Besluit van 12 maart 1991, houdende wijziging van de hoofdstukken I en II alsmede de vaststelling van hoofdstuk IV van het Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs

Besluit wijziging van de hoofdstukken I en II alsmede de vaststelling van hoofdstuk IV van het Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 14 december 1990, nr. 90118574, directie Personeel Beleid Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek;
Gelet op de artikelen 108 en 109 van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs (Stb. 1986, 414), artikel 36 van de Wet op de open universiteit (Stb. 1984, 573) alsmede de artikelen 14, eerste lid, en 35 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (Stb. 1987, 369);
De Raad van State gehoord (advies van 28 januari 1991, nr. W05.90.0641);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen van 5 maart 1991, nr. 9100.7962, directie Personeel Beleid Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VI

Artikel 8b van het Bezoldigingsbesluit Wetenschappelijk Onderwijs is van overeenkomstige toepassing op de krachtens artikel 41bis, tweede lid, van de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 (Stb. 601) aan de dekanen van faculteiten, interfaculteiten, subfaculteiten, afdelingen, tussenafdelingen en onderafdelingen toegekende toelage.

Artikel

VII

Zolang geen uitvoering is gegeven aan de artikelen 5a en 84a van het Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs geldt wat betreft het personeel van de rijksuniversiteiten en de Open Universiteit ten aanzien van het toekennen van een gratificatie bij ambtsjubileum de circulaire van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, nr. AB71/U1471 (Regeling gratificatie bij ambtsjubileum).

Artikel

VIII

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel III, onder E, terugwerkt tot 1 september 1986 en dat artikel VII terugwerkt tot 28 juli 1990.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin