Artikel
1
Er is een commissie analyse asielprocedure en opvang van asielzoekers, verder te noemen de commissie.
Besluit:
Er is een commissie analyse asielprocedure en opvang van asielzoekers, verder te noemen de commissie.
De commissie heeft tot taak:
Het analyseren van de procedures van behandeling van aanvragen om asiel alsmede van de wijze van opvang van asielzoekers in Nederland met het oog op de doelmatigheid van de huidige werkwijze, gezien in het licht van de verplichtingen die voortvloeien uit het geldende internationale en nationale recht; het op grond van deze analyses doen van voorstellen om de procedures waar mogelijk doelmatiger en sneller te doen verlopen, met inbegrip van voorstellen voor het wegnemen van knelpunten door middel van wetswijziging.
De commissie rapporteert uiterlijk 1 november 1990
De commissie is als volgt samengesteld:
mr A. Mulder, oud lid van de Raad van State;
prof.mr. C.A. Groenendijk, hoogleraar rechtssociologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen;
prof. mr. P. H. Kooijmans, hoogleraar volkenrecht aan de Rijksuniversiteit te Leiden;
drs. L. Lamers, voormalig Directeur-Generaal Sociale Zekerheid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
prof. mr. H. Meijers, emeritus hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit van Amsterdam;
ir. drs. W. J. Vrakking, buitengewoon hoogleraar Innovatie en Intern Ondernemerschap aan de Erasmusuniversiteit te Rotterdam;
Het secretariaat van de commissie wordt gevoerd door twee ambtenaren van het ministerie van Justitie.
De staatssecretaris van Justitie kan, na overleg niet de voorzitter van de commissie, nadere voorzieningen treffen ten behoeve van het secretariaat.
De voorzitter van de commissie en de voorzitters van de subcommissies als bedoeld in artikel 7 zijn bevoegd deskundigen uit te nodigen om aan de beraadslagingen in de commissie dan wel de subcommissies deel te nemen.
De commissie en de subcommissies als bedoeld in artikel 7 kunnen zich wenden tot overheidsdiensten, openbare en particulieren instellingen en groeperingen voor het verkrijgen van de inlichtingen die zij behoeven.
De commissie is bevoegd ter voorbereiding van haar voorstellen studies door derden te doen verrichten. Voordat studie opdrachten kunnen worden verleend, dienen deze te zijn goedgekeurd door de staatssecretaris van Justitie.
De commissie is bevoegd nadere regelen te stellen omtrent haar werkwijze en de werkwijze van de in artikel 8 genoemde subcommissies.
Dit besluit, dat zal worden geplaatst in de Nederlandse Staatscourant en waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de dag na die van dagtekening.