Besluit van 23 september 1991, houdende wijziging van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984

Wijzigingsbesluit Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (4)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 13 mei 1991, nr. AB91/37/U1, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Financiële Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;
De Raad van State gehoord (advies van 2 september 1991, nr. W04.91.0253);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 9 september 1991, nr. AB91/518, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidsvoorwaarden, afdeling Arbeidsvoorwaarden Rijkspersoneel;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

De ambtenaar die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit aanspraak had op een toelage betrekking hebbend op uren voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit waarop hij zich beschikbaar en bereikbaar moest houden, behoudt deze aanspraak, indien toepassing van dit besluit voor de ambtenaar tot een lagere toelage zou leiden.

Artikel

III

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 1990.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. I. Dales
De Minister van Justitie, E. M. H. Hirsch Ballin