Rijkswet van 20 december 1989, houdende regeling van pensioenen en uitkeringen aan Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba

Rijkswet houdende regeling pensioenen en uitkeringen aan Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het nodig is de regeling van pensioenen en uitkeringen aan Gouverneurs van de Nederlandse Antillen en van Aruba en hun nabestaanden opnieuw vast te stellen, terwijl het voorts wenselijk is deze aan te passen aan de huidige omstandigheden:

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze rijkswet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister voor Nederlands-Antilliaanse Zaken;

  • b.

    Reglement: het Reglement voor de Gouverneur van de Nederlandse Antillen (Stb. 1984, 382);

  • c.

    Gouverneur: hij die als zodanig bij koninklijk besluit is benoemd op grond van artikel 1, tweede lid, van het Reglement;

  • d.

    gewezen Gouverneur: hij die na ontslag als Gouverneur krachtens deze rijkswet uitzicht heeft op ouderdomspensioen bij het bereiken van de vijfenvijftig-jarige leeftijd;

  • e.

    gepensioneerd Gouverneur: de gewezen Gouverneur aan wie pensioen krachtens deze rijkswet is toegekend;

  • f.

    pensioen: elk pensioen dat is toegekend krachtens deze rijkswet, tenzij uit de desbetreffende bepalingen het tegendeel blijkt.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen nadere regelen worden gesteld met betrekking tot het bepaalde in de artikelen 2 en 3. Bij deze regelen kunnen die artikelen worden aangevuld.

Uitkering gewezen gouverneur

Artikel

5

Artikel

6

Ouderdomspensioen

Artikel

7

De gewezen Gouverneur krijgt recht op ouderdomspensioen met ingang van de dag waarop hij de leeftijd van vijfenvijftig jaar heeft bereikt. De Gouverneur die de leeftijd van vijfenvijftig jaar heeft bereikt, krijgt recht op ouderdomspensioen op de datum van ingang van zijn ontslag als Gouverneur.

Artikel

8

Nabestaandenpensioenen

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Recht op bijzonder weduwenpensioen heeft de vrouw met wie een overleden Gouverneur, gewezen Gouverneur of gepensioneerd Gouverneur gehuwd is geweest ten tijde van zijn ambtsperiode als Gouverneur, mits:

  • a.

    de vrouw recht op weduwenpensioen zou hebben gehad, indien haar echtgenoot op de dag van het vonnis, waarbij de echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk is uitgesproken, zou zijn overleden, en

  • b.

    de vrouw niet als gevolg van hertrouwen met haar vroegere echtgenoot ter zake van dat overlijden recht op weduwenpensioen verkrijgt.

Artikel

12

Artikel

13

Berekening nabestaandenpensioenen

Artikel

14

Artikel

15

Het bijzonder weduwenpensioen bedraagt 72% van het ouderdomspensioen, waarop de overledene recht had of bij het bereiken van de leeftijd van vijfenvijftig jaar zou hebben gehad, onderscheidenlijk recht zou hebben verkregen, indien hij metterwoon was of zou zijn gevestigd ter plaatse waar de bijzondere weduwe metterwoon is gevestigd. Voor de berekening van het ouderdomspensioen waarvan het bijzonder weduwenpensioen wordt afgeleid, wordt slechts de diensttijd meegeteld, die is gelegen voor de ontbinding van het huwelijk.

Artikel

16

Artikel

17

Samenloop van pensioenen

Artikel

19

Artikel

20

Verval van pensioen en uitkering

Artikel

21

Artikel

22

Het recht of het uitzicht op pensioen wordt bij koninklijk besluit, Onze minister-president van de Nederlandse Antillen alsmede de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, geheel of gedeeltelijk vervallen verklaard, indien degene die dat recht of dat uitzicht heeft:

  • a.

    zich in vreemde krijgs- of overheidsdienst naar Ons oordeel uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;

  • b.

    wegens enig strafbaar feit is veroordeeld, waaruit naar Ons oordeel blijkt dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen;

  • c.

    zich op andere wijze naar Ons oordeel uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd onwaardig heeft gedragen.

Artikel

23

Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het recht op uitkering als bedoeld in artikel 5.

Artikel

24

In bijzondere gevallen kan bij koninklijk besluit, Onze minister-president van de Nederlandse Antillen alsmede de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, een op grond van artikel 22 of 23 vervallen recht of uitzicht op pensioen of uitkering geheel of gedeeltelijk worden hersteld.

Ingang en einde van pensioen en uitkering

Artikel

25

Artikel

26

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

30

Administratieve bepalingen

Artikel

31

Artikel

32

In een beschikking inhoudende vaststelling van een bedrag, wordt de wijze van berekening van dat bedrag aangegeven. De aan een berekening ten grondslag gelegde ambtsperiode en berekeningsgrondslag worden daarbij vastgesteld.

Artikel

33

Beroep en herziening

Artikel

34

Tegen een besluit op grond van deze rijkswet kan een belanghebbende beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Vervallen

Overgangsbepalingen

Artikel

38

Behoudens het bepaalde in de volgende artikelen worden op het tijdstip van inwerkingtreding van deze rijkswet ingetrokken de koninklijke besluiten van 16 maart 1964, nr. 5, en 29 augustus 1969, nr. 5.

Artikel

39

Onverminderd het bepaalde in artikel 40 worden alle pensioenen die voor de datum van inwerkingtreding van deze rijkswet krachtens de in artikel 38 genoemde koninklijke besluiten zijn toegekend, geacht krachtens deze rijkswet te zijn toegekend.

Artikel

40

Artikel

41

De artikelen 34 tot en met 37 zijn van toepassing met betrekking tot aanspraken, ontleend aan het koninklijk besluit van 8 juni 1953, nr. 22.

Slotbepaling

Artikel

42

Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 oktober 1983.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin