Besluit van 3 januari 1990, houdende de instelling van een Raad van Advies voor het Wetenschappelijk Onderzoek in het kader van ontwikkelingssamenwerking

Instellingsbesluit RAWOO

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 17 mei 1989, nr. OSAB-92480, gedaan mede namens Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Landbouw en Visserij;
Overwegende dat het wenselijk is een voorziening te treffen voor de advisering aan de regering over het te voeren beleid inzake onderzoek en ontwikkeling op het terrein van ontwikkelingssamenwerking, alsmede de ontwikkelingen op dat gebied, binnen het kader van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling;
Gehoord de voorzitter van de commissie van overleg sectorraden;
De Raad van State gehoord (advies van 25 juli 1989 no. W02.89.0254);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking van 20 december 1989, nr. OSAB-126237, uitgebracht mede namens Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemene bepaling

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Onze Minister: Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;

Onze aangewezen ministers: Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.

§

2

Instelling, aandachtsgebied en taak

Artikel

2

Artikel

3

Het aandachtsgebied van de raad omvat het onderzoek van belang voor de ontwikkeling van de Derde Wereld.

Artikel

4

De raad heeft tot taak:

  • a.

    het desgevraagd of uit eigen beweging doen van voorstellen aan Onze minister en Onze aangewezen ministers over de uitvoering van beleid betreffende het in artikel 3 bedoelde aandachtsgebied gezien vanuit de behoefte van de samenleving, in het bijzonder van de ontwikkelingslanden, en rekening houdend met de ontwikkelingen in het onderzoek.

  • b.

    het bevorderen van overleg tussen betrokkenen bij het onderzoek of de ontwikkelingen op het aandachtsgebied,

  • c.

    het verkrijgen en behouden van inzicht in lopend onderzoek op het aandachtsgebied, met inbegrip van wat elders (buiten Nederland), aan onderzoek wordt uitgevoerd, met bijzondere aandacht voor onderzoek van internationale organisaties,

  • d.

    het signaleren van lacunes en overlappingen met betrekking tot onderzoek op het aandachtsgebied.

§

3

Samenstelling, benoeming en zittingsduur

Artikel

5

Artikel

6

§

4

Financiële en overige bepalingen

Artikel

7

Ter verkrijging van een bijdrage uit de algemene middelen stelt de raad jaarlijks een begroting op van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de werkzaamheden van de raad, en zendt deze ter goedkeuring aan Onze minister.

Artikel

8

De voorzitter van de raad stelt een nader met Onze minister overeen te komen deel van zijn werktijd ter beschikking aan de raad en ontvangt daarvoor een door Onze minister te bepalen vergoeding uit 's Rijks kas.

Artikel

9

De secretaris van de raad is geen lid van de raad. Het secretariaat van de raad is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de raad.

Artikel

10

De raad houdt stukken die op de voorbereiding van de adviezen van de raad betrekking hebben, ter beschikking van Onze minister.

§

5

Slotbepalingen

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel

13

Dit besluit kan worden aangehaald als "Instellingsbesluit RAWOO".

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, J. P. Pronk
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, G. J. M. Braks
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin