beperken

130

130

130

130

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van goederen op het dak

5.18.7 lid 2 RV

P

070

j

– de goederen niet deugdelijk zijn bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager

190

190

190

P

070

k

– de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd

190

190

190

P

070

l

– de maximale daklast wordt overschreden

190

190

190

P

070

m

– meer specifieke goederen worden vervoerd dan waarvoor de lastdrager is geconstrueerd

190

190

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg

5.18.7 lid 3 RV

P

071

a

– de lading niet deugdelijk is bevestigd op, in of aan een deugdelijke lastdrager

190

190

190

P

071

b

– de lastdrager niet deugdelijk is bevestigd

190

190

190

P

071

c

– de lastdrager met inbegrip van de lading meer dan 0,35 m buiten de zijkanten van het voertuig uitsteekt en/of de totale breedte van het voertuig inclusief de lastdrager en de lading meer bedraagt dan 2,75 m

190

190

190

P

071

d

– de lading meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt

190

190

190

P

071

e

– de lastdrager die in de breedte meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt aan de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet

190

190

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

080

de lading van het voertuig scherpe delen heeft die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren (geldt niet voor lading of delen hoger dan 2 m boven wegdek)

5.18.8 lid 1 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

120

120

320

320

320

320/220

120

120

P

081

het verwisselbare uitrustingsstuk scherpe delen heeft die in geval van botsing gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers kunnen opleveren (geldt niet voor delen hoger dan 2 m boven wegdek)

5.18.8 lid 1 RV

320

320

320

320

P

082

het verwisselbare uitrustingsstuk niet afgeschermde uitstekende delen heeft die in geval van botsing het gevaar voor lichamelijk letsel voor andere weggebruikers aanzienlijk kunnen vergroten (geldt niet voor delen hoger dan 2m boven wegdek)

5.18.8 lid 2 RV

320

320

320

320

P

083

een deel van de buitenzijde van het verwisselbare uitrustingsstuk zodanig is bevestigd, beschadigd, versleten of door corrosie aangetast dat gevaar bestaat voor losraken

5.18.8 lid 4 RV

320

320

320

320

P

090

de opgeklapte opklapbare delen aan de buitenzijde van het voertuig niet deugdelijk zijn vergrendeld

5.18.9 RV

320

320

320

320

320

220

320

320

320

120

120

120

320

320

320

320/220

120

120

P

091

het niet voor gebruik op de weg noodzakelijke opklapbare deel of delen van het verwisselbare uitrustingsstuk tijdens het transport niet deugdelijk in opgeklapte toestand is/zijn vergrendeld

5.18.9 lid 2 RV

320

320

320

320

P

100

a

de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig

5.18.10 lid 1 RV

190

190/130

P

100

b

de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat

5.18.10 lid 4 en lid 5 RV

190

190/130

P

100

c

de aanhangwagen, met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waarvoor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van het kenteken van het trekkend motorvoertuig

5.18.10 lid 1 RV

190

P

100

d

de aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, afkomstig uit een land waarvoor deze aanhangwagens geen afzonderlijk kenteken is opgegeven, niet is voorzien van een deugdelijk bevestigde, goed leesbare, niet afgeschermde en van een goedkeuringsmerk voorziene, kentekenplaat gelijk aan trekkend voertuig

5.18.10 lid 4 en 5 RV

190

1 – Afmetingen en massa’s

Noot afmetingen

Als bij ondeelbare lading meer dan één afmeting wordt overschreden, dan wordt uitsluitend proces-verbaal opgemaakt terzake de afmeting die het meest wordt overschreden. De overige overschrijdingen worden als bevinding eveneens in het proces-verbaal vermeld.

Lengte samenstel (onbeladen), c.q. indien geen sprake is van uitstekende lading

Noot

Lengte opleggertrekker met oplegger max. 16,50 m; bedrijfsauto/bus met aanhangwagen max. 18,75 m; personenauto/driewielig motorvoertuig met aanhangwagen max. 18 m; samenstel kermis-/circusvoertuigen max. 24 m; rijdend werktuig met aanhangwagen max. 20 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare getrokken machines max. 18,75 m; land- of bosbouwtrekker/motorrijtuig beperkte snelheid met één of meer aanhangwagens en/of verwisselbare gedragen uitrustingsstukken machines max. 18,75 m; indien het een verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk betreft dat niet om een verticale as kan draaien ten opzichte van het trekkende voertuig lengte samenstel max. 12 m.

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de maximum toegestane lengte van het samenstel van voertuigen wordt overschreden, met een overschrijding

5.18.11 en 5.18.20 RV

P

111

a

– t/m 0,25 m

380

380

380

380

380

380

380

P

111

f

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het uitschuifbare voertuig, waarvan de uitgeschoven delen niet zijn voorzien van zijdelingse afscherming als bedoeld in artikel 5.12.48, vijfde lid, in onbeladen toestand niet geheel is ingeschoven

5.18.11 lid 11 RV

320

Lengte deelbaar; uitstekende lading voorzijde

P

120

aa

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading voor het voertuig uitsteekt (geldt niet voor kermis- en circusvoertuigen)

5.18.12 en 5.18.21 RV

190

190

190

190

190

190

190

190

Lengte deelbaar; uitstekende lading achterzijde

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (categorie 12 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding

5.18.12 RV

P

121

a

– t/m 0,25 m

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

121

g

het zicht op de verlichting, de retroreflectoren, de richtingaanwijzers of voor zover van toepassing de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig wordt belemmerd door uitstekende lading

5.18.12, 5.18.13 en 5.18.21 RV

190

190

190

190

190

190

190

190

190

P

121

h

de lading uitsluitend op de laadvloerverlenging rust

5.18.12 lid 5 en 5.18.21 lid 3 RV

380

380

380

380

380

380

P

121

n

de stootbalk breder is of meer dan 0,20 m smaller is dan a. het voertuig op de plaats waar de stootbalk is aangebracht of; b. de breedte van de breedste achteras met inbegrip van de wielen

5.18.12 lid 5 RV

380

380

P

121

o

de stootbalk en/of de bevestiging daarvan is/zijn zodanig vervormd of zodanig breuken en/of scheuren vertoont, dan wel zodanig door corrosie is aangetast, dat hierdoor functieverlies optreedt

5.18.12 lid 5 RV

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van het voertuig bedraagt en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de afneembare bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt

5.18.12 lid 7 RV

P

123

a

– t/m 0,25 m

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding

5.18.12a RV

P

124

a

– t/m 0,75 m

190

P

124

b

– van meer dan 0,75 m

280

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken

5.18.12a RV

P

124

c

– de/het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld

320

P

124

d

– lading rust op een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk welke niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk

190

P

124

e

– het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers door een verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk wordt belemmerd

190

P

124

f

– het verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet

190

P

124

g

– het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk dat voor of achter het voertuig meer dan 1 m uitsteekt, aan de zijkant niet is voorzien van een zijmarkeringslicht of een ambergele retroreflector of ambergele opvallende markering, die is aangebracht op een afstand van niet meer dan 1 m van de uiterste voor- of achterzijde

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading meer dan 1 m achter het voertuig en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt en/of de vereiste stootbalk, voor het na 01-01-1996 in gebruik genomen voertuig, meer dan 0,60 m van de uiterste achterzijde is aangebracht, terwijl de afstand van de lading tot het wegdek meer bedraagt dan 0,55 m (stootbalk uitsluitend cat. 12, particulier gebruik), een overschrijding

5.18.12 en 5.18.21 RV

P

121

j

– t/m 0,75 m

190

190

190

190

190

190

190

190

P

121

k

– van meer dan 0,75 m

280

280

280

280

280

280

280

280

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de aan de achterzijde van het voertuig bevestigde meeneemheftruck meer dan 1,20 m achter het voertuig uitsteekt of indien een verklaring is afgegeven dat de aslasten en de last onder de koppeling van het voertuig bij belading met uitsluitend de meeneemheftruck voldoen aan de wettelijke eisen meer dan 1,50 m achter het voertuig uitsteekt

5.18.12 lid 6 RV

P

121

l

– t/m 0,25 m

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lading van een samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen

5.18.13 lid 2 RV

P

130

f

– meer dan 2 m achter de aanhangwagen en/of meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van de aanhangwagen uitsteekt

320

P

130

g

– meer dan 0,50 m voor de voorzijde van de bedrijfsauto uitsteekt

190

P

130

h

– die meer dan 1 m achter het voertuig uitsteekt, aan de achterzijde niet is voorzien van een markering die voldoet aan de eisen

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, met inbegrip van de lading dat is ingericht voor het vervoer van voertuigen, langer is dan 20,75 m, een overschrijding

5.18.13 lid 2 RV

P

130

i

– t/m 0,25 m

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de lengte van het voertuig met inbegrip van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken meer bedraagt dan de maximum toegestane lengte van het voertuig, een overschrijding

5.18.21a RV

P

211

a

– t/m 0,75 m

190

190

190

P

211

b

– van meer dan 0,75 m

320

320

320

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij het voertuig dat is voorzien van één of meer verwisselbare gedragen uitrustingsstukken

5.18.21a RV

P

211

c

– de/het verwisselbare uitrustingsstuk(ken) niet zoveel mogelijk is/zijn ingeschoven, ingetrokken, in- of opgeklapt en/of deugdelijk vergrendeld

320

320

320

P

211

d

– lading rust op een verwisselbaar uitrustingsstuk die niet is gerelateerd aan de functie van het verwisselbare uitrustingsstuk

190

190

190

P

211

e

– het zicht op de verlichting, de retroreflectoren of de richtingaanwijzers aan de achterzijde door een verwisselbaar uitrustingsstuk wordt belemmerd

190

190

190

P

211

f

– het verwisselbaar uitrustingsstuk dat voor of achter meer dan 1 m het voertuig uitsteekt niet is voorzien van een markering die aan de gestelde eisen voldoet

190

190

190

P

211

g

– de voertuigdelen en/of (het) verwisselbare gedragen uitrustingsstuk(ken) meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel uitste(ekt)(ken)

320

320

320

Lengte; ondeelbare lading

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading aan de voorzijde van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg, niet zijnde een kermis- of circusvoertuig, meer dan 4,30 m voor het hart van de voorste as uitsteekt, een overschrijding

5.18.13 RV

P

130

n

– t/m 0,25 m

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen, niet zijnde een samenstel van kermis- of circusvoertuigen

5.18.13 RV

P

130

c

– voor de voorzijde van de aanhangwagen, niet zijnde een oplegger, uitsteekt

190

190

P

130

d

– die meer dan 1 m voor of achter het voertuig uitsteekt aan de voor- of achterzijde niet is voorzien van een markering die aan de eisen voldoet

190

190

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de met in lengte ondeelbare lading beladen opleggertrekker en oplegger, met inbegrip van de lading, langer is dan 22 m, een overschrijding

5.18.13 RV

P

130

ea

– t/m 0,25 m

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg of een aanhangwagen en/of meer dan van 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m bedraagt (categorie 12 en 13 bedrijfsmatig gebruik), een overschrijding

5.18.13 RV

P

131

a

– t/m 0,25 m

380

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

131

f

de uitsteek van de in lengte ondeelbare lading achter het hart van de achterste as meer dan 0,5 maal de lengte van een aanhangwagen en/of meer dan 5 m bedraagt of bij een oplegger de uitsteek van de lading achter het hart van de achterste as meer bedraagt dan 0,5 maal de afstand van hart koppeling tot de achterzijde en/of meer dan 5 m (categorie 12 en 13 particulier gebruik)

5.18.13 RV

190

190

P

131

i

de in lengte ondeelbare lading bij een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg of een driewielig motorrijtuig aan de voor- en/of achterzijde van het voertuig meer dan 1 m uitsteekt

5.18.13 RV

190

190

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de in lengte ondeelbare lading van het voertuig of samenstel van voertuigen

5.18.21 RV

P

210

e

– meer dan 3,50 m voor het hart van het stuurwiel van het voertuig uitsteekt

190

190

190

190

P

210

f

– meer dan 1 m voor en/of achter het voertuig uitsteekt, terwijl de voor- en/of achterzijde niet is voorzien van de vereiste markering

190

190

190

190

P

210

g

– meer dan 5 m achter het hart van de achterste as van het voertuig uitsteekt

190

190

190

190

Afstand achteras trekkend voertuig/achterzijde voertuig

P

190

c

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de afstand van de achteras van het trekkende voertuig tot de achterzijde van de aanhangwagen, met inbegrip van de lading, meer bedraagt dan 2,50 m

5.18.19 en 5.18.27 RV

190/130

Breedte; lading

Noot

De feitcodeserie P 141 geldt voor de categorieën 7, 8 en 14 voor alle lading. Bij deze categorieën wordt geen onderscheid gemaakt tussen deelbare en ondeelbare lading. Voor de overige categorieën betreft het uitsluitend deelbare lading.

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

140

d

de lading of het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk die meer dan 0,10 m buiten de zijkant van het voertuig uitsteekt, niet is voorzien van de vereiste markering (geldt niet voor lading op driewielige motorrijtuigen of voor lading op personenauto’s)

5.18.14 lid 3 en 5.18.22 lid 2 RV

190

190

190

190

190

190

190

190

P

140

e

de lading meer dan 0,20 m buiten de zijkant(en) van het voertuig uitsteekt (cat. 5; cat. 4 motor op 2 wielen)

5.18.14 en 5.18.19 RV

190

190

190

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de (deelbare) lading of verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk de maximum toegestane breedte overschrijdt, een overschrijding

5.18.14 lid 1 en 5.18.22 RV

P

141

a

– t/m 0,20 m

380

380

380

380

380

380

380

380

380

380

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

260

a

de bromfiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m

5.18.26 lid 1 RV

130

P

260

b

het voertuig met inbegrip van de lading breder is dan 2 m (cat. 6 bromfiets > 2 wielen)

5.18.26 lid 2 en 5.18.19 lid 2 RV

130

190/-

P

260

c

de bijzondere bromfiets op minder dan drie wielen, bedoeld voor individueel vervoer, met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m

5.18.26a lid 1 RV

130

P

260

d

de bijzondere bromfiets op meer dan twee wielen, bedoeld voor individueel vervoer, met inbegrip van de lading breder is dan 1,10 m

5.18.26a lid 2 RV

130

P

260

e

de bijzondere bromfiets, bedoeld voor personenvervoer of goederenvervoer, met inbegrip van de lading breder is dan 1,15 m

5.18.26a lid 3 RV

130

P

270

a

de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1 m

5.18.27 en 5.18.29 RV

-/130

75

P

280

a

de fiets op twee wielen met inbegrip van de lading breder is dan 0,75 m

5.18.28 lid 1 RV

75

P

280

b

de fiets op meer dan twee wielen of voorzien van een zijspanwagen met inbegrip van de lading breder is dan 1,50 m

5.18.28 lid 2 RV

75

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de lading

P

300

a

– breder is dan 1,10 m

5.18.30 lid 1 RV

75

75

P

300

b

– breder is dan 1,50 m

5.18.30 lid 2 RV

75

P

300

c

– in bespannen toestand breder is dan 2,60 m of indien de lading bestaat uit losse veldgewassen breder is dan 3,50 m

5.18.30 lid 3 RV

110

Hoogte

P

270

b

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de aangekoppelde aanhangwagen met inbegrip van de lading hoger is dan 1 m

5.18.19 en 5.18.27 RV

190/130

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig met inbegrip van de lading

P

300

d

– hoger is dan 2 m

5.18.30 lid 4 RV

50

50

P

300

e

– hoger is dan 4 m

5.18.30 lid 5 RV

150

Massa

Noot

De onderstaande feiten, die betrekking hebben op de massa of de last onder wiel of as zijn niet van toepassing indien sprake is van beroepsmatig vervoer met een vrachtauto, in de zin van de Wet wegvervoer goederen, met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Hierop zijn de feitcodeseries E 850 t/m E 858 van toepassing.

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de kentekencard of het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde toegestane maximummassa (van het samenstel) wordt overschreden, een overschrijding met

5.18.17a, b en c alle lid 1 RV

P

171

a

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

190

P

171

b

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

280

P

171

c

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl geen toegestane maximummassa op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister is vermeld dan wel de bedrijfsauto of bus niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten meer bedraagt dan: a. 50.000 kg of bij een rijdend werktuig 60.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa; c. vijfmaal de toegestane maximumlast onder de aangedreven as(sen); d. de uitkomst van de som: het vermogen van de motor in kW, gedeeld door 0,00368 kW/kg, een overschrijding met

5.18.17a en b beide lid 2 en 3 RV

P

171

e

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

P

171

f

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

P

171

g

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de som van de aslasten van de middenasaanhangwagen of oplegger in combinatie met een positieve last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met

5.18.17c lid 1 RV

P

171

j

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

171

k

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

171

l

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl op de kentekencard of het kentekenbewijs van de middenasaanhangwagen of in het kentekenregister geen toegestane maximummassa is vermeld dan wel de middenasaanhangwagen niet in Nederland is geregistreerd en de massa of de som van de aslasten in combinatie met een positieve last onder de koppeling in beladen toestand meer bedraagt dan 20.000 kg of meer bedraagt dan 24.000 kg bij een middenasaanhangwagen die voorzien is van gasvering of als gelijkwaardig aangemerkte vering en is voorzien van drie assen, een overschrijding met

5.18.17c lid 2 RV

P

171

n

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

171

o

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

171

p

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de massa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de massa meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met

5.18.17c lid 3 RV

P

171

s

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

171

t

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

171

v

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op het kentekenbewijs of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximumlast van enige as of asstel wordt overschreden, een overschrijding met

5.18.17d en e beide lid 1 RV

P

172

a

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

P

172

b

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

P

172

c

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl geen waarde op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of in het kentekenregister is vermeld dan wel het voertuig niet in Nederland is geregistreerd en de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met

5.18.17d en e beide lid 2 RV

P

172

e

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

P

172

f

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

P

172

g

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl het voertuig zodanig is beladen dat de op de kentekencard, in het Nederlandse kentekenbewijs of de in het kentekenregister van de aanhangwagen vermelde toegestane maximumlast onder de koppeling wordt overschreden, een overschrijding met

5.18.17f lid 1 RV

P

172

j

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

172

k

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

172

l

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de kentekencard, het kentekenbewijs van de bedrijfsauto, bus of dolly of de in het kentekenregister vermelde toegestane maximum te trekken massa van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger wordt overschreden of de som van de aslasten meer bedraagt dan de vermelde toegestane maximum te trekken massa, een overschrijding met

5.18.17g lid 1 RV

P

172

n

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

P

172

o

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

P

172

p

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de getrokken massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen of het samenstel van dolly en oplegger van het niet in Nederland geregistreerde voertuig meer bedraagt dan in één van de in artikel 5.18.17g lid 2 RV voor dat voertuig van toepassing zijnde waarden, een overschrijding met

5.18.17g lid 2 RV

P

173

a

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

P

173

b

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

P

173

c

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximumlast van enige as, de last onder de koppeling, de toegestane maximummassa of de som van de aslasten meer bedraagt dan de toegestane maximummassa, een overschrijding met

5.18.17h lid 1 RV

P

173

e

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

173

f

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

173

g

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

P

174

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl meer passagiers worden vervoerd dan op de kentekencard, het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel op de plaat als bedoeld in art. 5.3a.1 RV is vermeld of indien dit niet is vermeld het aantal passagiers meer bedraagt dan de toegestane maximummassa verminderd met de massa in rijklare toestand gedeeld door 68 kg

5.18.17h lid 2 RV

500

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa of de som van de aslasten van de aanhangwagen meer bedraagt dan de maximummassa die volgt uit het op de koppeling van het trekkend voertuig (toegestane massa max. 3500 kg) aangebrachte identificatiekenmerk of goedkeuringsmerk, of indien zo’n merk niet aanwezig is, de massa meer bedraagt dan 750 kg en meer dan de ledige massa van het trekkend motorvoertuig en meer dan de massa in rijklare toestand van het trekkend motorrijtuig, een overschrijding met

5.18.18 RV

P

180

e

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

P

180

f

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

P

180

g

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

181

a

de last onder de bestuurde as(sen) van een motorvoertuig (in beladen toestand) minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voertuig in beladen toestand

5.18.24 RV

320

320

320

320

320

320

320

P

181

b

de last onder de bestuurde as(sen) van een gelede bus minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van het voorste deel van het motorrijtuig in beladen toestand

5.18.18 lid 2 RV

320

P

181

c

de last onder de bestuurde as(sen), niet zijnde zelfsturende assen, van autonome aanhangwagens in beladen toestand (of samenstellen van dolly en oplegger in beladen toestand), minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de aanhangwagen in beladen toestand (of het samenstel van dolly en oplegger in beladen toestand)

5.18.18 en 5.18.24 RV

320

320

320

P

181

d

de last onder de koppeling van opleggers in beladen toestand minder bedraagt dan 1/5 deel van de massa van de oplegger in beladen toestand

5.18.18 lid 4 RV

320

P

190

b

de totale massa van de aanhangwagen meer bedraagt dan de helft van de ledige massa van het trekkende voertuig

5.18.19 en 5.18.27 RV

190/130

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa van a. de aanhangwagen met een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen met een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a lid 1 RV vermelde waarden dan wel de massa meer bedraagt dan 3500 kg, een overschrijding met

5.18.18a lid 1 RV

P

185

a

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

P

185

b

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

P

185

c

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de totale massa van a. de aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; b. de som van de aslasten van de autonome aanhangwagen zonder een bedrijfsrem of; c. de som van de aslasten of de aslast in combinatie met een positieve koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen zonder een bedrijfsrem; achter een personenauto meer bedraagt dan de laagste van in artikel 5.18.18a lid 2 RV vermelde waarden dan wel meer bedraagt dan 750 kg, een overschrijding met

5.18.18a lid 2 RV

P

186

a

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

P

186

b

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

P

186

c

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de op de constructieplaat vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig wordt overschreden of de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand meer bedraagt dan de vermelde technisch toegestane maximummassa van het voertuig of het draagvermogen van de gemonteerde banden wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met

5.18.25 lid 1 en 5.18.25b lid 1 en 2 RV

P

250

aa

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

190

P

250

ab

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

280

P

250

ac

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximummassa of de som van de aslasten van het voertuig of samenstel in beladen toestand meer bedraagt dan: a. 50.000 kg; b. de technisch toegestane maximummassa van het voertuig of samenstel; c. 18.000 kg voor een twee-assige land- of bosbouwtrekker, of; d. 24.000 kg voor een drie-assige land- of bosbouwtrekker; (particulier gebruik), een overschrijding met

5.18.25 lid 2 en 3 en 5.18.25a RV

P

251

aa

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

P

251

ab

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

P

251

ac

– meer dan 50 % t/m 75%

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl bij de middenasaanhangwagen of oplegger de som van de aslasten van het voertuig in beladen toestand vermeerderd met de last onder de koppeling van het voertuig in beladen toestand, meer bedraagt dan de technisch toegestane maximummassa en/of het draagvermogen van de gemonteerde banden (particulier gebruik), een overschrijding met

5.18.25b lid 2 RV

P

252

aa

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

252

ab

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

252

ac

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximummassa niet op de voorgeschreven wijze kan worden vastgesteld en de daardoor voor deze aanhangwagen of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk geldende toegestane maximum wiellast van 5.000 kg wordt overschreden, een overschrijding met

5.18.25b lid 3 RV

P

253

aa

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

P

253

ab

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

P

253

ac

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de (op de constructieplaat vermelde) technische toegestane maximumlast onder de as of het asstel wordt overschreden (of het draagvermogen van de gemonteerde banden) wordt overschreden (particulier gebruik), een overschrijding met

5.18.25c lid 1 en 5.18.25d lid 1 en 2 RV

P

254

aa

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

190

P

254

ab

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

280

P

254

ac

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de toegestane maximumlast onder de as meer bedraagt dan: a. 10.000 kg voor een niet-aangedreven as of 11.500 kg voor een aangedreven as of; b. de toegestane maximumlast onder de as van een motorrijtuig met beperkte snelheid meer bedraagt dan 12.000 kg of; c. de toegestane maximumlast van de landbouw- of bosbouwaanhangwagens of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk onder een pendelas meer bedraagt dan 13.000 kg of de last onder één of beide assen meer bedraagt dan 6.500 kg; (particulier gebruik), een overschrijding met

5.18.25c lid 2, 3 en 4 RV

P

255

aa

– meer dan 10 % t/m 25 %

190

190

190

190

P

255

ab

– meer dan 25 % t/m 50 %

280

280

280

280

P

255

ac

– meer dan 50 % t/m 75 %

420

420

420

420

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de som van de aslasten van de aangekoppelde middenasaanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 12.000 kg meer bedraagt dan 1,5 maal de som van aslasten van het trekkend motorvoertuig, een overschrijding met

5.18.31 RV

P

310

a

– meer dan 10 % t/m 25 %

320

P

310

b

– meer dan 25 % t/m 50 %

480

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

310

e

de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een massa van niet meer dan 750 kg meer bedraagt dan 50 kg dan wel niet neerwaarts is gericht

5.18.31 RV

190

P

310

f

de koppelingsdruk van de middenasaanhangwagen met een toegestane massa van meer dan 750 kg of de aanhangwagen met stijve dissel minder bedraagt dan 1% van de toegestane maximummassa van dat voertuig (de koppelingsdruk behoeft niet meer dan 50 kg te bedragen)

5.18.31 RV

190

2 – Ophanging

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

320

de banden op één as niet dezelfde maataanduiding hebben vanwege het gebruik van een nood- of reservewiel en de rijsnelheid en het rijgedrag niet zijn aangepast aan de door de fabrikant voor dat nood- of reservewiel vastgestelde voorschriften

5.18.32 RV

320

320

320

320

P

321

de banden van het motorvoertuig voorzien zijn van sneeuwkettingen die bestaan uit metalen elementen

5.18.32a RV

320

320

320

320

3 – Reminrichting

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

330

a

de aanhangwagen, niet is voorzien van een reminrichting, terwijl de totale massa hoger is dan de helft van de massa in rijklare toestand van het trekkend voertuig

5.18.33 RV

320

P

340

a

de aanwezige reminrichting van de aanhangwagen niet in werking treedt bij het bedienen van de bedrijfsrem van het trekkend voertuig

5.18.34 lid 1 RV

320

320

320

P

340

b

de losbreekreminrichting niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig of inrichting aan de trekhaak is verbonden

5.18.34 lid 2 RV

130

130

130

P

340

c

zonder dat de aanhangwagen en het trekkend voertuig, terwijl deze zijn uitgerust met een ABS- of EBS-systeem, via de ISO 7638 stekkers met elkaar zijn verbonden

5.18.34 lid 3 RV

320

320

P

340

d

het samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger niet alle zijn voorzien van een EBS-remsysteem

5.18.34 lid 4 RV

320

320

P

340

e

de dolly van een samenstel van voertuigen bestaande uit een bedrijfsauto en dolly met oplegger is voorzien van een voertuigstabiliteitssysteem maar beschikt niet tevens over een voorziening die de remmen van de getrokken oplegger automatisch activeert zodra het voertuigstabiliteitssysteem van de dolly ingrijpt

5.18.34 lid 5 RV

320

320

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt

5.18.35 lid 1 RV

P

350

a

– 0 t/m 0,5 m/s²

320

320

320

P

350

b

– 0,51 t/m 1,0 m/s²

480

480

480

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl niet wordt voldaan aan de minimale remvertraging van de bedrijfsrem van het samenstel, de vermindering bedraagt

5.18.35 lid 1 RV

P

350

f

– 0 t/m 0,5 m/s²

500

500

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl de remvertraging van het samenstel niet voldoet aan die van het trekkend voertuig, de vermindering bedraagt

5.18.35 lid 2 RV

P

351

a

– 0 t/m 0,5 m/s²

320

320

320

P

351

b

– 0,51 t/m 1,0 m/s²

480

480

480

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

352

het dubbel uitgevoerde rempedaal niet is gekoppeld

5.18.35a RV

190

190

190

P

360

de parkeerrem het samenstel op een helling van 10% niet in stilstand kan houden

5.18.36 RV

130

130

130

130

130

130

130

4 – Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

370

een aanhangwagen wordt voortbewogen zonder dat iedere zijkant van het trekkend voertuig is voorzien van een zijrichtingaanwijzer

5.18.37 RV

130

130

130

130

P

380

de verlichtingsinstallatie van de aanhangwagen niet zodanig functioneert, dat de functies van de verlichting en de lichtsignalen overeenkomen met die van het trekkend voertuig

5.18.38 lid 1 RV

190

190

190

190/130

75

P

382

de verlichtingsinstallatie van het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager niet zodanig functioneert dat de functies van verlichting en lichtsignalen op het verwisselbare gedragen uitrustingsstuk of de lastdrager overeenstemmen met die van het voertuig

5.18.38 lid 2 RV

190

190

190

190

190

190

5 – Verbinding tussen voertuigen

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

540

de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een deugdelijke koppeling zodanig met het trekkend voertuig is verbonden dat zijdelings uitwijken van de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk zoveel mogelijk wordt voorkomen

5.18.54 lid 1 RV

320

320

320

320/220

120

P

541

de aanhangwagen of het verwisselbare getrokken uitrustingsstuk niet middels een enkele, passende en geschikte koppeling die niet kan lostrillen geborgd is

5.18.54 lid 1 RV

320

320

320

320/220

120

P

550

het bewegen van de aanhangwagen ten opzichte van het trekkend voertuig in een uiterste stand tot 90 graden wordt begrensd door delen van de reminrichting, de elektrische installatie, de koppeling of, indien aanwezig, de hulpkoppeling of besturingsonderdelen

5.18.55 RV

130

130

P

560

a

het trekoog of de kogelkoppeling van de gekoppelde aanhangwagen niet nagenoeg horizontaal ligt op een horizontaal wegdek

5.18.56 lid 1 RV

190

190

P

560

c

geen hoekverdraaiing van de opleggerschotel naar boven en naar beneden mogelijk is indien het samenstel van opleggertrekker en oplegger of het samenstel van dolly en oplegger zich op een horizontaal wegdek bevindt

5.18.56 lid 3 RV

130

P

570

de hulpkoppeling niet op de vereiste wijze met een vast deel van het trekkend voertuig of inrichting aan de trekinrichting is verbonden

5.18.57 RV

130

130

P

590

de gekoppelde aanhangwagen niet goed is verbonden

5.18.59 RV

75

6 – Diversen

als bestuurder van een (motor)voertuig of samenstel van (motor)voertuigen rijden terwijl

P

600

de drie- of meerwielige bromfiets met carrosserie aan de achterzijde niet voorzien is van het vereiste ronde bord of vlak met de aanduiding 45

5.18.60 lid 1 RV

90

P

601

de afsleepas niet voldoet aan de in artikel 5.18.62, lid 1 en 2, gestelde eisen

5.18.62 lid 1 en 2 RV

320

P

602

aan de achterzijde van het door de afsleepas gesleepte voertuig geen lichtbalk is geplaatst die is aangesloten op de verlichting van het trekkende voertuig met ten minste twee rode achterlichten, twee rode remlichten, twee rode retroreflectoren en twee ambergele richtingaanwijzers

5.18.62 lid 3 RV

190