Artikel
1
In afwijking van artikel 2, eerste lid, van het Verhaalsbesluit Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1987, 10) bedraagt het verhaal voor de deelgenoot, bedoeld in artikel B1 van de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541) negen en een tiende percent van het inkomen, bedoeld in artikel C1 van de Spoorwegpensioenwet, nadat dit is verminderd met een bedrag dat herleid tot een jaarbedrag (franchisebedrag) gelijk is aan twintig zevende maal het tot een jaarbedrag herleide bedrag genoemd in artikel 9, tiende lid, onder b, vermeerderd met de bruto-vakantie-uitkering ingevolge artikel 29 van de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1985, 181) en verminderd met het bedrag van de overhevelingstoeslag, bedoeld in artikel 81, derde lid, tweede volzin, van de Wet aanpassing uitkeringsregelingen overheveling opslagpremies (Stb. 1989, 127), met dien verstande dat het verhaal niet minder bedraagt dan zes tiende percent van het inkomen.