Regeling gemoedsbezwaarden sociale verzekeringswetten

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de staatssecretaris van Financiën en de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

Besluiten:

Artikel

1

Artikel

2

Het verzoek geschiedt door indiening van een door de verzoeker ondertekende verklaring, waarvan het model door de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt vastgesteld. Deze verklaring houdt ten minste in, dat degene, die de verklaring indient, overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering, dat hij mitsdien noch zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd. Voor zover de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenwet en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in het geding zijn, moet uit de verklaring tevens blijken, of degene, die haar indient, de in deze wetten geregelde voorzieningen al dan niet als verzekeringen beschouwt. Uit een door een werkgever ingediende verklaring moet voorts blijken of deze ook gemoedsbezwaren heeft tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Wanneer bij het verlenen van de vrijstelling slechts één uitvoeringsorgaan betrokken is, verleent dat orgaan, indien de verklaring naar zijn mening overeenkomstig de waarheid is, de vrijstelling. Aan een werkgever, die heeft verklaard geen gemoedsbezwaren te hebben tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen, kan op die grond een vrijstelling van de hem anders dan in zijn hoedanigheid van werkgever opgelegde verplichtingen niet worden geweigerd.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Voor zover de Algemene Ouderdomswet, de Algemene nabestaandenweten en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in het geding zijn, wordt, indien de verzoeker heeft verklaard, dat hij de in één of meer van de genoemde wetten geregelde voorzieningen niet als verzekering beschouwt, geen vrijstelling verleend van de in die wet(ten) opgelegde verplichtingen.

Artikel

9

Van de verleende vrijstelling wordt door de Sociale verzekeringsbank aan de verzoeker een bewijs uitgereikt, waarvan het model wordt vastgesteld door de Sociale verzekeringsbank en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Artikel

10

Zodra ten aanzien van de vrijgestelde een ander uitvoeringsorgaan bevoegd is dan het orgaan dat hem de vrijstelling verleende, is de vrijgestelde verplicht, binnen een maand aan eerstbedoeld orgaan mededeling te doen, dat hij is vrijgesteld van de in artikel 1 bedoelde verplichtingen. Voor zover het dezelfde tak van verzekering betreft, wordt de vrijstelling alsdan geacht te zijn verleend door dat andere uitvoeringsorgaan.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

15

Degene, die is vrijgesteld van verplichtingen op grond van de Ziekenfondswet:

  • a.

    als werknemer; of

  • b.

    als zelfstandige,

heeft voor zichzelf en voor zijn medeverzekerden als bedoeld in artikel 4 van de Ziekenfondswet geen aanspraken op verstrekkingen op grond van die wet.

Artikel

16

Artikel

17

Vervallen

Artikel

18

In geval van intrekking van een vrijstelling van verplichtingen als werknemer, is het uitvoeringsorgaan bevoegd de uitkering van ziekengeld geheel of ten dele te weigeren ter zake van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte – zwangerschap, bevalling en gebrek daaronder begrepen –, bestaande op de dag van intrekking der vrijstelling, dan wel ontstaan binnen vier weken na bedoelde dag. Overeenkomstige bevoegdheid komt toe aan de ziekenfondsen met betrekking tot het verlenen van verstrekkingen op grond van de Ziekenfondswet over de eerste vier weken na het intrekken van de vrijstelling aan medeverzekerden als bedoeld in artikel 4 van die wet. Op deze termijnen is de Algemene termijnenwet niet van toepassing.

Artikel

19

Artikel

20

Deze regeling die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant wordt geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 januari 1990.

's-Gravenhage
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. deVries .
De staatssecretaris van Financiën, M. J. J. vanAmelsvoort .
De staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. J.Simons