Instellingsbesluit Commissie Sociaal en Cultureel Beleid
Besluit:
Artikel
2
Artikel
3
Artikel
4
De Commissie is bevoegd informatie in te winnen bij interdepartementale commissies op het terrein van het sociaal en cultureel beleid en de betrokken minister(s) te adviseren over de beleidsvoorbereiding door deze commissies.
Artikel
5
Over beleidsvoornemens, die behoren tot het algemeen regeringsbeleid op het terrein van het sociaal en cultureel beleid, en in het bijzonder over voorstellen van wet alsmede ontwerpen van algemene maategelen van bestuur dan wel voornemens daartoe horen de ter zake verantwoordelijke ministers vooraf de Commissie.
Artikel
6
1
De Commissie bestaat uit de volgende leden;
-
a.
een voorzitter;
-
b.
telkens een lid aan te wijzen door de Minister van:
Algemene Zaken; Justitie; Binnenlandse Zaken; Onderwijs en Wetenschappen; Financiën: Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; Economische Zaken; Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
-
c.
de secretaris van de Raad voor het Sociaal en Cultureel Beleid;
-
d.
de directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau;
-
e.
een secretaris.
Artikel
7
Artikel
8
1
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt de voorzitter in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad.
2
De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur benoemt de secretaris en de deskundigen als bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Artikel
9
artikel 9
De Commissie evalueert haar functioneren in 1993 en voorts elke vier jaar. Zij brengt de conclusies via de Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, ter kennis van de Raad van het Sociaal en Cultureel Beleid.
Artikel
10
De Commissie is bevoegd voor de uitoefening van haar taken subcommissies in te stellen. De Commissie regelt de taken en bevoegdheden van deze subcommissies.
Artikel
11
Afschrift van dit besluit zal worden toegezonden aan de betrokken ministers en staatssecretarissen alsmede de Algemene Rekenkamer.