Artikel
1
De opleiding tot verkeersbrigadier vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de korpschef.
Besluit:
De opleiding tot verkeersbrigadier vindt plaats onder verantwoordelijkheid van de korpschef.
De opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.
De aanstelling geschiedt nadat het theoretische gedeelte van de opleiding is voltooid en voordat het praktische gedeelte van de opleiding een aanvang neemt.
De aanstelling geschiedt schriftelijk.
Vervallen
De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:
indien de betrokken verkeersbrigadier het praktische gedeelte van de opleiding niet met succes heeft afgerond;
indien de korpschef van oordeel is dat de betrokken verkeersbrigadier niet meer geschikt is om de taak van verkeersbrigadier uit te oefenen;
indien het niet langer noodzakelijk is, dat de betrokken verkeersbrigadier als zodanig werkzaam is;
indien de meerderjarige verkeersbrigadier daartoe een verzoek indient of
indien de ouders of voogden van een minderjarige verkeersbrigadier of het hoofd van de school daartoe een verzoek indienen.
Verkeersbrigadiers mogen voor de uitoefening van hun taak slechts worden ingezet:
op wegen waar in het algemeen niet sneller wordt gereden dan 50 kilometer per uur; meerderjarige verkeersbrigadiers mogen hun taak ook op andere wegen uitoefenen;
indien ter plaatse bij duisternis of slecht zicht voldoende openbare straatverlichting aanwezig is en
indien de verkeersbrigadiers voldoende bekend zijn met de specifieke omstandigheden van de plaats waar zij hun taak uitoefenen.
Verkeersbrigadiers oefenen hun taak uit gedurende de perioden waarin ter plaatse kinderen zich naar en van school begeven en overigens gedurende de perioden waarin hun hulp naar het oordeel van door de korpschef aangewezen politiefunctionarissen noodzakelijk is in het kader van het laten oversteken van voetgangers.
Bij de uitoefening van hun taak dienen verkeersbrigadiers ten minste te zijn uitgerust met:
een oranje fluorescerende jas of hes en
een stopteken als bedoeld in artikel 82, derde lid, van het RVV 1990.
Het stopteken komt voor in twee uitvoeringen:
als stopteken dat met de hand wordt opgehouden en voldoet aan het in de bijlage vastgestelde model;
als stopteken dat onderdeel uitmaakt van een draai-arm-systeem en dat ten minste voldoet aan type II en klasse I als bedoeld in Hoofdstuk II, paragraaf 3, van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens.
Op verkeersbrigadiers wordt geregeld toezicht gehouden onder verantwoordelijkheid van de korpschef.
Deze regeling berust op artikel 13, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 november 1991.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling verkeersbrigadiers.