Instellingsbeschikking Commissie keuzen in de zorg

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Overwegende dat in de Regeringsverklaring 1989 is uitgesproken dat een commissie zal worden ingesteld die zal bezien welke grenzen aan de toepassing van nieuwe medische technologieën bij patiënten moeten worden gesteld en hoe een maatschappelijk draagvlak wordt gevonden voor de oplossing van de problemen veroorzaakt door schaarste, rantsoenering van zorg en noodzakelijke selectie van patiënten;

Besluit:

Artikel

1

Er is een Commissie keuzen in de zorg inzake ‘Grenzen van de zorg’ (Kamerstukken II, 1987–1988, 20 620, nrs. 1 en 2).

Artikel

2

De commissie heeft tot taak strategieën te ontwikkelen voor de wijze waarop de keuze-vraagstukken op de verschillende niveaus hanteerbaar kunnen worden gemaakt. Daarbij zal de commissie nagaan welke problemen bestaan bij het maken van keuzen in de zorg op landelijk niveau (macro-niveau), op het niveau van de instelling (meso-niveau) en op dat van de individuele hulpverlener (micro-niveau).

De commissie heeft voorts tot taak via derden een publieke discussie op gang te brengen over de vraag: moet alles wel wat kan? De discussie is bedoeld om de noodzaak van het maken van keuzen bij het publiek ingang te doen vinden.

Artikel

3

In de commissie worden benoemd:

  • a.

    tot voorzitter, tevens lid:

    prof. dr. A. J. Dunning, hoogleraar in de cardiologie, Amsterdam.

  • b.

    tot leden:

    • mw. prof. dr. H. M. Dupuis, hoogleraar in de medische ethiek, Rotterdam;

    • prof. dr. H. Galjaard, hoogleraar in de celbiologie, Rotterdam;

    • prof. dr. T. E. D. v.d. Grinten, hoogleraar in het Beleid en organisatie geestelijke gezondheidszorg, Utrecht;

    • prof. mr. J. H. Hubben, hoogleraar in het gezondheidsrecht, Nijmegen;

    • mw. prof. dr. B. Meyboom-de Jong, hoogleraar in de huisartsgeneeskunde, Groningen;

    • prof. dr. A. de Swaan, hoogleraar in de sociologie, Amsterdam;

    • prof. dr. W. P. P. M. van de Ven, hoogleraar in de Sociale Ziektekostenverzekering, Rotterdam;

    • prof. dr. A. van Dantzig, psychiater, Amsterdam;

    • prof. dr. H. A. M. J. ten Have, hoogleraar in de wijsbegeerte, Maastricht.

  • c.

    tot adviserende leden:

    • J. Verhoeff, psychiater, Hoofddirecteur Gezondheidszorg bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

    • mw. drs. E. J. Mulock Houwer, plaatsvervangend Directeur-Generaal Welzijn bij het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

    • drs. W. van de Donk van het Bureau Secretaris-Generaal van het Ministerie van Justitie.

  • d.

    tot secretaris:

    • mr. J. P. Kasdorp, werkzaam bij de Nationale Raad voor de Volkgezondheid; tot adjunct-secretaris;

    • dr. I. H. Mulder, internist, werkzaam bij het Stafbureau Beleidsontwikkeling van het Directoraat-Generaal van de Volksgezondheid van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

Artikel

4

Artikel

5

De commissie zal zo mogelijk vóór 1 december 1991 haar rapport uitbrengen.

Artikel

6

Artikel

7

Deze beschikking wordt geplaatst in de Staatscourant en een afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, Hans J.Simons