Besluit Korps Mobiele Colonnes 1989

De minister van Defensie en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,
In overeenstemming met de ministers van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
Overwegende, dat het in verband met de reorganisatie van de rampenbestrijding wenselijk is nieuwe regels vast te stellen met betrekking tot het Korps Mobiele Colonnes;
dat het Korps Mobiele Colonnes – dat is opgericht bij koninklijk besluit van 14 november 1955, nr. 41 (Stcrt. 1955, 233) – bij koninklijk besluit van 1 februari 1963, nr. 58 (Stcrt. 1963, 30) met ingang van 1 maart 1963 is opgenomen in de organisatie van de Koninklijke landmacht;
dat het Korps Mobiele Colonnes is bestemd om taken te vervullen in het kader van de rampenbestrijding;
dat enerzijds de minister van defensie met betrekking tot het Korps Mobiele Colonnes als onderdeel van de krijgsmacht bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft en anderzijds de minister van Binnenlandse Zaken, gelet op zijn verantwoordelijkheid voor de rampenbestrijding, er van verzekerd dient te zijn dat het Korps Mobiele Colonnes doelmatig wordt voorbereid op zijn taak en deze doelmatig zal kunnen vervullen;

Besluiten:

Functie van het Korps Mobiele Colonnes

Artikel

1

Het Korps Mobiele Colonnes is een militaire eenheid, die ressorteert onder de Bevelhebber der landstrijdkrachten, en is bestemd om taken te vervullen in het kader van de rampenbestrijding en in het kader van de drinkwatervoorziening in buitengewone omstandigheden.

Artikel

2

Het Korps Mobiele Colonnes is belast met:

  • a.

    redding;

  • b.

    geneeskundige hulpverlening;

  • c.

    gewondentransport;

  • d.

    nooddrinkwaterleidingvoorziening;

  • e.

    waterzuivering.

Taken en bevoegdheden van de minister van Binnenlandse Zaken

Artikel

3

De minister van Binnenlandse Zaken stelt in overeenstemming met de minister van Defensie en met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, de hoofdlijnen vast van de organisatie van het Korps Mobiele Colonnes alsmede van de wijze waarop de taken, bedoeld in artikel 2, worden uitgevoerd.

Artikel

4

De minister van Binnenlandse Zaken geeft in overeenstemming met de minister van Defensie en met inachtneming van het bepaalde in artikel 9, met betrekking tot het Korps Mobiele Colonnes regels over de met betrekking tot de opleiding te stellen eindeisen en de geoefendheid van het personeel.

Artikel

5

Artikel

6

De minister van Binnenlandse Zaken bevordert dat het Korps Mobiele Colonnes tijdens de daarvoor geschikte herhalingsoefeningen kan deelnemen aan oefeningen die door de overige bij de rampenbestrijding betrokken diensten en organisaties worden gehouden.

Taken en bevoegdheden van de minister van Defensie

Artikel

7

Artikel

8

De minister van Defensie draagt met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 4 en 6 zorg voor dat het Korps Mobiele Colonnes kan deelnemen aan oefeningen met de overige bij de rampenbestrijding betrokken diensten en organisaties.

Taken en bevoegdheden van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur

Artikel

9

Artikel

10

Begroting, financiering, programmering

Artikel

11

De inzet van het Korps Mobiele Colonnes

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Slotbepalingen

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De ministers van Binnenlandse Zaken en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur dragen er zorg voor, dat het door hun zorg opgeslagen en beheerde materieel toegankelijk is voor door de minister van Defensie aan te wijzen ambtenaren.

Artikel

19

Artikel

20

Dit besluit treedt in werking op 21 september 1989.

Deze beschikking, waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, wordt met de daarbij behorende toelichting gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage
De minister van Defensie, F.Bolkestein
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. deGraaff-Nauta