Na overleg met het Produktschap voor Vis en Visprodukten, het Visserijschap en het Bedrijfschap voor de Groothandel in Vis en Aanverwante Bedrijven,
Besluit:
Artikel
1
1
In de beschikking wordt verstaan onder:
vissersvaartuig
vaartuig ten aanzien waarvan een licentie als bedoeld in de Beschikking visserijlicentie (Stcrt. 1984, 253) , is toegekend;
kabeljauwdocument
document als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Beschikking regeling vangstbeperking (Stcrt. 1984, 254);
rondvisdocument
document als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Beschikking regeling vangstbeperking;
seizoenrondvisdocument
document als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, van de Beschikking regeling vangstbeperking;
2
Voor de toepassing van deze regeling vindt het aanlanden plaats op het tijdstip waarop het vissersvaartuig direct of indirect verbinding met de wal heeft gekregen.
3
Voor de toepassing van deze regeling wordt onder kg kabeljauw onderscheidenlijk kg wijting telkens verstaan de kg in gestript gewicht.
4
Indien de kabeljauw of wijting wordt aangevoerd in gefileerde, of op enige andere wijze bewerkte toestand, met uitzondering van gestripte toestand, dan geldt telkens de helft van de in deze regeling genoemde hoeveelheden kg.
Artikel
2
1
Het is verboden meer dan 6000 kg kabeljauw en 8000 kg wijting aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarvoor een kabeljauwdocument is uitgereikt of met dat vissersvaartuig per week, dan wel bij een visreis van meer dan een week per aanvoer van vis, aan te landen.
2
Het is verboden meer dan 6000 kg kabeljauw en 8000 kg wijting aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarvoor een rondvisdocument is uitgereikt of met dat vissersvaartuig per week, dan wel bij een visreis van meer dan een week per aanvoer van vis, aan te landen.
3
Het is verboden meer dan 6000 kg kabeljauw en 8000 kg wijting aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarvoor een seizoenrondvisdocument is uitgereikt of met dat vissersvaartuig per week, dan wel bij een visreis van meer dan een week per aanvoer van vis, aan te landen.
4
Het is verboden meer dan 1200 kg kabeljauw of meer dan 800 kg wijting aan boord te hebben van een vissersvaartuig waarvoor geen kabeljauw-, rondvis- of seizoenrondvisdocument is uitgereikt, of met dat vissersvaartuig per week, dan wel per visreis van meer dan een week per aanvoer van vis, aan te landen.
Artikel
3
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1991.
Artikel
4
Deze regeling kan worden aangehaald als Regeling kabeljauw- en wijtingvisserij 1991.
's-Gravenhage
De minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, P.Bukman