1
Bij de aanvaarding wordt een verklaring afgelegd in de zin van artikel 3, tweede lid, onderdeel a, van het in artikel 1 bedoelde Verdrag waarin worden opgesomd de categorieën persoonsregistraties bedoeld in artikel 2, eerste, tweede en derde lid, onderdelen b en c, van de Wet persoonsregistraties (Stb. 1988, 665), onderscheidenlijk de persoonsregistraties aangewezen ingevolge artikel 54, vierde lid, van die wet.
2
De regering wordt gemachtigd de verklaring bedoeld in het voorgaande lid te wijzigen indien met betrekking tot een of meer van de daarin opgenomen categorieën persoonsregistraties bij of krachtens wet regels worden gesteld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens.