Besluit van 29 augustus 1990, houdende nadere regels ter uitvoering van artikel 29, vierde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften

Besluit buitengebruikstelling voertuigen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Justitie van 25 juni 1990, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 21766/690;
De Raad van State gehoord (advies van 23 juli 1990, nr. W03.90.0270);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 20 augustus 1990, Stafafdeling Wetgeving Publiekrecht, nr. 23878/690;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Indien tot het doen overbrengen en tot inbewaringstelling van een voertuig, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de wet, is overgegaan, maakt de ambtenaar die daartoe is overgegaan daarvan proces-verbaal op. Dit proces-verbaal wordt afgegeven aan degene die met de feitelijke bewaring is belast.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Ten aanzien van het door middel van verzegeling of anderszins voor gebruik tijdelijk ongeschikt maken van het voertuig ter plaatse waar het zich bevindt, zijn de artikelen 2 tot en met 4 van overeenkomstige toepassing.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1990.

Artikel

7

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengebruikstelling voertuigen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Split
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin