Wet van 15 mei 1991, houdende wijziging van de Wegenverkeerswet (invordering en inhouding van rijbewijzen)

Wijzigingswet Wegenverkeerswet (invordering en inhouding van rijbewijzen)

Wij Beatrix bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, ter verbetering van de bestrijding van het rijden onder invloed van alcohol of van andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen verminderen, de bestaande mogelijkheden tot invordering en inhouding van rijbewijzen uit te breiden en enige andere wijzigingen in de Wegenverkeerswet aan te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Ten aanzien van rijbewijzen of internationale rijbewijzen die vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, zijn ingevorderd, blijven de vóór dat tijdstip geldende bepalingen van de Wegenverkeerswet van toepassing.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, J. R. H. Maij-Weggen
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin