Wet van 2 november 1990, houdende regeling provincie- en gemeentegrenzen langs de Noordzeekust van de gemeente Den Helder tot en met de gemeente Sluis en wijziging van de Financiële-Verhoudingswet 1984

Wet regeling provincie- en gemeentegrenzen langs de Noordzeekust van Den Helder tot en met Sluis en wijziging van de Financiële-Verhoudingswet 1984

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat wettelijke regeling dan wel aanpassing nodig is van de provincie- en de gemeentegrenzen langs de Noordzeekust van de provincies Noord-Holland, uitgezonderd de kust van de gemeente Texel, Zuid-Holland en Zeeland en dat in verband daarmee een wijziging gewenst is van de Financiële-Verhoudingswet 1984;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

In deze wet wordt verstaan onder:

  • -

    coördinaten: coördinaten in het verschoven stelsel van rijksdriehoeksmeting;

  • -

    koppen van hoofden: de verst in zee gelegen punten van strand-, paal- dan wel havenhoofden, voor zover boven water bij laag-laagwaterspringtij;

  • -

    hoofdenlijn: de lijn die de koppen van een reeks naast elkaar gelegen hoofden met elkaar verbindt.

Artikel

2

De grens van de gemeente Den Helder in de Noordzee wordt in dier voege gewijzigd dat de nieuwe grens als volgt komt te lopen. Zij begint in het meest westelijke punt van de bestaande grens tussen de gemeenten Den Helder en Texel en volgt in ongeveer zuidelijke richting een rechte lijn tot het punt met de coördinaten x = 104 000; y = 545 000.

Vanaf dat punt volgt zij in ongeveer oostelijke richting een rechte lijn tot het noordwestelijke hoekpunt van het perceel, kadastraal bekend gemeente Noordzee III, sectie A, nr. 8 en vervolgens de noordgrens van dat perceel tot de grens met de gemeente Zijpe.

Artikel

3

De grenzen in de Noordzee van de hierna te noemen gemeenten worden bepaald op de noordelijke dan wel westelijke dan wel zuidelijke grenzen van kadastraal bekende percelen in dier voege dat:

van de kadastrale gemeente Noordzee III, sectie A, behoort dan wel behoren tot de gemeente

  • -

    Zijpe: nr. 8 en het deel van nr. 9 waarvan de zuidelijke grens wordt gevormd door de nieuwe grens tussen de gemeenten Zijpe en Schoorl, beschreven in artikel 1, tweede lid, onder A, onder 5°, laatste zin, van de Wet van 14 september 1989 (Stb. 1989, 372),

  • -

    Schoorl: het overige deel van nr. 9 en nr. 10,

  • -

    Bergen: nr. 11,

  • -

    Egmond: de nrs. 12, 13 en 14,

  • -

    Castricum: nr. 15,

  • -

    Heemskerk: nr. 16,

  • -

    Beverwijk: nr. 17;

van de kadastrale gemeente Noordzee IV, sectie A, behoort dan wel behoren tot de gemeente

  • -

    Velsen: de nrs. 3 en 4,

  • -

    Bloemendaal: nr. 5,

  • -

    Zandvoort: nr. 6;

van de kadastrale gemeente Noordzee V, sectie A, behoort dan wel behoren tot de gemeente

  • -

    Noordwijk: nr. 19,

  • -

    Katwijk: nr. 18,

  • -

    Wassenaar: nr. 17,

  • -

    's-Gravenhage: de nrs. 15 en 16,

  • -

    Monster: nr.14,

  • -

    's-Gravenzande: nr. 13.

Artikel

4

Artikel

5

De gemeentegrenzen in de Noordzee, gewijzigd dan wel bepaald krachtens de artikelen 2, 3 en 4 begrenzen tevens het deel van de Noordzee dat behoort tot de provincies Noord-Holland dan wel Zuid-Holland dan wel Zeeland.

Artikel

6

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

7

Onze Minister van Binnenlandse Zaken stelt, voor zover nodig, binnen één maand na inwerkingtreding van deze wet de definitieve grensbeschrijving vast.

Artikel

8

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, D. IJ. W. de Graaff-Nauta
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin