Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;
Onze aangewezen ministers: Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder:
Onze Minister: Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;
Onze aangewezen ministers: Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Het aandachtsgebied van de raad omvat het onderzoek van belang voor de ontwikkeling van de Derde Wereld.
De raad heeft tot taak:
het desgevraagd of uit eigen beweging doen van voorstellen aan Onze minister en Onze aangewezen ministers over de uitvoering van beleid betreffende het in artikel 3 bedoelde aandachtsgebied gezien vanuit de behoefte van de samenleving, in het bijzonder van de ontwikkelingslanden, en rekening houdend met de ontwikkelingen in het onderzoek.
het bevorderen van overleg tussen betrokkenen bij het onderzoek of de ontwikkelingen op het aandachtsgebied,
het verkrijgen en behouden van inzicht in lopend onderzoek op het aandachtsgebied, met inbegrip van wat elders (buiten Nederland), aan onderzoek wordt uitgevoerd, met bijzondere aandacht voor onderzoek van internationale organisaties,
het signaleren van lacunes en overlappingen met betrekking tot onderzoek op het aandachtsgebied.
Van de in het eerste lid bedoelde leden zijn ten minste vier leden bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkelingen op het aandachtsgebied financieren, of anderszins bij de resultaten daarvan belang hebben, en zijn ten minste vier leden bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkelingen op het aandachtsgebied uitvoeren.
Ter verkrijging van een bijdrage uit de algemene middelen stelt de raad jaarlijks een begroting op van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de werkzaamheden van de raad, en zendt deze ter goedkeuring aan Onze minister.
De voorzitter van de raad stelt een nader met Onze minister overeen te komen deel van zijn werktijd ter beschikking aan de raad en ontvangt daarvoor een door Onze minister te bepalen vergoeding uit 's Rijks kas.
De secretaris van de raad is geen lid van de raad. Het secretariaat van de raad is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de raad.
De raad houdt stukken die op de voorbereiding van de adviezen van de raad betrekking hebben, ter beschikking van Onze minister.
De raad brengt het in artikel 9 van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling bedoelde verslag uit vóór 1 juli van het jaar volgend op dat waarop het verslag betrekking heeft.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit kan worden aangehaald als "Instellingsbesluit RAWOO".
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.