Besluit van 13 december 1989, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 24 van de Wet milieugevaarlijke stoffen

Ugilec 121-, Ugilec 141- en DBBT-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 29 juni 1989, nr. MJZ29689044, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, gedaan in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
Gezien het advies van de Centrale raad voor de milieuhygiëne (advies van 1 maart 1989, no. S89/301);
De Raad van State gehoord (advies van 2 oktober 1989, no. W08.89.0365);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 4 december 1989, nr. MJZ 04D89039, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Het is verboden monomethyldichloordifenylmethaan, monomethyldibroomdifenylmethaan (Cas-nr. 99688-47-8) of monomethyltetrachloordifenylmethaan (Cas-nr. 76253-60-6) te vervaardigen of, al dan niet verwerkt in een preparaat of produkt, in Nederland in te voeren, aan een ander ter beschikking te stellen of toe te passen.

Artikel

2

Artikel

3

Dit besluit kan worden aangehaald als Ugilec 121-, Ugilec 141- en DBBT-besluit Wet milieugevaarlijke stoffen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. G. M. Alders
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin