Instelling Projectgroep herinrichting landelijk sportbeleid (PHLS)

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
Overwegende dat een (her)bezinning plaatsheeft op de (kern)taken van de rijksoverheid, waaronder begrepen die van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende dat het landelijke sportbeleid traditioneel een gezamenlijke verantwoordelijkheid kent van de rijksoverheid en het particulier initiatief;
Overwegende dat het wenselijk is een projectgroep in te stellen, die advies uitbrengt over een toekomstige verdeling van verantwoordelijkheden en taken op het terrein van het landelijk sportbeleid tussen de Rijksoverheid en het particulier initiatief;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De projectgroep kan met inachtneming van dit besluit haar werkzaamheden naar eigen inzicht regelen.

Artikel

6

De secretarissen zijn voor de uitoefening van hun taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de projectgroep.

Artikel

7

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voorzover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

8

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de projectgroep geschiedt met inachtneming van de bepalingen van artikel 9, vierde lid, van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182). Na afloop van de werkzaamheden van de projectgroep is het hoofd van de Centrale Directie Apparaatszorg van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur met het beheer van het archief belast.

Artikel

9

Dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van heden en geldt tot en met de dag waarop de projectgroep het advies, bedoeld in artikel 2, uitbrengt.

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, H. d'Ancona