Wet van 23 augustus 1991, tot wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet (gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden)

Wijzigingswet Pensioen- en spaarfondsenwet (gelijke behandeling van slapers en gepensioneerden)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is op korte termijn wettelijke maatregelen te nemen teneinde te waarborgen dat degenen met premievrije aanspraken op ouderdomspensioen alsmede de daarvan afgeleide aanspraken en rechten bij het verlenen van toeslagen gelijk worden behandeld als de gepensioneerden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Overgangsbepaling

De statuten, reglementen en overeenkomsten van de instellingen die bij de uitvoering van pensioenaanspraken zijn betrokken, moeten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan het in deze wet bepaalde voldoen.

Artikel

III

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, E. ter Veld
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin