Besluit van 11 maart 1991, ter uitvoering van artikel 1105 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Besluit ex artikel 1105 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 18 juli 1990, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek nr. 24355/690;
De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1990, nr. W03.90.0337);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 28 februari 1991, Stafafdeling Wetgeving Nieuw Burgerlijk Wetboek, nr. 46946/91/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

De schadevergoeding die de vervoerder wegens het niet nakomen van de op hem uit hoofde van artikel 1095 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek rustende verplichtingen mogelijkerwijs is verschuldigd, is beperkt tot een bedrag van € 3,40 per kilogram.

Artikel

2

Het aantal kilogrammen waarvan ter berekening van het in artikel 1 genoemde bedrag wordt uitgegaan, is het op de vrachtbrief vermelde gewicht van de beschadigde of niet afgeleverde zaak, dan wel verpakking. Indien geen vrachtbrief is uitgegeven, wordt uitgegaan van het aantal kilogrammen dat de beschadigde of niet afgeleverde zaak, dan wel verpakking bij haar terbeschikkingstelling ten vervoer had. Bij de berekening van dit aantal kilogrammen wordt rekening gehouden met artikel 3.

Artikel

3

Artikel

5

Indien de vervoerder tot schadevergoeding is verplicht, omdat hij noch aan de uit hoofde van artikel 1095 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek noch aan de uit hoofde van artikel 1096 van Boek 8 van dat Wetboek op hem rustende verplichtingen voldeed, is zijn verplichting uit hoofde van vertraging beperkt tot de vracht onder aftrek van de door hem verschuldigde schadevergoeding wegens niet afleveren van de zaak, dan wel niet afleveren van de zaak in de staat waarin hij haar ontvangen heeft.

Artikel

6

Het besluit van 15 juli 1983, Stb. 351 wordt ingetrokken.

Artikel

7

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin