Artikel
1
Er is een commissie binnenlands vreemdelingentoezicht, verder te noemen de commissie.
Besluit:
Er is een commissie binnenlands vreemdelingentoezicht, verder te noemen de commissie.
De commissie heeft tot taak advies uit te brengen aan de staatssecretaris van Justitie betreffende;
Het tegengaan van het gebruik van collectieve voorzieningen door illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en het aktiveren van het binnenlands vreemdelingentoezicht.
Bij de advisering houdt de commissie rekening met de positie van de legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en Nederlanders van allochtone herkomst.
De commissie brengt advies uit aan de staatssecretaris van Justitie betreffende:
algemene visie.
de wijze waarop illegale immigratie kan worden tegengegaan en met name in welke gevallen koppeling van de verstrekking van collectieve voorzieningen aan de verblijfsstatus van vreemdelingen gewenst danwel verantwoord is.
de wijze waarop en de mate waarin aan de aktivering van het binnenlands vreemdelingentoezicht kan worden vorm gegeven, zodanig dat die de positie van legaal in Nederland verblijvende vreemdelingen en Nederlanders van allochtone herkomst niet negatief beïnvloedt.
de verdere voortgang en inrichting van werkzaamheden, waarbij wordt aangegeven op welke maatschappelijke knelpunten de commissie zich bij de werkzaamheden met betrekking tot de verdere rapportage zal richten;
De commissie is als volgt samengesteld:
mr. H. J. Zeevalking;
mevr. G. W. van Montfrans-Hartman, burgemeester van Katwijk;
mevr. mr. W. M. Levelt-Overmans, hoogleraar Sociaal Verzekeringsrecht aan de Universiteit van Amsterdam;
dr. A. B. Frielink, emeritus-hoogleraar Accountancy te Amsterdam.
mr. C. A. Groenendijk, hoogleraar rechtssociologie aan de Universiteit van Nijmegen;
W. van Ingen, hoofdcommissaris van gemeentepolitie te Amsterdam;
mr. P. H. Kooijmans, hoogleraar Volkenrecht aan de Universiteit van Leiden.
Het secretariaat van de commissie wordt gevormd door mr. H. P. Heida en mr. drs. C. D. de Jong van de Directie Vreemdelingenzaken van het ministerie van Justitie.
De staatssecretaris van Justitie kan, na overleg met de voorzitter van de commissie, nadere voorzieningen treffen ten behoeve van het secretariaat.
De commissie kan ter voorbereiding van door haar uit te brengen voorstellen, subcommissies instellen, waarin ook personen van buiten de commissie zitting hebben.
In elk der subcommissies als bedoeld in artikel 6 heeft tenminste een lid van de commissie of van het secretariaat zitting.
De voorzitter van de commissie en de voorzitters van de subcommissies als bedoeld in artikel 7 zijn bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie dan wel de subcommissies deel te nemen.
De commissie en de subcommissies als bedoeld in artikel 7 kunnen zich wenden tot overheidsdiensten, openbare en particuliere instellingen en groeperingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeven.
De commissie is bevoegd ter voorbereiding van haar voorstellen studies door derden te doen verrichten. Voordat studie-opdrachten kunnen worden verleend, dienen deze te zijn goedgekeurd door de staatssecretaris van Justitie.
De commissie is bevoegd nadere regelen te stellen omtrent haar werkwijze en de werkwijze van de in artikel 8 genoemde subcommissies.
Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.