a.
Op de uniformjas
Het brandweerembleem wordt ter hoogte van 10 mm boven het midden van de rechterborstzak op de uniformjas bevestigd. Het embleem is uitgevoerd in zuurtestverguld en gepolijst messing ter dikte van 2 mm, met een signaalrood gemoffeld schild waarop een brandweerhelm naar zogenaamd Amsterdams model met de neklap naar rechts gericht is aangebracht. Langs het schild, te rekenen van circa 5 mm van de bovenzijde, bevindt zich een gladde rand waarin het woord ‘inspectie’ in kapitalen is gegraveerd. Onder de rand van het schild komt een touwbundel uit, die wordt geflankeerd door de storzkoppelingen van twee achter het schild gekruiste straalpijpen waarvan de mondstukken boven het schild uitsteken. Aan de bovenzijde van het schild komen twee achter het schild gekruiste bijlen met de snede naar buiten gericht uit.
Aan de zijkanten van het schild tussen de straalpijpen bevindt zich een vlammenpartij.
Het geheel, met uitzondering van de signaalrode ondergrond van het schild, is voorzien van een goudoplaag van 4 micron. De grootste hoogte van het embleem bedraagt 45,5 mm, de grootste breedte 41 mm.
Aan de achterzijde is het voorzien van twee draadeinden en kartelmoeren benevens een losse messing achterplaat.