Regeling Veerponten

De minister van Verkeer en Waterstaat en de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluiten:

Artikel

1

Algemene bepalingen

Artikel

2

Toepassing van bijlage III Binnenschepenbesluit

Met inachtneming van het bepaalde in deze regeling zijn onderstaande regelen van bijlage III van het Binnenschepenbesluit niet van toepassing op veerponten:

artikel 2.01,

artikel 4.01, tweede tot en met vierde lid,

artikel 4.02, eerste en tweede lid,

artikel 4.04, echter uitsluitend voor niet-vrijvarende veerponten,

artikel 4.05,

artikel 5.01,

artikel 5.02,

artikel 5.03,

artikel 6.01, eerste lid,

artikel 7.05,

artikel 8.01, tweede lid, eerste zin,

artikel 8.04, echter uitsluitend voor veerponten in de zones 3 of 4,

artikel 9.08, echter uitsluitend voor veerponten in de zone 4,

artikel 9.09,

artikel 10.05.

Artikel

3

Toepassing van bijlage II van het Binnenschepenbesluit

In aanvulling op het bepaalde in artikel 1.02, derde en vierde lid, van bijlage III van het Binnenschepenbesluit en met inachtneming van het bepaalde in deze regeling, zijn onderstaande regelen van bijlage II van het Binnenschepenbesluit niet van toepassing op veerponten:

artikel 3.01 tot en met 3.14, echter uitsluitend voor niet-vrijvarende veerponten,

artikel 5.04, tweede lid, derde zin,

artikel 7.02, eerste lid, onder d, e, f, en k voor veerponten waarvan de voortstuwingsmotor buiten staat opgesteld.

Artikel

4

Waterdichte indeling

Artikel

5

Stabiliteit algemeen

Artikel

6

Beladingstoestanden

Artikel

7

Kenterende momenten

Artikel

8

Moment ten gevolge van verplaatsen van personen

Artikel

9

Moment tengevolge van belading met voertuigen

Wanneer een veerpont als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub b, beschikt over twee of meer opstelstroken, moet voor de stabiliteit een percentage van het maximaal toegestane gewicht van voertuigen en hun lading asymmetrisch opgesteld in rekening worden gebracht afhankelijk van het aantal opstelstroken. Dit percentage bedraagt:

  • a.

    bij twee opstelstroken: 50%, te rekenen op één der opstelstroken;

  • b.

    bij drie opstelstroken: 67%, gelijk verdeeld te rekenen over twee naast elkaar gelegen opstelstroken;

  • c.

    bij vier opstelstroken: 75%, gelijk verdeeld te rekenen over drie naast elkaar gelegen opstelstroken.

    Bij meer dan vier opstelstroken bepaalt het hoofd van de scheepvaartinspectie het in rekening te brengen percentage.

Artikel

10

Resterend vrijboord en resterende veiligheidsafstand

Artikel

11

Vrijboord en veiligheidsafstand

Artikel

12

Vlak van de grootste inzinking en laadvermogen

Artikel

14

Constructie

Artikel

15

Reddingmiddelen

Artikel

16

Uitgangen machinekamers en ketelruimten

In afwijking van de regelen van artikel 2.06, zesde lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit kan worden volstaan met slechts één uitgang indien

  • het vloeroppervlak van een machinekamer of een ketelruim in totaal niet meer dan 35 m² bedraagt, en

  • de vluchtweg vanaf elke bedieningsplaats naar de uitgangsdeur die naar de buitenlucht voert, niet meer dan 5 m lang is, en

  • bij de plaats waar onderhoud moet worden verricht, die het verst van de uitgang is verwijderd, een draagbaar blustoestel aanwezig is, ook indien het geïnstalleerde vermogen niet meer dan 110 Kw bedraagt.

Artikel

17

Brandbestrijding

In aanvulling op de regelen van artikel 9.11 van bijlage III van het Binnenschepenbesluit moeten op veerponten die zijn gebouwd en ingericht voor het vervoer van voertuigen op meer dan twee wielen, op of in de onmiddellijke nabijheid van het rijdek zijn voorzien van ten minste twee draagbare blustoestellen. De in artikel 7.03 van bijlage II en artikel 9.11 van bijlage III van het Binnenschepenbesluit bedoelde draagbare blustoestellen mogen daartoe worden meegerekend.

Artikel

18

Luidsprekers

Op veerponten met een lengte Lwl van 35 m of meer, moeten luidsprekers aanwezig zijn waarmee alle passagiers kunnen worden bereikt.

Artikel

19

Instructies voor passagiers

Artikel

20

Ankergerei

Artikel

21

Vrij uitzicht

Op niet vrij-varende veerponten moet de opstelling van de voertuigen zodanig zijn dat het uitzicht tijdens de vaart in alle richtingen voldoende is.

Artikel

22

Bijzondere inrichting van het stuurhuis met het oog op het voeren van een schip met behulp van radar door één persoon

Mits voorzieningen zijn getroffen die naar het redelijk oordeel van het hoofd van de scheepvaartinspectie voldoende waarborg bieden voor de veiligheid van het schip en de opvarenden, kan voor niet-vrijvarende veerponten afwijking worden toegestaan van de regelen van de artikelen 9.02, eerste en tweede lid, 9.03, eerste en derde lid, en van artikel 9.05, eerste lid, van bijlage II van het Binnenschepenbesluit.

Artikel

23

Overgangsbepalingen

Artikel

24

Met de in deze regeling vastgestelde technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische eisen, vastgesteld door of vanwege een lid-staat van de Europese Unie danwel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Artikel

25

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling Veerponten.

's-Gravenhage
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink