Wet van 3 juli 1991, houdende temporisering van de uitbetaling van investeringsbijdragen en beëindiging op termijn van de verrekening van die bijdragen

Wet temporisering van de uitbetaling van investeringsbijdragen en beëindiging op termijn van de verrekening van die bijdragen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het uit een oogpunt van handhaving van evenwicht tussen inkomsten en uitgaven van het fonds Investeringsrekening wenselijk is de uitbetaling van investeringsbijdragen te temporiseren, alsmede dat het wenselijk is de verrekening van investeringsbijdragen op termijn te beëindigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Artikel

2

Alvorens een belastingaanslag met betrekking tot de inkomstenbelasting wordt vastgesteld, wordt de belasting, nadat deze is vermeerderd met desinvesteringsbetalingen en verminderd met investeringsbijdragen, verhoogd met 80 percent van de bij die aanslag in aanmerking genomen investeringsbijdragen voor zover deze vóór 1 juli 1990 per saldo nog niet bij een belastingaanslag in aanmerking zijn genomen. Gelijktijdig stelt de inspecteur vier beschikkingen vast, elk bevattende een bedrag ter grootte van 20 percent van laatstbedoelde investeringsbijdragen. De beschikkingen zijn vatbaar voor uitbetaling één jaar, onderscheidenlijk twee jaren, drie jaren en vier jaren na de vaststelling van de belastingaanslag. Ingeval een belastingaanslag over een kalenderjaar is voorafgegaan door een belastingaanslag over hetzelfde kalenderjaar en ten opzichte van laatstgenoemde belastingaanslag een wijziging optreedt welke leidt tot een wijziging van de in aanmerking te nemen investeringsbijdragen, worden met de beschikkingen verrekend de overeenkomstige, eerder over dat kalenderjaar vastgestelde, beschikkingen; indien zulks niet leidt tot een wijziging van de in aanmerking te nemen investeringsbijdragen is de tweede volzin niet van toepassing. Leidt de verrekening tot een door de belastingplichtige te betalen bedrag dan is wat betreft het tijdstip van invorderbaarheid de derde volzin van overeenkomstige toepassing. Voor de invordering wordt het in de beschikkingen opgenomen bedrag aangemerkt als inkomstenbelasting. In afwijking van artikel 24, derde lid, van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221) is verrekening van de beschikkingen vóór de vervaldatum niet mogelijk. Bij het vaststellen van een vermindering van een belastingaanslag dan wel het verlenen van een voorlopige teruggaaf is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing.

Artikel

3

Alvorens een belastingaanslag met betrekking tot de vennootschapsbelasting wordt vastgesteld, wordt de belasting, nadat deze is vermeerderd met desinvesteringsbetalingen en verminderd met investeringsbijdragen, verhoogd met 80 percent van de bij die aanslag in aanmerking genomen investeringsbijdragen voor zover deze vóór 1 juli 1990 per saldo nog niet bij een belastingaanslag in aanmerking zijn genomen. Gelijktijdig stelt de inspecteur vier beschikkingen vast, elk bevattende een bedrag ter grootte van 20 percent van laatstbedoelde investeringsbijdragen. De beschikkingen zijn vatbaar voor uitbetaling één jaar, onderscheidenlijk twee jaren, drie jaren en vier jaren na de vaststelling van de belastingaanslag. Ingeval een belastingaanslag over een jaar is voorafgegaan door een belastingaanslag over hetzelfde jaar en ten opzichte van laatstgenoemde belastingaanslag een wijziging optreedt welke leidt tot een wijziging van de in aanmerking te nemen investeringsbijdragen, worden met de beschikkingen verrekend de overeenkomstige, eerder over dat jaar vastgestelde, beschikkingen; indien zulks niet leidt tot een wijziging van de in aanmerking te nemen investeringsbijdragen is de tweede volzin niet van toepassing. Leidt de verrekening tot een door de belastingplichtige te betalen bedrag dan is wat betreft het tijdstip van invorderbaarheid de derde volzin van overeenkomstige toepassing. Voor de invordering wordt het in de beschikkingen opgenomen bedrag aangemerkt als vennootschapsbelasting. In afwijking van artikel 24, derde lid, van de Invorderingswet 1990 is verrekening van de beschikkingen vóór de vervaldatum niet mogelijk. Bij het vaststellen van een vermindering van een belastingaanslag dan wel het verlenen van een voorlopige teruggaaf is het vorenstaande van overeenkomstige toepassing.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Ingeval vóór 1 mei 1990 door de belastingplichtige aan de inspecteur gegevens zijn verstrekt waaruit blijkt dat investeringsbijdragen voor verrekening zijn aangemeld, worden, indien binnen twee maanden nadat die gegevens zijn verstrekt geen belastingaanslag is vastgesteld, deze investeringsbijdragen geacht vóór 1 juli 1990 in aanmerking te zijn genomen voor zover op basis van die gegevens er overigens verschuldigde inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting tegenover staat.

Artikel

7

Ter bevordering van een goede uitvoering van deze wet kunnen bij ministeriële regeling van Onze Minister van Economische Zaken, in overeenstemming met Onze Ministers van Financiën en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, nadere, zo nodig afwijkende, regels worden gesteld.

Artikel

8

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Economische Zaken, J. E. Andriessen
De Minister van Financiën, W. Kok
De Staatssecretaris van Financiën, M. J. J. van Amelsvoort
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, B. de Vries
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin