Instellingsbesluit Overleg over Ruimtelijke Investeringen
Besluit:
Artikel
2
1
Het ORI heeft als taak het ontwikkelen van een gemeenschappelijk referentiekader voor de ruimtelijke investeringen die door de publieke en private sector in samenwerking worden gedaan.
2
Op basis van het referentiekader zal worden geadviseerd over de inhoud van het beleid en over de afstemming en prioriteitenstelling van ruimtelijke investeringen om het beleid te realiseren.
Met het oog daarop zal in het referentiekader aandacht worden besteed aan de wijze van samenwerking tussen publieke en private partijen en aan de financieringsmogelijkheden.
Artikel
3
2
De resultaten van het informele overleg zullen ter kennis worden gebracht van tenminste alle in de aanhef genoemde Ministers en Staatssecretarissen, van de desbetreffende lagere overheden en vertegenwoordigende organen aan particuliere zijde, teneinde bij de beleidsbepaling mede een rol te kunnen spelen.
Artikel
4
1
Het overleg bestaat uit:
drs. J.P.A. Gruijters, Voorzitter van de Rijksplanologische Commissie
A. Barmentloo, Directeur Algemene en Bestuurlijke Zaken van de Rijksplanologische Dienst (VROM)
Deelnemers van de zijde van:
-
mr. dr. A. J. E. Havermans, Burgemeester van 's-Gravenhage;
-
dr. A. Peper, Burgemeester van Rotterdam;
-
drs. E. van Thijn, Burgemeester van Amsterdam;
-
Mw. drs. M.W.M. Vos-van Gortel, Burgemeester van Utrecht
-
drs. ing. S. de Graaf, Directeur van MABON B.V.
-
H. Huizinga, Lid van de Raad van Bestuur van Nationale Nederlanden
-
ir. M. T. Kooistra, Voorzitter van de directie van Wereldhave N.V.
-
ir. A.B.M. van der Plas, lid van de Hoofddirectie van Philips Nederland
-
drs. A.A. Soetekouw, lid van de Raad van Bestuur van de NMB Postbank
-
ir. M.C. van Veen, lid van de Raad van bestuur van de Hoogovens Groep B.V.;
-
mr. R.W.J. Groenink, lid raad van bestuur ABN AMRO Holding N.V.
-
ir. G. Blom, Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat (V & W);
-
ir. M.E.E. Enthoven, Directeur-Generaal Milieubeheer (VROM);
-
mr. G.J. Jansen, Directeur-Generaal Openbaar Bestuur (BiZa);
-
ir. M.J. Loschacoff, Raadsadviseur VROM;
-
drs. J.W. Oosterwijk, Plv. Directeur-Generaal Industrie en Regionaal Beleid (EZ);
-
drs. F.H. v.d. Veen, Plv. Directeur-Generaal van de Ruimtelijke Ordening (VROM);
-
ir. B. Westerduin, Directeur Generaal voor het Vervoer (V & W).
Artikel
5
Artikel
6
Artikel
7
1
Na verloop van twee jaar wordt het ORI geëvalueerd. Op basis van de evaluatie wordt dan ook over de termijn van voortzetting van het ORI beslist.
2
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het ORI geschiedt met in achtneming van de bepalingen van het Besluit Algemene Secretarie-aangelegenheden Rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van het ORI opgeborgen in het archief van het ministerie.
Artikel
8
Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 november 1990.
Afschrift van dit besluit wordt gezonden naar alle Ministers en Staatssecretarissen en naar de bij het ORI betrokkenen.