Besluit van 12 november 1990, houdende vaststelling van de ambtsgebieden van de inspecteurs van de ruimtelijke ordening

Besluit vaststelling ambtsgebieden van de inspecteurs ruimtelijke ordening

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 2 november 1990, nr. MJZ02n90023, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Binnen elk der volgende delen van Nederland is een inspecteur van de ruimtelijke ordening gevestigd, die in dat gedeelte van het Rijk zijn taak vervult:

  • a.

    het gebied van de provincies Groningen, Friesland en Drenthe (inspectie Noord);

  • b.

    het gebied van de provincies Overijssel en Gelderland (inspectie Oost);

  • c.

    het gebied van de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland (inspectie West);

  • d.

    het gebied van de provincies Zeeland, Noord-Brabant en Limburg (inspectie Zuid).

Artikel

2

Het besluit van 3 februari 1986, nr. 17, tot vaststelling van de ambtsgebieden van de inspecteurs van de ruimtelijke ordening (Stb. 31) wordt ingetrokken.

Artikel

3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 1990.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, J. G. M. Alders
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin