Vaststelling GVP-premies

De minister van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken,
Gelet op artikel 9 van het Besluit geneeskundige verzorging politie 1984 (Stb. 343);

Besluiten:

Artikel

1

Voor het jaar 1990 wordt de procentuele GVP-premie vastgesteld op 6,36% van de heffingsgrondslag, met de volgende verdeling: een werknemersbijdrage van 2,51% en een werkgeversbijdrage van 3,85%.

Artikel

2

De nominale GVP-premie wordt vastgesteld op f 15,50 per volwassene per maand respectievelijk f 7,75 per kind per maand tot een maximum van twee kinderen.

Artikel

3

Het bedrag waarboven van de heffingsgrondslag geen bijdrage zal worden berekend, wordt vastgesteld op:

  • voor groep A: f 4598,64 per maand;

  • voor groep B: f 6363,36 per maand.

Artikel

4

De regeling van 30 januari 1991, nr. 43529/91/POL van het Directoraat-Generaal Politie en Vreemdelingenzaken resp. d.d. 25 januari 1991, nr. EA90/283/U14 van het Directoraat-Generaal Openbare Orde en Veiligheid (Stcrt. 1991, 22) wordt ingetrokken.

Artikel

5

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen 1 en 2 terugwerken tot en met 1 januari 1990 en artikel 3 terugwerkt tot en met 1 april 1990.

Deze regeling zal worden geplaatst in de Staatscourant.

's-Gravenhage
De minister van Justitie,
Voor deze,
De directeur politie, H.P.Wooldrik
's-Gravenhage, 21 maart 1991
De minister van Binnenlandse zaken,
Voor deze,
De directeur politie,J.Kapsenberg