Besluit van 23 november 1990, houdende regels inzake tarieven voor geregeld luchtvervoer

Tarievenbesluit geregeld luchtvervoer

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 maart 1990, nr. JBZ/L 90.002813, Rijksluchtvaartdienst;
Overwegende dat de Raad van de Europese Gemeenschappen op 14 december 1987 een richtlijn heeft vastgesteld betreffende de tarieven voor geregelde luchtdiensten tussen de Lid-Staten, welke in de Nederlandse wetgeving dient te worden geïmplementeerd (PbEG L 374/12);
Gelet op artikel 76, eerste lid, onder j, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);
De Raad van State gehoord (advies van 4 juli 1990 nr. W09.90.0129);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 november 1990, nr. JBZ/L 90.011811, Rijksluchtvaartdienst;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder:

EEG-Verdrag: het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap van 25 maart 1957 (Trb. 1957, 91);

tarief: prijs in euro’s die wordt berekend voor luchtvervoer tussen een gegeven plaats van vertrek en een gegeven plaats van bestemming alsmede de voorwaarden waaronder deze prijs geldt, met inbegrip van de vergoeding en de voorwaarden voor agentschappen en andere bijkomende diensten;

communautaire luchtvaartmaatschappij: een luchtvaartmaatschappij met een geldige, door een Lid-Staat overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen (PbEG L 240/1) afgegeven exploitatievergunning.

Artikel

1a

Voor tarieven die worden berekend door communautaire, Zweedse en Noorse luchtvaartmaatschappijen voor luchtdiensten tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven gelegen in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap, in het Koninkrijk Zweden of in het Koninkrijk Noorwegen geldt het bepaalde in de verordening (EEG) nr. 2409/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1992 inzake tarieven voor luchtdiensten (PbEG L 240/15).

Artikel

1b

Een wijziging van het bepaalde bij de verordening genoemd in artikel 1a, treedt voor de toepassing van artikel 1a in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijzigingsverordening in werking treedt.

Artikel

1c

De hierna volgende bepalingen gelden voor tarieven die worden berekend door:

  • a.

    communautaire, Zweedse en Noorse luchtvaartmaatschappijen voor geregeld luchtvervoer tussen een luchthaven in Nederland en een luchthaven gelegen buiten het grondgebied van de Europese Gemeenschap, het Koninkrijk Zweden en het Koninkrijk Noorwegen;

  • b.

    andere dan communautaire, Zweedse of Noorse luchtvaartmaatschappijen voor geregeld luchtvervoer.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Met betrekking tot tarieven voor geregeld luchtvervoer tussen luchthavens in Nederland enerzijds en luchthavens die niet gelegen zijn in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen anderzijds voert Onze Minister regelmatig overleg met de Minister van Economische Zaken terzake van het te voeren beleid.

Artikel

13

Vervallen

Artikel

14

Dit besluit wordt aangehaald als: Tarievenbesluit geregeld luchtvervoer.

Artikel

15

Dit besluit treedt in werking met ingang van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin