Toelage wegens bijzondere werktijden van buitendienstpersoneel van de FIOD
FIOD-toelage regeling
De staatssecretaris van Financiën en de minister van Binnenlandse Zaken,
Overwegende, dat de bijzondere werktijden van het buitendienstpersoneel van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst FIOD, het wenselijk maken een regeling te treffen voor de vergoeding van extra dienst;
de ambtenaren van de Fiscale inlichtingen en opsporingsdienst FIOD, werkzaam in de buitendienst, die het gehele land als werkterrein hebben, voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 12 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Artikel
II
Aan de ambtenaren van de fiscale-recherche en aan de ambtenaren van de douane-recherche wordt een maandelijkse toelage verleend, gelijk aan de geldelijke vergoeding voor 5,9 uren overwerk tegen een uurbeloning van 150% van het uurloon behorende bij salarisnummer 8 van salarisschaal 9 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Artikel
III
Aan de ambtenaren van de inlichtingendienst wordt een maandelijkse toelage verleend, gelijk aan de geldelijke vergoeding voor 4,1 uren overwerk tegen een uurbeloning van 150% van het uurloon behorende bij salarisnummer 8 van salarisschaal 9 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Artikel
IV
De in de artikelen II en III genoemde toelage geldt als vergoeding voor overwerk en extra dienst, alsmede voor met dat overwerk c.q. die extra dienst samenhangende inconveniënten.
Artikel
V
1
De in het vorige artikel bedoelde toelage wordt toegekend met ingang van de dag waarop de ambtenaar de werkzaamheden, waaraan de toelage is verbonden, gaat verrichten.
2
De in het vorige lid bedoelde toelage wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de omstandigheid, die tot toekenning van de toelage aanleiding gaf, vervalt.
3
Voor de ambtenaar die tijdelijk met andere werkzaamheden is belast, waarvoor de ingevolge deze beschikking verleende toelage niet kan worden genoten, eindigt het genot van de toelage met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin deze tijdelijke werkzaamheden een maand achtereen hebben geduurd.
Artikel
VI
Voorstellen tot toekenning en intrekking van een toelage als in deze beschikking bedoeld, worden in daartoe aanleiding gevende gevallen voor de vijfde van iedere maand aan de Centrale Directie Financieel-Economische Zaken, Afdeling Salarissen te Zwolle, ingezonden.
Artikel
VII
De toelage wordt gelijk met het salaris betaalbaar gesteld.
Artikel
VIII
Deze beschikking, die kan worden aangehaald als ‘FIOD-toelage regeling’, treedt in de plaats van de gemeenschappelijke beschikking van de staatssecretaris van Financiën van 9 maart 1988, nr. 588-3711, en de minister van Binnenlandse Zaken van 17 maart 1988, nr. AB88/159/I. Zij treedt in werking met ingang van de tweede dag na publikatie in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 1 juli 1989.
De minister van Financiën is belast met de uitvoering van deze beschikking, die in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan een afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage
De staatssecretaris van Financiën,
Namens deze:
De plv. directeur-generaal der Belastingen,J. N. van Lunteren
De minister van Binnenlandse Zaken,
Voor deze:
Het hoofd van de afdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel,C. J.Debets