Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 29 juni 1989, nr. MJZ29689044, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne (advies van 1 maart 1989, no. S89/301);
De Raad van State gehoord (advies van 2 oktober 1989, no. W08.89.0365);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 december 1989, nr. MJZ 04D89039, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;