Artikel
1
Voor het jaar 1990 wordt de procentuele GVP-premie vastgesteld op 6,36% van de heffingsgrondslag, met de volgende verdeling: een werknemersbijdrage van 2,51% en een werkgeversbijdrage van 3,85%.
Besluiten:
Voor het jaar 1990 wordt de procentuele GVP-premie vastgesteld op 6,36% van de heffingsgrondslag, met de volgende verdeling: een werknemersbijdrage van 2,51% en een werkgeversbijdrage van 3,85%.
De nominale GVP-premie wordt vastgesteld op f 15,50 per volwassene per maand respectievelijk f 7,75 per kind per maand tot een maximum van twee kinderen.
Het bedrag waarboven van de heffingsgrondslag geen bijdrage zal worden berekend, wordt vastgesteld op:
voor groep A: f 4598,64 per maand;
voor groep B: f 6363,36 per maand.
De regeling van 30 januari 1991, nr. 43529/91/POL van het Directoraat-Generaal Politie en Vreemdelingenzaken resp. d.d. 25 januari 1991, nr. EA90/283/U14 van het Directoraat-Generaal Openbare Orde en Veiligheid (Stcrt. 1991, 22) wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat de artikelen 1 en 2 terugwerken tot en met 1 januari 1990 en artikel 3 terugwerkt tot en met 1 april 1990.
Deze regeling zal worden geplaatst in de Staatscourant.