1
De uitbetaling van de investeringspremie wordt, al dan niet na opschorting, beëindigd en de reeds uitbetaalde termijnen worden geheel teruggevorderd, met rente en kosten.
-
a.
indien binnen een periode van zes jaar na de (her-)ingebruikneming van een zeeschip, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip:
-
1.
de ter verkrijging van de premie verstrekte gegevens zo onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden bekend waren geweest.
-
2.
in geval van verkoop binnen de gestelde zesjaarsperiode van het zeeschip aan een direct of indirect gelieerde partij, of
-
3.
de ingebruikneming van een nieuw zeeschip niet binnen drie jaar na de datum van ondertekening van de bouwovereenkomst plaatsvindt.
In bijzondere gevallen, ter beoordeling van de minister van Verkeer en Waterstaat, kan deze termijn worden verlengd;
-
b.
indien, afgezien van de gevallen, bedoeld onder a, binnen een periode van twee jaar na de ingebruikneming van een zeeschip dan wel na de heringebruikneming in geval van een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip:
-
1.
blijkt dat niet is of wordt voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 6,
-
2.
de op grond van artikel 3, eerste lid, bij de toekenning gestelde nadere voorwaarden niet worden nageleefd,
-
3.
zaken waarvoor investeringspremie krachtens dit besluit is toegekend, worden vervreemd anders dan door verkoop van het zeeschip aan een direct of indirect gelieerde partij, of
-
4.
anderszins duidelijk is dat de met de premietoekenning beoogde doelstellingen door toedoen van de investeerder niet of niet meer worden bereikt.
2
De uitbetaling van de investeringspremie wordt, al dan niet na opschorting, beëindigd en de toegekende premie wordt gedeeltelijk teruggevorderd, zonder rente en kosten, indien één of meer van de gevallen, bedoeld in het eerste lid onder b, zich voordoen na het tweede jaar binnen een periode van zes jaar na de ingebruikneming van een zeeschip dan wel na de heringebruikneming in geval van een investering, niet zijnde een aanschaf van een zeeschip.
De omvang van de terug te vorderen premie wordt berekend naar rato van het aantal maanden, verstreken na het tweede jaar na (her)ingebruikneming tot het moment, waarop de aanleiding voor de terugvordering zich voordeed, zodanig dat 100% bij aanvang van het derde jaar aflopend tot nihil aan het einde van het zesde jaar wordt teruggevorderd.
3
Beëindiging van de uitbetaling van de investeringspremies en terugvordering van de reeds uitbetaalde termijnen vindt niet plaats in geval van verlies van het schip of zodanige beschadiging van het schip, dat het ‘constructive total loss’ is.
4
De investeerder dient de Directeur-Generaal Goederenvervoer onverwijld in kennis te stellen van alle gegevens betreffende de investering en het zeeschip, die van belang kunnen zijn in verband met de in het eerste en tweede lid genoemde opschortings- en terugvorderingsgronden.