Vrijstellingsregeling Conserveermiddelen in vruchtenlimonades (Warenwet)

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur handelende in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel II, derde lid, van de Wijzigingswet 1988 Warenwet (Stb. 358), jo artikel 16, eerste lid, van de Warenwet (Stb. 1988, 360);

Besluit:

Artikel

1

Vrijstelling wordt verleend van artikel 5, vierde lid, onder h, van het Frisdranken- en siropenbesluit (Warenwet) (Stb. 1979, 100):

  • a.

    voor wat betreft het gehalte waarin de daar genoemde stoffen ten hoogste aanwezig mogen zijn in de als vruchtenlimonade aangeduide waar, onder de voorwaarde dat het totaal gehalte aan benzoëzuur, sorbinezuur of een mengsel van deze stoffen ten hoogste 200 mg per liter bedraagt, waarvan maximaal 100 mg per liter voor benzoëzuur en zijn zouten;

  • b.

    tot 1 mei 1994 van de eis dat geen andere dan de in dat onderdeel genoemde stoffen aan de als vruchtenlimonade aangeduide waar mogen worden toegevoegd, echter uitsluitend voor zover het betreft dimethyldicarbonaat, onder de voorwaarde dat:

    • 1.

      de waar wordt afgevuld in een hervulbare kunststoffles;

    • 2.

      de toegevoegde hoeveelheid niet meer bedraagt dan 250 mg per liter van de waar; en

    • 3.

      en geen aantoonbare residuen van dimethyldicarbonaat in de waar aanwezig zijn op het moment van verkoop aan de eindverbruiker.

Artikel

2

De Vrijstellingsregeling Conserveermiddelen in frisdranken (Warenwet) (Stcrt. 1991, 151) wordt ingetrokken.

Artikel

3

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
namens deze, de Directeur Voeding en Veiligheid van Produkten, Mr. S. vanHoogstraten