Overwegende, dat:
1. de besturen van
a. De onderlinge waarborgmaatschappij ‘Algemeen Ziekenfonds Purmerend en Omstreken’ U.A. te Purmerend,
b. De Onderlinge Waarborgmaatschappij Ziekenfonds Wormer en Omstreken U.A. te Wormer en
c. De onderlinge waarborgmaatschappij Ziekenfonds Zaanland u.a. te Zaandam, hem met hun gezamenlijke brief van 29 juni 1989, kenmerk 572/JPL/AB, in kennis hebben gesteld van de samenvoeging van hun ziekenfondsen per 1 januari 1989 tot één nieuw fonds,
d. De Onderlinge Waarborgmaatschappij Ziekenfonds P.W.Z. u.a., gevestigd te Purmerend,
waarbij werd verzocht om toelating van het hierboven onder d. genoemde ziekenfonds als ziekenfonds in de zin van de
Ziekenfondswet (Stb. 1986, 347) en om intrekking van de toelatingen als zodanig, verleend aan de in het voorgaande onder a., b. en c. vermelde ziekenfondsen per voornoemde datum:
2. tegen inwilliging van het in overweging 1. bedoelde verzoek om toelating, waarvan overeenkomstig
artikel 34, vijfde lid, van de Ziekenfondswet mededeling is gedaan in de Nederlandse Staatscourant (Stcrt. 1989, 155) en hetwelk – met het in overweging 1. vermelde vezoek om intrekking van de verleende toelatingen – voor advies is voorgelegd aan de Ziekenfondsraad, geen bezwaren zijn ingebracht;
3. de toelating van De Onderlinge Waarborgmaatschappij Ziekenfonds P.W.Z. u.a. geacht kan worden met het belang van een doelmatige organisatie van de ziekenfondsverzekering in overeenstemming te zijn;
4. het werkgebied van het in overweging 3. genoemde ziekenfonds gelijk zal zijn aan de gezamenlijke werkgebieden van de ziekenfondsen uit welker samenvoeging het is ontstaan:
5. ter bevordering van de rechtszekerheid met betrekking tot de omvang van het werkgebied van het in overweging 3. genoemde ziekenfonds deze omvang bij de toelating van dat fonds dient te worden vastgesteld;
6. gelijktijdig met de toelating van het in overweging 3. genoemde ziekenfonds de toelatingen van de in overweging 1., onder a., b. en c. genoemde voormalige ziekenfondsen behoren te worden ingetrokken: