Wet van 26 juni 1991, tot wijziging van de Algemene Bijstandswet en daarop rustende nadere regelgeving in verband met decentralisatie van de bijzondere bijstand en vergroting van de mogelijkheden om met behoud van uitkering deel te nemen aan scholing en opleidingen

Wijzigingswet Algemene Bijstandswet

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het ter bevordering van de afstemming van de bijstandsverlening op bijzondere individuele omstandigheden en voor een passende verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en gemeenten bij de verlening van bijstand wenselijk is de beleidsverantwoordelijkheid van de gemeenten te verruimen en de financieringswijze te herzien, alsmede dat het wenselijk is de mogelijkheden om deel te nemen aan scholing en opleidingen met behoud van uitkering te vergroten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Artikel

V

Ingetrokken worden:

  • a.

    het Bijstandsbesluit landelijke draagkrachtcriteria (Stb. 1980, 87);

  • b.

    de Beschikking regeling drempelbedrag voor personen in een inrichting (Stcrt. 1985, 64);

  • c.

    de Beschikking houdende vaststelling nadere regelen met betrekking tot algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan (Stcrt. 1975, 240).

Artikel

VI

Met ingang van de datum van de inwerkingtreding van deze wet herziet Onze Minister de in artikel 13, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 18c, eerste lid, van het Bijstandsbesluit landelijke normering genoemde bedragen, voor zover de ontwikkeling van het in artikel 1, vierde lid, van de Algemene Bijstandswet bedoelde netto minimumloon en een verschil in ontwikkeling van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie en het onderdeel energie daarvan onderscheidenlijk de ontwikkeling van het bruto minimumloon, gerekend vanaf 1 januari 1991, daartoe aanleiding geeft.

Artikel

VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VIII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, E. ter Veld
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin