Artikel
1
Instelling werkgroep
Er is een Werkgroep positie middenscholen na invoering basisvorming verder te noemen: de werkgroep.
Besluit:
Er is een Werkgroep positie middenscholen na invoering basisvorming verder te noemen: de werkgroep.
De werkgroep bestaat uit maximaal zes leden, drie namens de Middenschoolvereniging casu quo het convent Middenscholen en drie namens het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
De vertegenwoordigers van het Ministerie van Onderwijs en wetenschappen zijn afkomstig uit de directie Algemeen voortgezet onderwijs, Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en Voorbereidend beroepsonderwijs (AVV) en de directie Voorzieningenplanning en Huisvesting.
De leden kunnen zich laten bijstaan door deskundigen indien een of meer onderwerpen zulks vereisen. Een en ander geschiedt in onderling overleg tussen de leden van de werkgroep.
De werkgroep heeft tot taak de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen te adviseren ten aanzien van de omzetting van de scholen die hebben deelgenomen aan het middenschoolexperiment in scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs. De werkgroep inventariseert in dit kader de knelpunten die de overgang naar de reguliere bekostiging met zich meebrengt en doet voorstellen om deze knelpunten op te lossen, zoveel mogelijk met behoud van de verworvenheden van de experimenten.
De werkgroep brengt uiterlijk in november 1991 schriftelijk advies uit aan de staatssecretaris van onderwijs en wetenschappen.
De werkgroep vergadert in beginsel op het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
De directie AVV verzorgt het voorzitterschap en het secretariaat.
De leden van de werkgroep evenals de in artikel 2, derde lid, bedoelde deskundigen genieten vergoeding van reis- en verblijfkosten volgens het Reisbesluit 1971 voor zover deze kosten uit hoofde van hun functie niet elders kunnen worden gedeclareerd.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het officiële publitieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de derde dag na dagtekening van het officiële publikatieblad van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen, waarin deze beschikking is bekendgemaakt.
Afschriften van deze beschikking worden gezonden aan belanghebbenden en de Algemene Rekenkamer.