Besluit van 11 maart 1991, ter uitvoering van artikel 905 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Besluit ex artikel 905 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 30 november 1990, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek nr. 37748/690;
De Raad van State gehoord (advies van 7 januari 1991, nr. W03.90.0609);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 28 februari 1991, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 46942/91/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

De schadevergoeding die de vervoerder wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 895 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek rustende verplichtingen mogelijkerwijs is verschuldigd, is onder voorbehoud van artikel 4 beperkt tot een bedrag van € 2,70 per kilogram.

Artikel

2

Het aantal kilogrammen waarvan ter berekening van het in artikel 1 genoemde bedrag wordt uitgegaan, is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van de beschadigde of niet afgeleverde zaak, dan wel verpakking. Indien geen vrachtbrief is uitgegeven, wordt uitgegaan van het aantal kilogrammen dat de beschadigde of niet afgeleverde zaak, dan wel verpakking bij haar terbeschikkingstelling ten vervoer had. Bij de berekening van dit aantal kilogrammen wordt rekening gehouden met artikel 3.

Artikel

3

Artikel

4

De schadevergoeding, die de vervoerder mogelijkerwijs is verschuldigd wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 895 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek rustende verplichtingen, is indien het onverpakt massagoed betreft, beperkt tot een bedrag van € 227 per duizend kilogrammen of een overschietend gedeelte daarvan.

Artikel

6

Indien de vervoerder tot schadevergoeding is verplicht, omdat hij noch aan de uit hoofde van artikel 895 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek noch aan de uit hoofde van artikel 896 van Boek 8 van dat Wetboek op hem rustende verplichtingen voldeed, is zijn verplichting uit hoofde van vertraging beperkt tot de vracht onder aftrek van de door hem verschuldigde schadevergoeding wegens niet afleveren van de zaak, dan wel niet afleveren van de zaak in de staat waarin hij haar ontvangen heeft.

Artikel

7

De afzender kan, mits de vervoerder hierin toestemt en tegen de betaling van een overeen te komen bedrag, op de vrachtbrief een waarde van de zaken aangeven, die het maximum vermeld in de artikelen 1, 4 en 5 overschrijdt. In dat geval treedt het aangegeven bedrag in de plaats van dit maximum. Het aldus aangegeven bedrag kan niet hoger worden gesteld dan de in het eerste lid van artikel 903 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek genoemde waarde.

Artikel

8

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin