Investeringspremieregeling zeescheepvaart 1990

De minister van Verkeer en Waterstaat,
Overwegende dat een gezonde zeescheepvaartsector voor ons land van groot belang is;
Overwegende dat het gewenst is de concurrentiepositie van de in Nederland geregistreerde vloot te versterken;
Overwegende dat de ervaringen met de verschillende Investeringspremieregelingen zeescheepvaart hebben aangetoond dat het verbeteren van de structuur van de zeescheepvaartsector door het gericht stimuleren van investeringen in zeeschepen hiertoe een goed middel is;

Besluit:

Artikel

1

Voor het bepaalde in en krachtens deze regeling wordt verstaan onder:

a.
‘Investeringen’ en ‘bedrijfsmiddelen’;

hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van artikel 10 en artikel II, lid 1, laatste volzin, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 (Stb. 519), jo artikel 8 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (Stb. 469).

b.
‘Zeeschepen’:

schepen met een signalementslengte van meer dan 25 meter, die op grond van artikel 3 van de Zeebrievenwet (Stb. 1963, 229) de Nederlandse vlag voeren of zullen gaan voeren, en die grotendeels zijn bestemd en worden gebruikt voor de vaart ter zee.

Artikel

2

Deze regeling is van toepassing op investeringen in zeeschepen ten behoeve van de handelsvaartsector, met inbegrip van de zeesleep- en bevoorradingsvaart. In het kader van dit artikel worden hieronder niet verstaan bagger-, bergings- en offshorevaartuigen, aannemersmaterieel en zeilschepen.

Artikel

3

Artikel

4

Met inachtneming van het bepaalde in de overige artikelen kan een investeringspremie worden verstrekt, indien aan de volgende vereisten is voldaan:

  • a.

    de investering dient te passen in de gewenste structuurverbetering van de Nederlandse zeescheepvaartsector;

  • b.

    bij aanschaf van een zeeschip dient het investeringsbedrag ten minste f 4 000 000 te zijn;

  • c.
    • 1.

      bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van 4000 brt/gt of meer dient het investeringsbedrag ten minst f 3 000 000 te zijn;

    • 2.

      bij een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, in een zeeschip met een brutotonnage van minder dan 4000 brt/gt dient het investeringsbedrag ten minste f 750 000 te zijn;

  • d.

    de investeerder dient sedert 1 januari 1984 hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf uit te oefenen;

  • e.

    de investering mag niet bijdragen tot kennelijke overcapaciteit op de betreffende markt; en

  • f.

    de onderneming van de investeerder dient financieel-economisch gezond te zijn en blijvende mogelijkheden tot rendement te bieden; de investering dient eveneens mogelijkheden tot rendement te bieden.

In bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, kan van het gestelde onder d worden afgeweken. Het voldoen aan de vereisten a, e en f staat ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

5

Een investeringspremie wordt niet verstrekt:

  • a.
    • 1.

      voor een investering, zijnde een aanschaf van een zeeschip, indien de leeftijd van het schip op het moment van eigendomsoverdracht meer dan vijf jaar bedraagt;

    • 2.

      voor een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip, indien de leeftijd van het schip op het moment van aanvang van de verbouwingswerkzaamheden meer dan vijf jaar bedraagt;

    • 3.

      voor een investering in een op voorraad gebouwd zeeschip, waarbij in bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, van de hiervoor genoemde leeftijdsgrenzen kan worden afgeweken;

  • b.

    voor hulpmateriaal, tenzij dat hulpmateriaal in directe combinatie met de aanschaf van het zeeschip wordt aangeschaft en het noodzakelijk is voor de normale functievervulling van het schip en het zich blijvend aan boord bevindt;

  • c.

    voor de aanschaf van een nieuw zeeschip of voor een verbouwing, indien met inachtneming van de bepalingen van de geldende richtlijn scheepsbouw van de Europese Gemeenschappen:

    • niet tijdig offerte is aangevraagd bij de voor de uitvoering van de opdracht in aanmerking komende Nederlandse werven, dan wel

    • de bestelling of de verbouwing van het zeeschip bij een buitenlandse werf plaatsvindt, terwijl naar het oordeel van de minister van Verkeer en Waterstaat tijdig een concurrerende offerte is uitgebracht door een Nederlandse werf;

      een buitenlandse offerte die gebaseerd is op kennelijke prijsdumping wordt niet in aanmerking genomen; of

  • d.

    indien de investeringspremie zou cumuleren met enige steun welke is verleend dan wel waarop aanspraak bestaat krachtens voorgaande investeringspremieregelingen ten behoeve van de zeescheepvaart.

Artikel

6

Het zeeschip ter zake waarvan investeringspremie wordt verstrekt dient:

  • a.

    gedurende een periode van ten minste zes jaren na ingebruikneming van het zeeschip dan wel na de heringebruikneming in geval van een investering niet zijnde een aanschaf van een zeeschip in Nederland te boek te staan en de Nederlandse vlag te voeren;

  • b.

    te worden beheerd door een natuurlijk persoon die zijn woonplaats in Nederland heeft, dan wel een naar Nederlands recht opgerichte rechtspersoon die in Nederland is gevestigd; tevens dient de beheerder sedert 1 januari 1984 hier te lande daadwerkelijk het zeescheepvaartbedrijf uit te oefenen.

    Het beheer dient gedurende de onder a genoemde periode in administratief-organisatorisch, financieel-economisch, sociaal en technisch opzicht daadwerkelijk in Nederland plaats te vinden; en

  • c.

    met inachtneming van het vrije verkeer van werknemers binnen de Europese Gemeenschap zoveel mogelijk met Nederlanders dan wel met Nederlandse ingezetenen te worden bemand, voor zover het gaat om de functies waarvoor bij of krachtens de Wet op de zeevaartdiploma's (Stb. 1935, 456) en het Schepelingenbesluit (Stb. 1937, 242) een diploma vereist is, dan wel de functie waarvoor het getuigschrift als scheepstechnicus vereist is, waarbij in bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, van de onder b genoemde datum kan worden afgeweken.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Deze regeling kan worden aangehaald als: Investeringspremieregeling zeescheepvaart 1990.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling en de bijbehorende toelichting worden gepubliceerd in de Staatscourant en in afschrift gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
De minister van Verkeer en Waterstaat, J. R.Maij-Weggen