Wet van 26 juni 1991, houdende regels inzake de heffing van rechten voor de legalisatie van handtekeningen
Wet regels inzake heffing van rechten voor legalisatie van handtekeningen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het heffen van rechten voor het legaliseren van handtekeningen een wettelijke basis behoeft;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel
2
Artikel
3
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag van de datum, van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met uitzondering van artikel 2, eerste lid, welke in werking treedt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën,
M. J. J. van Amelsvoort
De Minister van Justitie,
E. M. H. Hirsch Ballin