Wet van 4 juli 1991, tot wijziging van de Wet op de accijns van minerale oliën en van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966 (lastenverzwaring auto's in verband met tariefstijging openbaar vervoer)

Wijzigingswet Wet op de accijns van minerale oliën (lastenverzwaring auto's in verband met tariefstijging openbaar vervoer)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het uit een oogpunt van een evenwichtige ontwikkeling van de tarieven van het openbaar vervoer enerzijds en van de autokosten anderzijds wenselijk is de accijnzen op de motorbrandstoffen en in samenhang daarmee de brandstoftoeslagen in de motorrijtuigenbelasting te verhogen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel

VI

Voor een motorrijtuig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c of d, alsmede voor een motorrijtuig als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c of d, van de Wet op de motorrijtuigbelasting 1966, waarvoor motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak waarvan een gedeelte valt na 15 september 1991, wordt over dat gedeelte van het tijdvak teruggaaf verleend voor het verschil tussen het tarief dat geldt op 15 september 1991 en het tarief dat geldt met ingang van 16 september 1991.

Artikel

VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VIII

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, W. Kok
De Staatssecretaris van Financiën, M. J. J. van Amelsvoort
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin