Artikel
1
1
De artikelen 3, eerste lid, aanhef en onder a en c, en derde lid, 4, 9, 10, tweede lid, 14, eerste lid, 15, 28, 29, 44, 45 en 47 tot en met 52 van de Binnenschepenwet (Stb. 1981, 678) treden in werking met ingang van 1 april 1991.
Hebben goedgevonden en verstaan:
De artikelen 3, eerste lid, aanhef en onder a en c, en derde lid, 4, 9, 10, tweede lid, 14, eerste lid, 15, 28, 29, 44, 45 en 47 tot en met 52 van de Binnenschepenwet (Stb. 1981, 678) treden in werking met ingang van 1 april 1991.
Het bepaalde in artikel 1, eerste lid, is met betrekking tot artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Binnenschepenwet niet van toepassing op:
schepen met een laadvermogen van 15 ton of meer, die zijn bestemd voor de bedrijfsmatige visvangst;
bestaande vrachtschepen met een laadvermogen van minder dan 1500 ton.
Het bepaalde in artikel 1, eerste lid, is met betrekking tot artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, van de Binnenschepenwet niet van toepassing op bestaande sleep- en duwboten.
Het bepaalde in artikel 1, tweede lid, is niet van toepassing op passagiersschepen ingericht of bestemd om te worden ingericht om hoofdzakelijk door middel van zeilen te worden voortbewogen.
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.